`Aanslagen niet goed te vermijden'

De overheid kan vitale infrastructurele objecten niet beschermen tegen terroristische aanslagen zolang er geen concrete dreiging bestaat. Daartoe ontbreken de middelen en het personeel. Dat zegt B.R. Visser, directeur-generaal Beveiliging en Crisisbeheersing van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Met het oog op een mogelijke oorlog in Irak geldt op veel locaties, bij overheden en bedrijven, verhoogde waakzaamheid. Voor de beveiliging van risico-objecten staan gemeenten, politie- en brandweerkorpsen in contact met het Nationaal Coördinatiecentrum (NCC), de ambtelijke organisatie die bij rampen coördineert. Zo werden gisteren in Zuid-Limburg de burgemeesters nog eens geïnstrueerd door politie en brandweer over veiligheidsmaatregelen. Bij kwetsbare bedrijven en overheidsinstellingen zijn intern veel maatregelen genomen om de veiligheid te verhogen. De overheid is druk bezig met voorbereidingen op mogelijke terreuracties. Maar concrete dreigingen zijn er niet, zegt Visser, die op zijn departement leiding geeft aan het NCC.

Pas als politie en inlichtingendiensten over concrete dreigingsinformatie beschikken, worden specifieke maatregelen genomen bij objecten als chemische installaties, energiecentrales, luchthavens en tunnels. ,,We hebben draaiboeken klaarliggen voor allerlei situaties. We kijken naar wat we ons kunnen voorstellen dat er zou kunnen gebeuren. Maar je kunt niet alles weten, je kunt niet alles voorkomen.'' Volgens Visser vallen er ,,moeiteloos honderden objecten te bedenken'' die in aanmerking komen voor een aanslag. ,,Als je al die objecten specifiek wilt beveiligen dan gaat dat de grenzen van politie en leger te boven.''

ZATERDAGS BIJVOEGSEL pagina 25