Sla er niet naast, beul

De Mexicaanse bandiet en revolutionair Pancho Villa raakte in 1923 dodelijk gewond bij een aanslag. Tegen een journalist sprak hij zijn laatste woorden: `Schrijft u maar dat ik in ieder geval iets gezegd heb'. Rustig sterven was niet weggelegd voor de Mexicaan, hij wist hoeveel betekenis het nageslacht hecht aan laatste woorden. `Om niet in de pijnlijke situatie te geraken zonder een passend laatste woord afscheid te moeten nemen', schrijft Werner Fuld, `zal men er bijtijds aan moeten denken'. Winston Churchill had er niet zo goed over nagedacht, toen hij afscheid nam met `het is allemaal zo saai'.

Werner Fuld, een Duitse schrijver en recensent, stelde een Lexicon van laatste woorden samen. In de inleiding vertelt hij dat de eerste verzamelbundels in de tweede helft van de negentiende eeuw gepubliceerd werden in Engeland en de Verenigde Staten. Dat is niet toevallig, een vast ingrediënt van de openbare terechtstellingen aldaar waren de laatste woorden, door de veroordeelde meestal uitgesproken tegen de beul. De Engelse humanist en staatsman Thomas More, beschuldigd van hoogverraad, zei in 1535: `Mijn nek is erg kort, zorg dat je er niet naast slaat'.

Montaigne koesterde in de zestiende eeuw al het plan voor een verzameling van laatste woorden van beroemde mannen. Hij dacht dat mensen op het moment van overlijden de waarheid spraken; met een leugen zouden ze immers Gods genade verspelen. Montaigne rekende echter buiten de leugenachtigheid van de overlevering; laatste woorden worden vaak verfraaid, als ze de stervende al niet in de mond gelegd zijn. Een goed voorbeeld is Goethes `Meer licht!'. Een symbolische uitspraak, die in de oorspronkelijke versie veel prozaïscher klonk: `Doe toch de luiken open, zodat er meer licht binnen komt!'.

Als de stervenden zich niet tot de beul richtten, dan wel tot God. De graaf van Egmond deed dat, toen hij in 1568 door de Spanjaarden onthoofd werd (`Heer, aan uw handen vertrouw ik mijn geest toe') en Heinrich Heine deed dat, in 1865 (`God zal me vergeven, dat is nu eenmaal zijn beroep'). Verrassender is het als een geestelijke zich op het laatste moment van het geloof afwendt, zoals de Britse dominee Thomas Hunter, in 1700 opgehangen op beschuldiging van moord: `Er bestaat geen God. Ik geloof niet dat er verder nog wat is. En als er wel wat is, dan zal mij dat worst zijn.'

Al met al is het Lexicon van laatste woorden geen boek om van voor naar achter uit te lezen. Het is wel nuttig dat het boek bestaat. Wie zijn einde voelt naderen, kan zeker een paar ideeën opdoen.

Werner Fuld: Lexicon van laatste woorden. Bert Bakker, 202 blz. €17,50