Eerder anti-Bush dan anti-Amerikaans

Vandaag wordt in Amsterdam gedemonstreerd tegen oorlog in Irak. Betekent dit protest dat Nederland genoeg heeft van Amerika? Op zoek naar de wortels van een pril anti-Amerikanisme.

Bij The American Book Center in Amsterdam is het personeel ,,alert'', zegt verkoopster Shirley Munnicks. Een gewapend conflict tussen de Verenigde Staten en Irak staat nog niet vast. Maar na `11 september' waren er al problemen in de winkel – belangrijkste verkooppunt van Amerikaanse boeken in het land. ,,Mensen die gillend door de zaak liepen om hun weerzin tegen Amerika te uiten.'' Het zou Munnicks niet verbazen als zulk protest zich herhaalt zodra het oorlog is. ,,Maar voorlopig is het rustig.'' Ze merkt wel dat de spanning oploopt. ,,Vaker dan normaal is er discussie aan de balie, bij het afrekenen. Mensen willen graag uitleggen dat ze bang zijn – dat Amerika te gemakkelijk aan een oorlog begint.''

Kritiek op de Verenigde Staten. Groeiend anti-Amerikanisme. Het lijkt in de lucht te hangen – in Europa, ook in Nederland. Het land dat zichzelf graag positioneert als trouwe bondgenoot van de VS ontdekt dezer dagen dat zijn elite overwegend aarzelend is over een nakende woestijnoorlog. Typerend: oud-premier Van Agt (CDA), in de jaren tachtig – tegen de volkswil – vurig vóór plaatsing van Amerikaanse kruisraketten, heeft zich openlijk tegen oorlog verklaard. En zijn partijgenoot Van den Broek, als minister van Buitenlandse Zaken destijds puur atlantisch georiënteerd, toont zich sceptisch over Amerika's eigengereidheid.

Intussen heeft de bevolking zijn standpunt herzien. Was volgens een peiling van het German Marshall Fund of the United States vorig jaar september nog zeventig procent vóór een door de Verenigde Naties gesteunde aanval op Irak, vorige maand leerde een enquête van de universiteiten van Amsterdam en Tilburg dat nu 72 procent tegen is. Een peiling van Netwerk gaf deze week globaal hetzelfde cijfer. Het onderzoek van het Marshall Fund bracht trouwens een paar andere punten aan het licht: 59 procent van de Nederlanders bleek te vinden dat de Amerikaanse buitenlandse politiek had bijgedragen aan de aanslagen van `11 september'; het buitenlands beleid van Bush werd door 58 procent van de Nederlanders ,,matig'' genoemd, 12 procent vond het ,,slecht''.

Uitslagen die ernstiger lijken dan ze zijn, meent Ph. Everts van de Leidse universiteit, die meewerkte aan het onderzoek door het Marshall Fund. ,,In de VS zelf vindt óók een substantiële minderheid, circa veertig procent, dat er een verband is tussen de Amerikaanse buitenlandse politiek en de aanslagen van 11 september.'' In grote lijnen is er volgens Everts geen verandering in de houding van Europeanen tegenover de VS. ,,De kloof loopt door Washington. Met Bush is een relatief radicale figuur aangetreden. Dat vinden mensen in de VS evengoed als mensen in Europa.'' In Duitsland en Frankrijk is recentelijk wel opinieonderzoek gepubliceerd dat naar anti-Amerikanisme tendeert, zegt hij, maar in Nederland is die trend vooralsnog afwezig. ,,We zitten in een periode die te vergelijken is met de jaren tachtig rond de kruisraketten of de jaren zestig met de Vietnam-oorlog. Toen was er ook tijdelijk een groeiende afkeer van de VS, maar structurele effecten had dat nauwelijks.''

Frans Verhagen, oud-correspondent in de VS (Intermediair, Vara) en de laatste tien jaar hoofdredacteur van het blad Amerika en diens opvolger Dakota, wijst erop dat vijf jaar geleden ,,bijna iedereen nog wegliep met Bill Clinton''. De VS, zegt hij, is kennelijk de steen des aanstoots niet: kennelijk wekt de figuur Bush weerzin op. Wel valt hem op dat veel kritiek voortkomt uit desinteresse of ongeïnformeerdheid. Daarom is niet altijd helder wat de Hollandse kritiek op Bush precies behelst, zegt Verhagen.

