Cricketer worden of in de goot eindigen

Geboren in District Six in Kaapstad kwam Dik Abed (56) via Engeland in Nederland terecht. In 1982 en 1983 speelde hij acht wedstrijden als aanvoerder voor het Nederlands elftal. Voor het WK cricket is hij terug op de plek waar zijn geboortehuis stond.

Als kleurling waren de Nederlanders voor hem synoniem voor de blanke overheersing van zijn vaderland. De uitvinders van de apartheid. Toen hij in 1967 als 21-jarige zijn cricketgeluk in Engeland ging zoeken, nam hij zich voor door heel Europa te gaan reizen, maar niet naar Nederland. Tijdens een van die reizen ontmoette hij op de boot tussen Italië en Griekenland zijn Nederlandse vrouw Janny en dus kwam hij in 1977 uiteindelijk in de Nederlandse cricketwereld terecht.

Dick Abed speelde voor VRA in Amsterdam en later voor HBS in Den Haag. Na vijf jaar werd hij Nederlander en kon hij voor het nationale team uitkomen. Nog steeds is hij in Nederland actief als cricketcoach. Na VRA, Quick Den Haag nu zijn oude club HBS, waar ook zoon Rahul speelt.

Voor het WK cricket is Abed met zijn familie teruggekeerd naar zijn vaderland. Hij is geboren en opgegroeid in de wijk District Six in Kaapstad. Dit was een `blank' en werd uiteindelijk door bulldozers met de grond gelijkgemaakt. De tachtigduizend, voornamelijk niet-blanke bewoners werden verjaagd. Slechts de kerk en de twee moskeeën bleven staan in een troosteloze puinhoop. Aan de godshuizen durfden de overheersers niet te komen en die gebouwen zijn de enige die nu nog over zijn van de oorspronkelijke bebouwing.

Abed: ,,De vernietiging van de wijk heeft tien jaar geduurd. Je kon niet in een keer alle bewoners verplaatsen. De overheid kocht onze woningen op voor ongeveer tien procent van de werkelijke waarde. Verplicht. We hebben als oude bewoners vorig jaar een proces gewonnen en krijgen nu nog een compensatie. Voor onze hele familie vierduizend euro'', vertelt hij in het District Six Museum, dat de herinnering aan die oude hechte volkswijk in stand houdt.

Zijn familie bestaat nog uit acht van de negen kinderen die de afbraak tijdens hun jeugd meemaakten. ,,Langzaam, straat voor straat kwam de totale vernietiging. We waren hier onaantastbaar, dachten we. De politie durfde hier niet naar binnen. Er waren bendes die elkaar bestreden met messen, zwaarden, stokken maar geen pistolen. Ze hielpen elkaar ook, maar dan tegen de gezamenlijke vijand: de blanke overheid.''

Abed was geen crimineel. Hij was met zijn broer Ghulam alleen maar bezig met sport. Voornamelijk cricket, maar Ghulam deed ook aan rugby. ,,Hij was daar zo goed in dat iedereen vond dat-ie voor Zuid Afrika zou moeten spelen. Maar dat kon niet. Hij was kleurling en het nationale team was alleen voor blanken.''

Drie weken geleden, ofwel 41 jaar later, kwam Ghulam Abed over uit Engeland, waar hij als cricket- en rugbyprofessional zijn geld verdiende, om alsnog een rugbyblazer van de Zuid-Afrikaanse Springbokken te krijgen. ,,Ze proberen wat goed te maken uit het verleden. Bij cricket zal het wel niet zover komen'', zegt Dik Abed over het late eerbetoon aan zijn broer.

Hij is zichtbaar geëmotioneerd tijdens het bezoek aan het District Six Museum. Hij bekijkt de foto's van de verdreven bewoners en vooral die van zijn familieleden. Hij is overigens niet de enige van de tachtigduizend verjaagden die terugkeren naar District Six. Ze schrijven teksten op witte doeken, die daarna geborduurd worden en aan de wanden van het museum hangen. Er is geen plaats meer, want men heeft inmiddels bijna twee kilometer borduurdoek.

Dik Abed schreef ooit `Ik verliet District Six in 1967 op zoek naar een plek in de zon en vond het in Nederland'. Abed over dat vertrek: ,,Ik geloofde in 1967 niet in het opheffen van de apartheid. Ik wilde mijn eventuele kinderen in vrijheid opvoeden. Het is mooi dat het nu in Zuid-Afrika toch zover is gekomen, maar we mogen het verleden niet vergeten. Deze plek is mij daarvoor te dierbaar. In dit museum leren we van het verleden''.

Abed ontkent haatdragend te zijn, maar hij begrijpt niet waarom het veertig jaar geleden niet was zoals nu. ,,Gisteren zag ik een paar zwarten lopen met hun hoofden trots opgeheven in de zon. De zwarten hadden het in mijn jeugd nog veel slechter dan wij. Toen liepen ze allemaal gebogen. Kijk nu eens.''

Op de dag voordat de Nederlandse cricketers tegen Engeland spelen, bekruipt hem de trots dat zijn geboorteland op dit WK de hele internationale cricketwereld ontvangt. Hij is blij met de deelname van Nederland. ,,Jammer dat de Nederlanders nooit zullen leren gedisciplineerd cricket te spelen. Het gaat in Nederland allemaal te makkelijk. Iedereen wil meepraten.''

Respect voor elkaar en enorme zelfdiscipline. Zo beoefende Dik Abed zijn hele leven de sport waaraan hij verslaafd is. De discipline die hij in de keiharde omgeving van District Six leerde. ,,Daar heeft het leven mij gevormd. Zo is het met de meeste cricketers uit de minder ontwikkelde gebieden. Voor spelers uit Sri Lanka, West-Indië, India en Pakistan is het vaak: cricketer worden of in de goot eindigen.''