Column

'

Een kogellamme koningin die tijdens een etentje in slaap dommelt, een incompetente schoonvader die een Dominicaanse huishoudster bezwangerd heeft en in andermans belastingaangiften en geheime dossiers van de Sociale Dienst snuffelt, een ruftend rijk broertje dat jaloers is op de sportauto van zijn nieuwe zwager, een welgemeend fuck you dat door de koninklijke paleizen galmt, neefjes die gewoon over iets anders gaan praten als de blaaskakerige hoofdpersoon begint te babbelen, afluistermicrofoons, onderschepte post, een hofdame die weigert een hand te schudden, een vlag met een tweedehands familiewapen, die op de huwelijksdag hoger wappert dan het vaatdoekje met het wapen van de familie van zijn vrouw, enzovoort, enzovoort. De hoofdfiguur is ook nog een bijstandsbaron, die amper geld heeft om de jaarlijkse contributie van de hockeyclub Amsterdam te betalen, en hij bezit uiteindelijk geen druppel blauw bloed. De baantjes die hij aan zijn schoonouders opgaf kloppen ook niet en ik laat de nitwit met zijn prinses in een veel te groot kasteel in Frankrijk wonen. Vaak doolt hij er waanzinnig doorheen.

Dit zijn de ingrediënten van mijn nieuwe musical Oranjebitter die ik volgend seizoen een zestal weken in Carré ga spelen. Ikzelf speel de rol van Willem van Rottenberg tot Nieuwkerk, een operettefiguur, die een meisje bij een prettig gestoorde moeder weghaalt. Die moeder klaverjast dagelijks met berken en kastanjes en zit in een discussiegroep met negen vrolijke dolfijnen. Het wordt geen soloprogramma. Ik speel met een aantal acteurs en actrices plus een stevig zootje figuranten, die ik van het Leids en Amsterdams Studentencorps haal. Een en dezelfde actrice speelt alle prinsessen, die stuk voor stuk ministersdochters zijn. Bekakte tongval en alles wat ze aanroeren is onbelangrijk.

Na de pauze komt de maffiose bruiloft in een Franse kathedraal en dan laat ik de foute schoonvader van een andere prins opduiken. Hij heeft kleverige bloedhandjes, is geweigerd op het huwelijk van zijn eigen dochter, maar grijpt nu de kans om bij deze charlatans toch nog een tweedehands koninklijk huwelijkje mee te pikken. Voor het fotoalbum.

Het wordt mijn musicaldebuut en ik schrijf niet onder de naam Youp van 't Hek, maar domweg onder mijn nieuwe artiestennaam Apostrof! Vorige week zag ik dat ik volgens de lezers van deze krant de populairste cabaretier van Nederland ben. Eerlijk gezegd wist ik het al. Sterker nog: ik ben het niet alleen volgens lezers van deze krant, ik ben het volgens heel Nederland. Terecht. En ik heb van alle cabaretiers ook nog eens de grootste bek, de dikste kop, het meeste geld en de mooiste vrouw. Dat laatste doet niet terzake, maar is wel mooi meegenomen.

Nu ik een nieuwe rol ga spelen en zich een nieuwe fase in mijn artistieke leven aandient, is het ook tijd om me een andere identiteit aan te meten. Eerst wilde ik gaan werken onder mijn letter. Gewoon Y, maar helaas was iemand anders mij voor. Ik wil nog verder gaan dan de schrijver en hou uit mijn naam alleen de apostrof over. Dus volgend jaar zegt u tegen elkaar: `Heb jij de nieuwe Apostrof al gezien?'

De première van `Oranjebitter' is op zaterdag 18 oktober in Carré en na zes weken verhuizen we voor twee maanden naar het Nieuwe Luxor in Rotterdam. Voor de première ga ik met de recensenten van de Volkskrant, Telegraaf, NRC, Parool en Trouw bij de buren eten, het Amstel Hotel dus. De recensent van het AD mag niet mee. Niet omdat hij altijd lullig over me schrijft, maar omdat die krant tegen die tijd verfrommeld is tot een Dordts sufferdje. Mijn manager zal na het diner de door mij geschreven recensies aan de kritische journalisten uitdelen. Ze mogen kiezen uit drie koppen. Apostrof overtreft zichzelf, Apostrof zweeft boven de Olympus of Magistraal begin van een machtig epos. En vooral de scène waar ik als Willem van Rottenberg tot Nieuwkerk de vloer aanveeg met alle collega-cabaretiers, die ik uitmaak voor te zwaar geschapen nitwits, zal ik prijzen.

`Oranjebitter' is niet de eerste, maar de nulde van een serie koningsdrama's. En aan het eind verschijnen ze in boekvorm. Zevenhonderd bladzijdes. En ik ga proberen dikker dan mijn boek te blijven.