De verdiensten van de vrijwilliger

Drieëneenhalf miljoen mensen doen vrijwilligerswerk. Meestal doen ze het voor het goede doel, de gezelligheid of om hun expertise te kunnen gebruiken. Soms ontvangen ze een onkostenvergoeding. Wie te veel krijgt, moet belasting betalen.

Verona Rook is in het dagelijks leven secretaresse. In haar vrije tijd is ze actief bij de vrijwillige brandweer. Eigenlijk wilde ze dat twintig jaar geleden al, maar omdat de toenmalige commandant vrouwen ongeschikt vond als brandwacht werd ze afgewezen. ,,Jammer, want toen had ik al in de gaten dat het boeiend werk is. De hulpverlening spreekt mij aan. Je helpt mensen en dieren in nood. En het geeft ook nog een kick.'' Anderhalf jaar geleden, toen er een landelijke campagne voor vrouwelijke brandweerlieden werd gevoerd, deed ze een nieuwe poging. ,,Toen lukte het wel. Ik was nog net geen 40, dus ik mocht nog meedoen aan de opleiding.'' Eind april hoopt Rook in het bezit te komen van het diploma brandwacht, maar als brandwacht-in-opleiding wordt ze ook al geregeld opgepiept. ,,Ik mag nog niet blussen of de kettingzaag hanteren, maar wel oliesporen wegboenen na een ongeval of takken opruimen bij een storm.''

Eén avond per week volgt Rook een opleiding. Daarvoor ontvangt ze een vergoeding van 8,81 euro per uur. Ook de reiskosten naar het opleidingscentrum worden vergoed. Eens in de vier weken heeft Rook een week dienst. Dan moet ze 24 uur per etmaal bereikbaar zijn en ze moet ervoor zorgen dat ze zich in geval van nood binnen 15 minuten bij de brandweerkazerne kan melden. Als er calamiteiten zijn, rukt eerst de beroepsbrandweer uit. De vrijwillige ploeg blijft achter in de kazerne en wacht op het sein voor een eventuele tweede uitruk. Daarvoor krijgt Rook als aspirant-brandwacht een vergoeding van 16,40 per uur. Als ze in april gediplomeerd is, krijgt ze 17,20 euro per uur. Reiskosten naar de kazerne worden niet vergoed en andere onkosten maakt Rook niet. ,,Je krijgt een pak, een helm, handschoenen en laarzen, alles wat je nodig hebt.'' De vergoeding die Rook maandelijks ontvangt wisselt sterk, want de ene week wordt ze tien keer opgepiept en de andere week hoeft ze maar één keer op te draven.

Naar schatting 3,5 miljoen Nederlanders doen vrijwilligerswerk. Een enkele keer ontvangen vrijwilligers vacatiegeld [vergoeding voor aanwezigheid] voor vergaderingen die ze bijwonen, of een uurvergoeding, zoals Verona Rook bij de vrijwillige brandweer, maar meestal werken vrijwilligers pro Deo. ,,Staat er vacatiegeld of een uurvergoeding tegenover, dan kun je je afvragen of het nog wel vrijwilligerswerk is'', zegt Marike Kuperus, senior beleidsmedewerker bij de stichting Vrijwilligers Management (sVM). ,,Dat geld is eigenlijk een inkomen, ook al is het soms laag. De Belastingdienst beschouwt het als loon en er moet belasting over betaald worden.'' Verona Rook krijgt elke maand een loonstrookje, waarop staat hoeveel uur zij gewerkt heeft, wat de inhoudingen zijn en hoeveel zij netto overhoudt. Dat nettobedrag ziet zij terug op haar bankrekening.

De meeste vrijwilligers krijgen alleen een vergoeding voor de kosten die zij maken. Dat geldt bijvoorbeeld voor Patricia Gho. Zij is coach en interim-manager in de gezondheidszorg. In 1997 werd ze in haar vrije tijd secretaris van Bibelebonz, een stichting voor buitenschoolse opvang. Sinds begin 2000 is ze voorzitter. ,,Mijn dochters gaan naar Bibelebonz en daarom wilde ik best een steentje bijdragen. Bovendien vind ik het leuk om na te denken over het beleid van zo'n kleine organisatie.''

