Tachtig op de snelweg, en alleen om de dag

Nederland heeft voor 167 dagen oliereserves liggen in de havens en in Duitse zoutkazernes. En een scenario voor minder rijden.

Automobilisten rijden met 80 kilometer per uur op de snelwegen. Als ze geluk hebben, want wie een oneven nummerbord heeft, zal tot morgen moeten wachten. En op zondag wordt er al helemaal niet gereden, tenzij het gaat om essentiële diensten, zoals bijvoorbeeld brandweer en politie, het rondbrengen van eten aan alleenstaande hulpbehoevenden en het vervoer van lijken. Op radio en televisie wordt voorlichting gegeven over brandstofbeperking. En uit de geheime voorraden van de overheid worden ruwe olie en brandstof vrijgegeven om de grootste schaarste te voorkomen.

Zo ziet Nederland er uit bij een oliecrisis. De mondiale oliemarkt was al krap door de stakingen in het olieproducerende Venezuela, en een mogelijke aanval onder Amerikaanse leiding op Irak kan de aanvoer nog verder afknijpen.

Een snel Amerikaans succes echter, zonder extra onrust in het Midden-Oosten, zal de oliemarkt niet van zijn stuk brengen. Maar het kan ook anders lopen. Mocht er daadwerkelijk olieschaarste ontstaan, dan liggen in Nederland, en alle andere westerse landen die zijn aangesloten bij het Internationaal Energie Agentschap (IEA), scenario's klaar om de binnenlandse vraag naar olie en brandstoffen met 7 tot 10 procent te verminderen, en strategische voorraden aan te spreken. Die voorraden zijn in beginsel goed voor 100 dagen verbruik.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken is het aan het kabinet om te beslissen welke mix van vraagbeperkende maatregelen er ten uitvoer zal worden gebracht. Zo kan de maximumsnelheid worden teruggebracht tot 90 kilometer per uur, maar ook tot 80 kilometer per uur.

Een autoloze zondag is tot in de details geregeld, en in het uiterste geval zouden bijvoorbeeld auto's met even en oneven nummerborden om de dag mogen rijden. Benzine gaat niet op de bon. De handel in bonnen die daardoor op gang zou kunnen komen is ongewenst, en bovendien is de hele procedure tijdrovend en ingewikkeld.

Het vrijgeven van de strategische olie- en brandstofreserves zal internationaal worden gecoördineerd door het IEA. Voor Nederland liggen die reserves onder meer in de Rotterdamse en Amsterdamse havengebieden, en er is een deel ondergebracht in Duitse zoutkazernes, ruimtes die een kilometer onder het aardoppervlakte liggen. Vijftien van de honderd dagen strategische voorraad komt in de vorm van bedrijfsvoorraden, die bedrijven maandelijks moeten aanmelden bij Economische Zaken. Van de voorraad is 55 procent ruwe olie en 45 procent benzine en diesel.

Die honderd dagen zijn voldoende, maar de positie van Rotterdam, met zijn enorme raffinaderijen en opslagbedrijven, maakt dat er in Nederland in de regel veel en veel meer olie voorhanden is. Klaus Jacoby, hoofd van de emergency response division van de IEA: ,,Nederland is een van mijn beste landen, het heeft momenteel een voorraad van 167 dagen.'

Minder is Jacoby te spreken over de regeling die het mogelijk maakt dat een gedeelte van de Nederlandse reserves in beheer is van bedrijven. Dit brengt het risico mee dat bedrijven olie die tijdelijk ergens opgeslagen ligt, maar al wel bijvoorbeeld verkocht is, ten onrechte opgeven als onderdeel van de strategische reserve. [Vervolg RESERVES: pagina 13]

RESERVES

'Reserves moeten fysiek ergens liggen'

[Vervolg van pagina 1] ,,Je kunt het maar beter ergens fysiek hebben liggen, in speciale opslag die voor de reserves is gereserveerd.' Jacoby zegt dat het IEA speciaal kijkt naar het systeem om te zien of dit niet het niveau van de reserves in gevaar brengt. Volgens het IEA hebben vrijwel alle lidstaten de afgelopen maanden de voorraden op peil gebracht. Zelfs Griekenland, dat in het verleden vaak te weinig olie had opgeslagen, heeft volgens Jacoby de zaak nu op orde. Een ander Zuid-Europees land, welke wil Jacoby niet zeggen, heeft nog wel een ,,structureel probleem'.

Directeur Hendrik-Jan Beverdam van de Cova, het centraal orgaan voorraadvorming aardolieproductie, dat de reserves in Nederland onder zijn hoede heeft, zegt dat de regeling absoluut geen risico's geeft. ,,De bedrijven moeten elke maand bij het ministerie melden wat zij hebben en waar. Dit wordt bovendien gecontroleerd door de douane. We hebben in Nederland een van de beste controlesystemen', aldus Beverdam. Of Nederland inderdaad voor 167 dagen aan voorraad heeft weet hij niet, omdat lastig te overzien is hoeveel de bedrijven hebben buiten de reserves die zij moeten aanhouden. ,,Maar Nederland heeft wel exceptioneel veel voorraad voor een klein land.'

Het moet dus wel heel erg worden wil Nederland daadwerkelijk in de problemen komen. De gunstige positie van vooral Rotterdam als overslaghaven helpt daarbij. In de nasleep van de Yom-Kippuroorlog tussen Israel en zijn buurlanden, in 1973, werd Nederland door de Arabische olielanden uitgepikt voor een boycot. De gordijnen moesten dicht, de auto's reden niet op zondag en premier Den Uyl drukte het volk op het hart dat het ,,nooit meer zou worden zoals het was'. Naderhand bleek dat het met de olietoevoer juist toen wél bleef zoals het was. In een brief aan de Tweede Kamer in 2001 schreef de toenmalige minister van Economische zaken Jorritsma dat naderhand is geconstateerd dat de olietoevoer in die tijd niet minder was dan in andere Europese landen. En dat de bedrijfsvoorraden, met dank aan Rotterdam, ruim voldoende bleken.

Gerectificeerd

Zoutcavernes

In het artikel Tachtig op de snelweg, en alleen om de dag (14 februari, pagina 1) staat dat een deel van de Nederlandse strategische oliereserves is ondergebracht in Duitse zoutkazernes. Bedoeld zijn Duitse zoutcavernes.