Schröders gok

BONDSKANSELIER SCHRöDER van Duitsland speelt sinds de verkiezingsstrijd van vorig jaar september va banque. Zijn politieke instinct is in orde, ofschoon hij een beginnersfout maakte door het woord `nooit' te gebruiken. `Nooit' zal Duitsland meedoen aan een oorlog tegen Irak. Hij verwoordt wat velen in de Bondsrepubliek denken: we willen niet bij zo'n oorlog betrokken raken. Beter dan zijn politieke opponenten heeft hij deze stemming aangevoeld. Maar nadat zijn coalitie de meerderheid in de Bondsdag haalde, en Schröder kanselier kon blijven, had hij olie op de golven moeten gooien. Een diplomatiek offensief richting Washington was gepast geweest. Schröder koos voor de confrontatie, deels uit overtuiging, deels uit politiek opportunisme. Hessen en Nedersaksen moesten immers nog naar de stembus. Maandenlang heeft de kanselier er alles aan gedaan om het ongemak tussen hem en Amerika, Duitslands belangrijkste bondgenoot, te vergroten. Het omgekeerde was ook het geval. Washington sloeg hard terug. Duitsland – dat was het `oude Europa'. Later werd het krenkend en ten onrechte in één adem met Cuba en Libië genoemd.

De Duitse politiek van vredesprediking dwingt respect af. Tegelijkertijd is evident dat Schröder gijzelaar is geworden van zijn eigen principiële koers. Het buitenlands beleid van Berlijn, sinds de Koude Oorlog stoelend op het uitgangspunt dat de Bondsrepubliek het bruggenhoofd is tussen het continentale Europa en de Atlantische partners Engeland en Amerika, is van zichzelf vervreemd. Duitsland lijkt in een doodlopende straat gemanoeuvreerd en dat heeft de verhoudingen in de Bondsdag en in de rood-groene coalitie danig verscherpt. De imagoschade is groot. De reputatie van de Bondsrepubliek als betrouwbare NAVO-partner – sinds 1955 – en als bondgenoot in EU en VN heeft in de ogen van de VS en Groot-Brittanië een knauw gekregen.

OOK ANDERE LANDEN, zoals Nederland, zijn in verlegenheid gebracht. Nu het spannend wordt, weet niemand meer wat men aan het Duitse plechtanker van degelijkheid heeft. De door de geschiedenis opgelegde anti-oorlogsgevoelens van de Duitsers dienen zonder meer te worden geaccepteerd. Maar Schröders riskante balanceeract zonder diplomatiek vangnet bedreigt de Atlantische relaties, de zakelijke- en vriendschapsbanden met de VS èn de verhoudingen in Europa. Oudgedienden in de EU zien met verbijstering hoe de kanselier zijn land buiten de realiteit van de wereldpolitiek plaatst. Nieuwe EU-leden weten dat ze voor hun economie in Berlijn moeten zijn; voor hun veiligheid schuilen ze liever bij Washington.

Was Schröders beleid maar aantoonbaar inhoudelijk. Het Frans-Duitse `vredesplan' voor Irak bleek geen plan, maar humbug. Het initiatief om samen met president Chirac één lijn te trekken, kreeg geen Europese uitwerking. Sterker, een aantal EU-landen kwam met een tegeninitiatief. Het gedoe met de NAVO-blokkade van hulp voor Turkije was gênant en inconsistent: Patriots aan Turkije leveren via Nederland en tegelijk de NAVO-planning voor bescherming van dat land vetoën. De EU-top van aanstaande maandag kan Schröder een schaamlap verschaffen, maar dan moet de Unie wel met een eensluidend standpunt komen. De kans daarop is klein. Dat maakt de top riskant. Men moet Schröder nageven: hij loopt in de pas met de publieke opinie in Europa. De kanselier gokt op de stem des volks. Steeds meer mensen vinden een oorlog ongewenst. Maar dat ontslaat hem niet van de plicht zijn betrekkingen te koesteren en zich eerder als staatsman dan als volkstribuun op te stellen.