De abrikozen zijn zacht in mijn Turkse winkel

Turks winkelen is niet zo goedkoop als je denkt, ontdekte Maartje Somers. Want je koopt geen zes tomaten, je wilt meteen een hele kist.

De slager schijnt ook geweldig te zijn, in elk geval staat het er elke zaterdag drie rijen dik. Maar als vegetariër kan ik niet oordelen over de lamsschouders aan haken in mijn Turkse winkel. Wel over de rest. Ik zou daarom toch graag de lof zingen van de Turkse winkel in het algemeen, de Turkse kruidenier in het bijzonder en mijn eigen Turkse winkel, Genco Oriental Food Centre in de 1ste Van Swindenstraat in Amsterdam Oost, op de allereerste plaats. Granaatappels en wilde spinazie in de winter, fleskalebassen en verse vijgen in de herfst, artisjokken en verse tuinbonen in het voorjaar en verse abrikozen in de zomer. Nu zegt u: die hebben ze bij Albert Heijn ook. Ja, maar: niet zoals bij de Turkse winkel. Hoog opgestapeld in bakken en kratten en lang niet allemaal even mooi. Soms hebben de abrikozen plekjes, bijvoorbeeld, dan koop je een hele kist en maak je jam. Daar staat tegenover dat de abrikozen bij mijn Turkse winkel niet in een netje en vervolgens nog in een belachelijk mandje van plastic zitten. Er staat ook tegenover dat in mijn Turkse winkel de abrikozen zacht zijn, niet hard als steen, en dat ze naar iets smaken: naar abrikoos.

Iets dergelijks geldt voor de tomaten; van de zomer nog: drie euro voor een hele kist. Plekjes wegsnijden, ontvellen, inkoken, groentebouillonblokje, pepertje, witte wijn en na het koken verse basilicum erbij en je hebt fantastische tomatensoep, eigenlijk meer concentraat, want zonder een druppel extra water.

Niet alleen in de mijne, in alle Turkse winkels hebben ze bossen munt en verse koriander. Niet drie takjes in een cellofaantje, opgehangen aan een haakje in het speciaal daartoe ontworpen kruidensegment in het voorgesneden-groente-koel-meubel, maar dikke, met een stevige grasspriet samengebonden bossen in een krat naast de spinazie – je ruikt ze voordat je ze ziet. Zoete aardappels die knapperig bruin worden in de oven met wat rozemarijn, olie en grof zout. Reusachtige winterradijzen – ik beschouw ze als opvolgers voor de nagenoeg onvindbare zwarte rammenas – en kleine courgettes – kleine zijn lekkerder dan grote. Reusachtige gestreepte meloenen tot ver in de nazomer, niet zoet maar eerder komkommerachtig; lekker voor warme nazomerdagen, of bij wijze van komkommer in sla. In sla is mijn Turkse winkel trouwens ook goed. Ze doen er aan de gangbare eikenbladkroppen benevens lollo rood en groen, maar vooral: ze hebben er in de zomer stevige Romeinse sla, verplicht voor Niçoise.

WERELDS KOKEN

Naast gangbare en minder gangbare groenten heeft mijn Turkse winkel nog andere handige zaken voor wie houdt van werelds koken. Feta en olijven, nepsaffraan gevouwen in prachtige papiertjes, bijvoorbeeld voor knalgele risotto met amandelen en geitenkaas. Oranjebloesemwater in groene flesjes met nostalgisch etiket (om rozijnen in te weken, heerlijk bij Marokkaans eten). Dadels. Allerlei soorten bonen, ook de modieuze typen als boter- en borlottibonen, in onmodieuze, goedkope blikken. Couscous en pasta van harde tarwe die stevig is, niet papperig zoals die van veel Hollandse en semi-Italiaanse merken. Toegegeven, aan een- of tweepersoonsporties doen ze in Turkse winkels niet. Maar een flinke zak rijst of pasta, amandelen, of walnoten (sla! taart!) vergaat niet in de keukenkast, en ik heb me altijd verbaasd over de schraalheid van die zes walnoten in dat piepkleine rode zakje van het Hollandse merk Baukje. Wat moet je daar nou in vredesnaam mee bakken?

Nee, mijn Turkse winkel is bepaald niet steriel. Er valt soms eten uit die kisten, de paprika's zijn niet afzonderlijk verpakt, en die plekjes zijn een regelmatig terugkerend fenomeen. Op de meiraapjes zit soms behoorlijk wat aarde en ik moet ze dus zelf wassen als ik thuis kom. Dat schijnen veel mensen lastig te vinden, maar mij kost wassen net zoveel tijd als met vochtige handen grip krijgen op zo'n plastic zakje.

Buiten liggen de goedkopere spullen uitgestald, en daar is het zaak dat je goed let op wat je koopt. Soms staat er een kist spinazie die echt niet meer kan. Soms is het noodzakelijk dat fruit bij thuiskomst onmiddellijk helemaal op te eten. Maar dat hoort bij het spel. Ik word zelf geacht kennis van zaken te hebben, erop te letten dat ik goede spullen koop. Dat bevalt me. Ik word hier behandeld als een volwassene, niet als een kind. Er staat bij de pruimen geen bordje met een foto van pruimen, met daaronder de tekst: Pruimen. Er wordt me bij de broccoli niet, via nog zo'n bordje, verteld: `Broccoli! Tip: Even kort gestoomd het allerlekkerst!' Ik hoef hier de dag niet te proeven, noch op foto's suggesties van uitbundige eetmomenten te bekijken om in opgewekte shopstemming te komen. Niemand maalt er in mijn Turkse winkel om mijn humeur.

OPSCHIETEN

Er is geen ruis. Geen gerommel met airmiles en bonusconstructies en gratis koffie, geen computers, bestsellers en andere spullen voor de tijd dat ik geen boodschappen doe. Ik krijg mijn wisselgeld en de ogen van de jongen achter de kassa gaan al naar de rij achter me. Ik moet opschieten.

Heb ik dan niets te klagen? Jazeker; halfvolle zuivel is een begrip dat Turkse winkels niet kennen, van een kipvriendelijk ei hebben ze er nooit gehoord, en aan groentebouillonblokjes doen ze niet. Het is soms wel erg chaotisch in mijn winkel, veel Marokkaanse en Turkse bezoekers lijken hun auto het liefst in de zaak te willen parkeren en laten de motor draaien – per fiets de boodschappen halen doen alleen autochtonen.

Mijn grootste bezwaar: mijn Turkse winkel kost mij een flinke hoop geld. Daar winkelen is lang niet zo goedkoop als ik steeds geneigd ben te denken. Gedeeltelijk is dat mijn eigen schuld. Als ik die kleurige kisten zie, vergeet ik de trefwoorden klein huishouden, verantwoord inkopen en verspilling tegengaan. Op de een of andere manier gaat boodschappen doen er alleen met bergen tegelijk. Ik koop in mijn Turkse winkel dus altijd te veel.

    • Maartje Somers