De stille ondergang van een omstreden ideaal

Zeven gemeenten dachten in de jaren negentig dat spreiding van leerlingen het ontstaan van zwarte scholen kon voorkomen. Het blijkt een illusie.

Pioniers werden ze al genoemd. In de tweede helft van de jaren negentig besloten zes gemeenten de steeds grotere scheiding tussen autochtone en allochtone kinderen niet langer te accepteren. Zwarte scholen scholen die voor meer dan de helft uit allochtone `achterstandskinderen' bestaan, staan integratie in de weg, vonden Tiel, Maassluis, Amersfoort, Zaanstad, Doesburg en Driebergen.

De resultaten op zwarte scholen het zijn er volgens het dagblad Trouw inmiddels ruim 580 zijn nog altijd slechter en kinderen houden er langer een taalachterstand. De gemeenten en schoolbesturen spraken af de allochtone leerlingen te verdelen, iets waar Gouda in de jaren tachtig al mee begonnen was. Scholen mochten nieuwe allochtone leerlingen doorsturen als het percentage allochtone leerlingen hoger was dan in de wijk. Bijzondere scholen, die kinderen mogen weigeren, beloofden dat niet meer te doen. Ouders, die door de vrijheid van onderwijs vrije schoolkeuze hebben, kregen speciale voorlichting. Tiel en Amersfoort stelden hier een speciale ambtenaar voor aan. Witte ouders moesten vaker voor de zwarte school in de buurt kiezen. Allochtone ouders moesten eerder een schoolkeuze maken, omdat ze hun kind vaak zo laat inschreven dat de meeste scholen al vol zaten en het kind automatisch op de zwarte school belandde.

Spreiden is een omstreden middel, omdat gemeenten een onderscheid naar etnische achtergrond maken. Bovendien zijn bijzondere scholen erg gesteld op hun vrijheid om leerlingen te weigeren. Maar politici omarmden het initiatief. Vorige week nog pleitte demissionair minister Van der Hoeven (CDA) voor vrijwillige spreiding. Ook multicultureel instituut Forum en SP-fractievoorzitter Jan Marijnissen zijn hier voor.

Maar zijn de allochtone kinderen in deze gemeenten nu inderdaad beter over de scholen verspreid? Landelijke gegevens ontbraken tot nu toe. Maar onderzoek van deze krant toont aan dat spreidingsbeleid op één uitzondering na weinig of geen effect heeft. In zes van de zeven gemeenten slaat het spreiden niet aan. Gouda en Doesburg zijn zelfs gestopt wegens gebrek aan succes.

,,Het is hier een beetje doodgebloed', erkent wethouder Bouman (SP) van Doesburg. Zijn voorganger Roest (D66) probeerde in jaren negentig de tweedeling in de achterstandswijk Ooy te voorkomen. De openbare school in die wijk had in 1997 meer dan 70 procent allochtone leerlingen. De scholen zouden de Turkse ouders in Ooy ertoe bewegen zich meer te verspreiden. Maar volgens Bouman bleek het onmogelijk om de allochtone ouders te bereiken. ,,Ze luisterden geïnteresseerd, maar waren er niet toe te bewegen hun kind elders naar school te sturen. Het bleek bovendien lastig voor hen om het vervoer te regelen.' De plannen werden omgegooid. ,,We kunnen onze energie beter besteden aan het verbeteren van de kwaliteit van de scholen in Ooy', zegt Bouman. ,,Dan komen de autochtone ouders vanzelf.'

Ook het project in Gouda is voortijdig afgeblazen. Hier zouden bijzondere scholen tot 15 procent allochtonen opnemen, openbare tot 25. De gemeente regelde busjes die de Marokkaanse kinderen naar een school in een witte buurt brachten. Maar toen het aantal allochtone achterstandsleerlingen bleef toenemen, weigerden de bijzondere scholen méér dan 15 procent op te nemen. Die kwamen terecht op de openbare scholen, die geen kinderen mogen weigeren.

In Amersfoort heeft de gemeenteraad vorige maand vergaderd over het stopzetten van het project. De raad wil doorgaan, maar vindt dat de voorlichting aan ouders moet worden opgevoerd. In Zaanstad is zulke voorlichting sinds 1996 verplicht. Wethouder Linnekamp (GroenLinks): ,,Wij wilden dat ouders niet langer hun schoolkeuze bepaalden op basis van de kleur van de kinderen op het schoolplein. Groot voordeel is dat ouders beter geinformeerd een keuze maken. Aan weigeren doen wij niet.' Maar uit een evaluatie van het SCO Kohnstamminstituut bleek dat de voorlichting niet hielp. Onderzoekster G. Ledoux: ,,Ouders hebben wel meer informatie, maar ze kiezen daardoor niet voor een andere school.' Het aantal zwarte scholen steeg er volgens Trouw tussen 1998 en 2002 van zes naar negen.

De gemeente Driebergen-Rijsbergen heeft zeven basisscholen. Net als vóór 2000, toen de gemeente en de scholen begonnen met spreiden, zitten alle allochtone kinderen op vier van de zeven scholen. Op drie daarvan is het aantal allochtone kinderen sinds de aanvang in 2000 met vijftien, ongeveer 1 procentpunt, afgenomen. Maar de vierde, De Uilenburcht, compenseert dat resultaat weer. Daar zijn er twaalf leerlingen bijgekomen. De drie `witte' basisscholen zijn nog altijd 100 procent wit. Wethouder N. Schravesande (Progressief Driebergen): ,,Scholen zijn zich bewust van het nut. Maar het ideaal, overal 9 procent allochtonen, is nog niet in zicht.'

In Maassluis is de segregatie sinds 1997 alleen maar gegroeid. Wethouder Groosman (VVD): ,,De scholen met de meeste allochtone kinderen trekken er alleen maar méér. En ze trekken juist weg uit de overwegend witte scholen.'

Er is één uitzondering. In de gemeente Tiel is de allochtone jeugd vanaf 1993 beter verdeeld. In achterstandswijk Tiel-West is, volgens afspraak, het percentage allochtone kinderen per basisschool niet hoger dan 40. Er zijn geen zwarte scholen meer. ,,Als een school over de 40 procent gaat, krijgen ouders die zich aanmelden een zeer dringend advies een andere school op te zoeken', zegt wethouder J. Litjens (CDA). Dat bleek te werken. Maar de keerzijde is dat twee van de drie basisscholen in Tiel-West dreigen te sluiten door gebrek aan leerlingen. Litjens: ,,De witte ouders blijven nog steeds weg. We hebben pas succes als de autochtonen terugkomen.'

Volgens de gemeente Maassluis zijn behalve de ouders vooral de bijzondere scholen `schuldig' aan het falen van het beleid. Wethouder Groosman: ,,Ze vragen een hogere vrijwillige ouderbijdrage. Ook weigeren ze nog steeds allochtone kinderen. Ik kan het niet hardmaken, maar kan het evenmin anders verklaren. Ze weigeren niet officieel, maar zeggen tegen allochtone ouders: `sorry, we zitten vol'.' Welnee, zegt bestuursvoorzitter Katja Smits van de Maassluise Montessorischool (9 procent allochtone leerlingen). ,,Wij weigeren niet, maar vragen van ouders dat ze de grondslag van het montessori-onderwijs onderschrijven. Voor veel allochtone ouders is de drempel om hier aan te kloppen gewoon erg hoog.'

Gerectificeerd

Driebergen

In het artikel De stille ondergang van een omstreden ideaal (15 februari, pagina 2) is sprake van de gemeente Driebergen-Rijsbergen. Het gaat om Driebergen-Rijsenburg.