DUITSLAND

Na decennia politieke strijd en een onderhandelingsmarathon van drie jaar heeft Duitsland in juni 2001 besloten met kernenergie te stoppen. In een complex akkoord tussen energiebedrijven en overheid werd vastgelegd dat de bestaande centrales stuk voor stuk van het net genomen worden, een proces dat ongeveer 20 jaar in beslag zal nemen. Dit jaar gaat de centrale in Stade waarschijnlijk als eerste dicht. Duitsland heeft in totaal 19 operationele kernreactoren in 14 centrales.

Het akkoord tussen de eerste rood-groene regering en de energiebedrijven de zogenoemde Atomkonsens beperkt de commerciële levensduur van een centrale tot 32 jaar. Daarnaast is per centrale vastgelegd hoeveel stroom er nog geproduceerd mag worden. Volgens die regeling had een centrale in Obrigheim eigenlijk eind vorig jaar al de productie moeten staken. Maar exploitant Energie Baden-Württemberg (EnBW) beriep zich op een geheime deal met bondskanselier Gerhard Schröder (SPD) en mag nu tot 2005 operationeel blijven tot groot ongenoegen van minister van Milieu en Reactorveiligheid Jürgen Trittin (de Groenen).

De Atomkonsens regelt ook de omgang met kernafval. Tot 2005 mag kernafval naar opwerkingsfabrieken in Frankrijk en Groot-Brittannië gebracht worden. Voor die tijd moeten bij de Duitse kerncentrales opslagplaatsen gebouwd worden. Vanaf 2005 moet het afval daar tijdelijk opgeslagen worden totdat een definitieve oplossing voor het afvalprobleem is gevonden.

De terugkeer van bewerkt afval per trein uit Frankrijk in speciale containers, zogenoemde Castor's, is elke keer goed voor dagenlange schermutselingen tussen politie en demonstranten. Het afval wordt tijdelijk ondergebracht in Gorleben, in de deelstaat Nedersaksen. De Duitse regering heeft toegezegd dat Gorleben geen eindstation zal worden, maar een alternatief is er nog niet. De beveiliging van één enkele Castor-trein kost volgens de deelstaat-regering in Nedersaksen ongeveer 30 miljoen euro aan maatregelen.

    • Michel Kerres