Aanklacht tegen Šešelj ingediend

Het Joegoslavië-tribunaal heeft gisteren een aanklacht ingediend tegen de radicaal-nationalistische Servische politicus Vojislav Šešelj wegens misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Šešelj heeft steeds gezegd dat hij zich zal melden bij het VN-tribunaal in Den Haag wanneer hij wordt aangeklaagd, om de aanklacht te weerleggen. Šešelj (48), vice-premier onder Slobodan Miloševic, wordt beschuldigd van acht misdaden tegen de menselijkheid en zes oorlogsmisdaden tussen augustus 1991 en september 1993. Volgens de aanklagers is hij verantwoordelijk voor de etnische zuivering van grote delen van Kroatië, Bosnië-Herzegovina en Servië.

Šešelj gold als een van de fanatiekste aanhangers van het `Groot-Servische' gedachtegoed. Hij riep op tot haat en zette paramilitaire groepen in de oorlogen in Kroatië en Bosnië aan tot deportaties. Volgens de aanklacht indoctrineerde Šešelj ,,met zijn extreme etnische retoriek'' zijn recruten zodat ze ,,opvallend gewelddadig en wreed'' de oorspronkelijke bevolking verdreven.

De 48-jarige Šešelj richtte in 1989 een eigen Servische Cetnik Beweging op, later omgedoopt in Servische Radicale Partij (SRS). In de Kroatische (1991-1995) en de Bosnische (1992-1995) oorlog stuurde hij zijn eigen SRS-militie op pad. De Cetniks vochten samen met milities als de `Tijgers van Arkan'. Šešelj heeft steeds bestreden dat zijn manschappen in Kroatië en Bosnië aan etnische zuiveringen hebben meegedaan. Hij zelf heeft niks anders gedaan dan vrijwilligers ronselen, 10.000 in getal. ,,En dat is geen oorlogsmisdaad'', zei hij onlangs in een vraaggesprek. Šešelj is een populaire Servische politicus. Bij de Servische presidentsverkiezingen van eind vorig jaar drong hij door tot de tweede ronde en kreeg hij meer dan één miljoen stemmen; bijna veertig procent van het totaal.