Linkse mensen zijn vaak tegen de oorlog. Dat is overzichtelijk. ,,Maar het is ook gemeengoed te denken dat Bush dom is. Dat vind ik ongelofelijk: dat mensen seriéus menen dat iemand die zo'n positie weet te bereiken dom is. Maar hier zeggen ze er met een superieure houding bij: en in Amerika stemmen ze nog op die vent ook!'' Dat hij zijn binnenlandse agenda vrijwel volledig realiseert, anders dan Clinton, krijgt volgens hem te weinig aandacht. In plaats daarvan wordt de karikatuur van de olie-afhankelijke buitenlandse politiek verspreid, zegt hij. ,,Dat is er hier in geheid.'' Naar Verhagens overtuiging is idealisme een belangrijke drijfveer in de Amerikaanse attitude tegen Irak. ,,Het Amerikaanse doel is stabiliteit en democratie brengen in het Midden-Oosten. Het reflecteert een diep doorleefd geloof in de maakbare samenleving. Dat wordt hier totaal onderschat.''

Het anti-Amerikanisme in Europa is vooral ressentiment, stelde Josef Joffe van Harvard, tevens redacteur van Die Zeit, vorig najaar in Foreign Policy. ,,Europeanen zijn trots dat ze hun zucht naar oorlog [uit de vorige eeuw] hebben ingeruild voor compromissen, samenwerking en internationale instituties. [...] Misschien dat ze daarom, onbewust, afwijzen waartoe ze zelf niet meer in staat zijn een krachtige en gevreesde rol spelen in de internationale arena.''

De Utrechtse historicus Arend Jan Boekestijn heeft de laatste maanden met groot plezier in vele zaaltjes het beleid van Bush verdedigd. Zowel inzake Irak als het Internationaal Strafhof en het Kyoto-verdrag. Hij ziet eenzelfde voedingsbodem voor het anti-Amerikanisme als Joffe. ,,Mensen hier vinden de VS arrogant omdat ze niet kunnen verdragen dat ze zelf geen invloed meer hebben. Op het schoolplein had je dat vroeger ook: twee kleintjes die een grote mond opzetten tegen de stoerste knaap van de hoogste klas, en daar reuze trots op waren terwijl die knaap ze niet eens zag stáán.''

Volgens Boekestijn, die er genoegen in schept progressieve mensen te provoceren, wordt het gemakzuchtige anti-Amerikanisme hier te lande gevoed door de verwaarloosbare rol van Nederland op het wereldtoneel. ,,Als je er niets toe doet, laat je je gemakkelijk leiden door linkse of morele referenties. Dan creëer je alsnog een verklaring voor je onbeduidendheid.'' Zo verklaart hij ook de positie van mensen als Van Agt en Van den Broek. ,,Ook zij hebben tenslotte moeten ontdekken dat ze niets betekenden voor de Amerikanen. Dat doet pijn. En door die pijn zingen ze zich los van de boze werkelijkheid. Ik heb de afgelopen weken gefascineerd naar Van den Broek en Van Agt zitten kijken. Heel ontluisterend.''

Het anti-Amerikanisme heeft ook zeer ernstige consequenties, vindt hij. Het beeld van de VS wordt erdoor vertroebeld. ,,Ik kan de bezwaren tegen de religieuze, sterk moreel geladen politieke opstelling van Bush wel plaatsen. Ik ga er voor een deel in mee. Maar door de permanente nadruk op de Amerikaanse tekortkomingen is er in het Nederlandse debat geen enkele aandacht voor de positieve kanten: de drive, de daadkracht die ervan uitgaat. Amerikanen sneuvelen straks op de slagvelden. Wij kunnen onze neus ophalen voor hun beweegredenen maar zelf zijn wij inmiddels zo diep gezonken dat als er twee keer wordt geschoten in Kabul, het debat hier gelijk over de voorbereiding van onze aftocht gaat.''

Intussen rekent ook het bedrijfsleven met een tijdelijk negatief sentiment over de VS. Had hamburgerketen McDonald's de laatste decennia succes door een Amerikaans product onder een Amerikaanse naam met een Amerikaans logo aan de man te brengen, dezer dagen wordt de Amerikaanse identiteit van het bedrijf zo schriel mogelijk gemaakt. Gevraagd of de keten last heeft van anti-Amerikaanse sentimenten, zegt woordvoerder Pattick van Gils: ,,U weet dit misschien niet. Maar wij zitten al 31 jaar in Nederland en voelen ons een vollédig Nederlands bedrijf. Met Amerika hebben ons assortiment en onze presentatie vrijwel niets meer te maken.''