Voorspellen in oorlogstijd is gevaarlijk

Grote verliezen, grote omzichtigheid bij de grote bedrijven. ,,En dan nu onze vooruitzichten die geen vooruitzichten zijn.'' Toch gaat het beter dan het lijkt.

Alle dreigende bommen en granaten ten spijt: goed nieuws vanuit het Nederlandse bedrijfsleven. Het aantal winstwaarschuwingen zal dit jaar beperkt blijven. Niet omdat het zo lekker draait, maar omdat bestuurders zich nauwelijks over de toekomst durven uit te laten. En zonder winstprognose is een winstwaarschuwing niet nodig.

De afgelopen dagen presenteerden de eerste beursfondsen hun resultaten over 2002. En dat was geen vrolijk gezicht. In de regel forse winstdalingen of zelfs grote verliezen, afnemende werkgelegenheid en zelden een blijk van optimisme. Door de dreigende oorlog in het Midden-Oosten onthouden de meeste bedrijven zich liever van een prognose. ,,En dan nu onze vooruitzichten die geen vooruitzichten zijn. We hebben een goed gevoel over de kosten, maar de consequenties van Irak zijn totaal niet in te schatten'', aldus ABN Amro-bestuurder R. Groenink gisteren. Van de AEX-fondsen durfde alleen Unilever het deze week aan om met concrete prognoses te komen: 10 procent winstgroei. Shell heeft nooit winstprognoses gegeven, maar het energieconcern hield nu zelfs een slag om de arm bij de verwachte productiegroei; een verwachting die nog maar enkele maanden geleden was verlaagd.

,,Wij zijn er klaar voor als de economie aantrekt en `Irak' achter de rug is'', is het favoriete statement van de top. De voorzichtigheid is niet zonder reden: de beurs straft een winstwaarschuwing nu zo hard af dat voorspellen in oorlogstijd een gevaarlijke bezigheid is. Na een handvol winstwaarschuwingen is van de beurskoers van kantoorartikelenhandelaar Buhrmann weinig meer over.

Toch is het niet helemaal de schuld van Saddam. De afgelopen jaren was er altijd wel een aanleiding om een slag om de arm te houden: de oorlog in Kosovo, de aanslagen van 11 september, Afghanistan en nu de aanloop naar een oorlog in het Midden-Oosten.

Er is nog een andere reden om niet al te zeer te somberen: de forse winstdalingen lijken dramatisch, maar de onderliggende operationale winsten (zonder bijzondere posten als afboekingen en pensioenlasten) laten zien dat de meeste AEX-fondsen wel tegen een stootje kunnen.

Illustratief is het elektronicaconcern Philips, dat over 2002 een verlies laat zien van 3,26 miljard euro, nog 700 miljoen euro slechter dan het recordverlies uit 2001. Maar zonder afboekingen op de deelnemingen (Vivendi, AtosOrigin) komt het concern uit op een winst van 208 miljoen euro: dat is op de omzet van Philips weliswaar een marginaal resultaat, maar gezien de economische terugval in 2002 is het verschil met het verlies een jaar eerder (779 miljoen) opvallend. Dat de economische groei in Nederland het laagst was sinds 20 jaar, weerhield Unilever Nederland er niet van de winstmarge (winst als percentage van de omzet) van 13,8 naar 15,3 procent te verhogen.

Net als bij Philips laat ook de nettowinst van ABN Amro, Buhrmann, DSM en Unilever een somberder beeld zien dan de daadwerkelijke gang van zaken. Vooral de toenemende pensioenlasten leggen een forse druk op de winstcijfers, zeker in vergelijking met eerdere jaren toen overwinsten van de fondsen nog in de bedrijfskas werden gestopt.

Vooral het snijden in de kosten zorgt ervoor dat de winstgevendheid ook in barre tijden overeind blijft. Gevolg is wel dat grote aantallen banen op het spel staan. Alleen al bij Unilever en Philips zijn het afgelopen jaar in totaal 40.000 banen gesneuveld.

Tot euforie op de beurs leidt de solide winstgevenheid van de AEX-fondsen niet. ABN Amro presenteerde gisteren een recordwinst (geschoond voor bijzondere posten) en moest genoegen nemen met een dubbeltje koerswinst. Shell moest ondanks beter dan verwachte cijfers over het vierde kwartaal een koersdaling incasseren.

En de topmannen kunnen op hun beurt de beleggers niets verwijten: die zijn net zo onzeker als zij.