Tegenwoordig kost het vrijwilligerswerk voor Bibelebonz haar weinig tijd. Eens per maand is er een bestuursvergadering en daarnaast besteedt Gho maandelijks ongeveer een dagdeel aan allerhande klusjes. Dat is weleens anders geweest. In het verleden heeft Gho de hoofdleidster intensief begeleid en voerde ze elke twee weken een coachingsgesprek van anderhalf uur met haar. Ook heeft ze de verhuizing begeleid. Bibelebonz kreeg een ander pand, dat flink verbouwd moest worden en Gho voerde veel overleg met de gemeente, de omwonenden, de ouders en het personeel. Die uren worden niet vergoed, maar Gho kan wel haar onkosten declareren. ,,Over die ene postzegel denk ik niet na, maar als er een hele stapel post de deur uitgaat, vul ik een declaratieformulier in en stort de penningmeester het bedrag op mijn bankrekening. Dat gebeurt ook als ik naar een congres ga. Dan worden de reis- en deelnamekosten vergoed.'' Het bestuur vergadert elke maand bij een van de leden thuis. De gastheer of gastvrouw krijgt daarvoor een vergoeding van 10 euro, bestemd voor koffie, koekjes en drankjes. Bestuursleden die een oppas voor hun kinderen moeten inhuren als ze gaan vergaderen, kunnen de oppaskosten declareren.

,,Dit is een gebruikelijke manier om met onkosten van vrijwilligers om te gaan in professionele organisaties waar ook betaalde krachten werken'', zegt Marike Kuperus. ,,Je ziet het vaak in de verzorging. Mensen kunnen vrijwel altijd hun werkelijke kosten declareren.'' Sommige grote organisaties met veel actieve vrijwilligers vergoeden niet de werkelijke onkosten, maar keren een vast bedrag uit. ,,Dat is een handige manier om te voorkomen dat ze elke maand driehonderd bonnetjes administratief moeten verwerken'', zegt Kuperus. ,,Maar het gebeurt lang niet altijd, want veel organisaties kunnen het zich financieel niet permitteren om vaste vergoedingen aan vrijwilligers te betalen.'' Het komt ook vaak voor dat mensen geen vergoeding willen hebben. ,,Als mensen het gevoel hebben dat ze samen een club runnen, willen ze er vaak niets voor terug zien. Soms declareren ze hun onkosten niet eens. Dat zie je vooral bij non-profitorganisaties, zoals een sportclub, een patiëntenvereniging of een koor'', zegt Kuperus.

Overigens komt het vaak voor dat vrijwilligers helemaal geen onkosten maken, omdat de organisatie alle kosten voor haar rekening neemt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de FNV-belastingservice. Daar begeleidt Ymi Knaap als landelijk coördinator – een betaalde baan – al jaren alle vrijwilligers die belastingbiljetten invullen voor FNV-leden. Aanstaande maandag gaan onder haar leiding op 500 plekken in Nederland weer 5.000 vrijwilligers aan de slag. Zij vullen de komende weken naar verwachting 200.000 aangiftediskettes in. De vrijwilligers, ook allemaal FNV-leden, moeten bereid zijn zich minimaal vijf dagdelen in te zetten. In ruil daarvoor volgen ze een gratis belastingcursus en worden ze elk jaar bijgeschoold. Dat gebeurt door instructeurs die dit werk ook als vrijwilliger doen. ,,De vrijwilligers vormen een heel gevarieerde groep'', zegt Ymi Knaap. ,,Jong en oud, huisvrouwen, bouwvakkers en hoogopgeleiden. Wat ze met elkaar gemeen hebben is dat ze belastingrecht leuk vinden en dat ze graag met cijfers stoeien. Sommigen houden het snel voor gezien, omdat ze het eigenlijk alleen maar leuk vinden om hun eigen biljet in te vullen. Anderen vinden het geweldig. Die komen soms wel tien dagdelen en blijven dit werk jaren doen. Een middenweg is er niet.'' Als de vrijwilligers reiskosten moeten maken, worden die door de FNV vergoed. Andere onkosten zijn er niet, volgens Knaap. ,,Wij zorgen voor de locaties en de laptops en we betalen de opleiding. De vrijwilligers krijgen natuurlijk een bak koffie en een glas fris, maar dat is het.''

Af en toe heeft Kuperus contact met organisaties die een tekort hebben aan vrijwilligers en die de vaste vergoeding als lokkertje willen gebruiken. ,,Dat raad ik altijd af, want geld is geen prikkel voor vrijwilligers'', zegt ze. Zij vindt dat organisaties die vrijwilligers willen werven er verstandig aan doen om te benadrukken wat ze de vrijwilligers te bieden hebben. Gezelligheid bijvoorbeeld, want dat is een belangrijke drijfveer. Of deskundigheidsbevordering. Of status. Of, en dat is een belangrijke drijfveer van gepensioneerden, de kans om iets te doen met hun expertise. ,,Dat geeft een goed gevoel en dat vinden vrijwilligers belangrijker dan geld.''