Geen pardon voor groep asielzoekers

Het kabinet geeft geen steun aan het plan van demissionair minister Nawijn (Vreemdelingenzaken en Integratie) om een grote groep asielzoekers alsnog een permanente verblijfsvergunning te verlenen.

Dat zei een woordvoerder van minister-president Balkenende gisteren na afloop van de ministerraad. Nawijn mag slechts zijn discretionaire bevoegdheid gebruiken om énkele schrijnende gevallen alsnog van een permanente verblijfsvergunning te voorzien.

Hiermee is niets overgebleven van het voornemen dat Nawijn voor het eerst uitsprak op 14 januari. Hij beloofde toen ten overstaan van demonstranten van de organisatie Vluchtelingenwerk ruimer gebruik te gaan maken van zijn bijzondere bevoegdheid om asielzoekers verblijf in Nederland toe te staan. In de weken daarna ontving de minister zeshonderd verzoeken die betrekking hebben op veertienhonderd personen.

Afgelopen dinsdag deelde Nawijn mee dat hij vijf- à zevenduizend asielzoekers die al jaren in ons land zijn, alsnog een verblijfsvergunning zou willen geven. Maar een dag later, tijdens een overleg in de Tweede Kamer, trok hij dit weer in. Toen zei hij op basis van zijn discretionaire bevoegdheid een aparte regeling te willen treffen ,,voor de schrijnende gevallen'' binnen de groep. De LPF-fractie bleek in dit overleg voorstander van een pardon voor 2.300 asielzoekers en dat legde Nawijn gisteren voor aan de ministerraad.

Het idee werd na een ,,brede discussie'' resoluut afgewezen door het kabinet. Nawijn wilde alsnog een vergunning verlenen aan asielzoekers die langer dan vijf jaar in Nederland verblijven, van wie de eerste asielaanvraag nog in behandeling is, die het Nederlands goed beheersen en die van onbesproken gedrag zijn. Volgens de woordvoerder wil het kabinet echter niet tornen aan de afspraken in het Strategisch Akkoord, waarin geen specifiek of generaal pardon voorkomt. Bovendien zou er door het voorstel van Nawijn ook sprake zijn van rechtsongelijkheid.

De minister wilde gistermiddag niet reageren. Hij zal een brief aan de Kamer sturen en dan een verklaring afleggen.