Blair nadert zijn moment van de waarheid

De Britse premier Tony Blair zal, nu zijn bevolking zich in de crisis rondom Irak van hem afwendt, ongetwijfeld wensen dat hij de diepe innerlijke wijsheid en de overtuigingskracht van Winston Churchill had, meent

Een Britse soldaat staat uitdagend op de witte rotsen van Dover en schudt zijn vuist. Het onderschrift luidt `VERY WELL, ALONE!' Het is de beroemde spotprent uit 1940 van David Low, een klassiek Brits zelfportret. En nu staat daar Tony Blair.

Natuurlijk heeft Blair wel degelijk belangrijke bondgenoten in Europa en aan de overkant van de Atlantische Oceaan, anders dan Winston Churchill in 1940. Maar hij mist op het ogenblik de steun van zijn eigen volk. Volgens de opiniepeilingen zou op het ogenblik maar iets meer dan een derde van de Britten een oorlog met Irak goedkeuren. Zijn eigen partij in het Lagerhuis kan de premier wel schieten als hij opstaat om George W. Bush te verdedigen. En vandaag verzamelen zich misschien wel een half miljoen mensen in Londen om tegen de oorlog te betogen.

Waarom staat hij daar zo en riskeert hij zijn hele politieke toekomst voor verre ruzies in een land waar we niets van afweten, om de befaamde uitspraak van Neville Chamberlain aan te halen? Het eerste en belangrijkste antwoord zou wel eens kunnen zijn: Winston Churchill. Downing Street is nog altijd doortrokken van de geest van Churchill, die tot de verbeelding spreekt van alle Britse jongens van Blairs generatie (die ook mijn generatie is). Het voorbeeld van Churchill zegt: probeer nooit een dictator zoet te houden. Het zegt: wat je ook doet, blijf dicht bij de Verenigde Staten. Het zegt ook: desnoods alleen. En Churchill ging toch ook fel in tegen de Britse publieke opinie, die in meerderheid voor verzoening was voordat hij haar in 1940 meekreeg voor een oorlog? En zo is Blair van mening, net als Churchill, dat het de taak is van een leider de publieke opinie te leiden, niet te volgen.

Er zijn natuurlijk nog andere redenen. In zijn steeds presidentiëler regeerstijl, nu al meer dan zes jaar gewend aan een grote parlementaire meerderheid en een zwakke Conservatieve oppositie, vertoont Blair trekjes van hoogmoed. Bovendien heeft hij zichzelf diplomatiek tot op zekere hoogte in de hoek gedreven. Zijn strategische keus na de terreuraanslagen van 11 september 2001 was blijvende solidariteit te betuigen met een Amerika dat zich `in oorlog' voelde. Zoals Churchill tegenover Roosevelt stond, zo staat Blair tegenover Bush. Maar de verbondenheid met de regering-Bush leidde afgelopen september tot de stappen tegen Irak – en de logica van `invloed op Washington door er dichtbij te blijven' leidt onverbiddelijk tot waar we nu zijn.

Gelooft hij daar echt in? Denkt hij werkelijk dat de geloofwaardige dreiging van militair optreden de enige manier is om een eind te maken aan het reële gevaar dat een gestoorde dictator als Saddam Hussein massavernietigingswapens krijgt en die vervolgens gebruikt of aan terroristen doorspeelt? Hij zegt van wel. Of liever gezegd, volgens mij: hij denkt van wel. Hij heeft pas nog met zo te zien hartstochtelijke overtuiging (vergeefs) geprobeerd een Brits televisiepubliek hiervan te overtuigen. Maar als je hem 's nachts in het donker een waarheidsserum zou inspuiten, weet ik zeker dat hij de meeste twijfel zou delen die ruimdenkende internationalisten als ikzelf koesteren over de koers die wordt gevolgd door de regering-Bush.

Hij troost zich met het feit dat hij, anders dan Churchill in 1940, niet alleen staat onder de landen van Europa. Silvio Berlusconi, José María Aznar, Václav Havel van de Republiek Tsjechië, de post-communistische premier van Polen en de leiders van inmiddels zo'n veertien andere Europese landen hebben brieven van transatlantische solidariteit en steun ondertekend. Maar in hun eigen landen staat de publieke opinie meestal in meerderheid achter het standpunt dat Frankrijk en Duitsland innemen.

Als hij vandaag kijkt naar de grote betoging in de straten van Londen, zal Tony Blair ongetwijfeld wensen dat hij de diepe innerlijke zekerheid van Winston Churchill had. En de overtuigingskracht die Churchill de Nobelprijs voor literatuur opleverde. Die heeft hij nu harder nodig dan ooit in zijn hele, opmerkelijke politieke loopbaan. Dit is zijn moment van de waarheid.

Timothy Garton Ash is schrijver en fellow van het St. Anthony`s College in Oxford.