Snijdende kou

Onze voetstappen zakken weg

En laten de grijze stilte achter.

De transsubstantiatie van water in ijs

Laat je zonder haperen voortgaan.

De meester van halffiguren

Leeft zich uit in schimmig verglijden:

Het krassen klinkt als leidraad.

Als ijsschilfers verliest de dode snoek

Zijn schubben, zijn diepvriesvlees

Een prooi voor het hongerig gedierte.

Roerdompveren verwaaien als gebladerte

In het niemandsland van rietkragen,

Het doods karkas in bloederige donsveren

Doet je grijnzen om de wederopstanding.

De stutbalken van ijs klinken als zolderstappen

De holle huid van water kraakt

En heeft de rilling van de wind.

Wij verdwijnen in de mistige verte

Als veegsel van potloodslijpsel.

    • Jan Wolkers