Rotmoffen

Hoewel mijn familie gemillimeterd uit de oorlog kwam, waren wij bij ons thuis nooit anti-Duits. Wel anti-Israël, maar nooit anti-Duits. Natuurlijk werd ook bij ons over `die rotmoffen' gesproken, maar omdat mijn vader in de jaren twintig correspondent in Berlijn was geweest, wist hij dat er ook een ander Duitsland bestond. De kibboets interesseerde hem geen biet, maar de Duitse politiek bleef hij ook na de oorlog volgen. Graag reisde hij naar Duitsland en gnuivend vertelde hij dan hoe hij met de grootste egards werd behandeld als hij ergens met zijn jodenneus binnenkwam.

Hij ging trouwens ook graag naar Oostenrijk. Hoe dat kwam moet ik nog eens uitzoeken, maar hij kende Bruno Kreisky persoonlijk. De kanselier is nog eens in onze Amsterdamse bovenwoning op bezoek geweest, maar ik was toen nog zo klein dat ik mij alleen de zwarte auto herinner die voor de stoep stond. Met Kreisky deelde mijn vader een gezamenlijke afkeer voor Simon Wiesenthal. Ik vertel het maar zoals het is. Tegenwoordig wordt zoveel geleuterd over `de joodse gemeenschap' dat mensen geneigd zijn te denken dat joden een homogene groep vormen, die onderling wel eens ruziet, maar die in wezen hetzelfde denkt.

Het wereldbeeld van mijn vader zag er ongeveer zo uit. Hij beschouwde Heine als een groter schrijver dan Camus, en Sartre vond hij een warhoofd. Beethoven was de grootste componist ooit. Hoewel hij respectvol sprak over Willy Brandt, had hij meer op met Adenauer. Hij was verder een onvervalste atlanticus. De Gaulle vond hij een ijdele kwast over wie Roosevelt zich terecht met dédain had uitgelaten. De gedachte dat de Amerikanen aan de Tweede Wereldoorlog hadden meegedaan `uit economische motieven' beschouwde hij als verachtelijke communistische propaganda. De zwakte van de Amerikaanse buitenlandse politiek was eerder gelegen in te veel dan in te weinig ethisch besef.

Zou ik op mijn vader gaan lijken? Vroeger had ik dat nooit, maar de laatste tijd betrap ik mijzelf er steeds vaker op dat ik hem gelijk moet geven. Nog een geluk dat hij dood is, want niets is erger dan een discussie te verliezen van je vader. Dat de Fransen handelen uit een misplaatst soort onafhankelijkheidsgevoel was tijdens De Gaulle al zo. Straks maken de Fransen gewoon een draai, want als er in de internationale politiek één cynisch volk is, dan zijn het wel de Fransen. Was Frankrijk even machtig geweest als de Verenigde Staten, dan had de wereld er nog heel wat slechter voor gestaan.

En dan de Duitsers!

Eigenlijk zijn de Duitsers in elke oorlog fout. Eerst hebben ze de schandaligste oorlog uit de geschiedenis gevoerd en nu voeren zij diezelfde misdaad aan voor een nuffig pacifisme, dat er slechts toe leidt dat de grootste schurk kan blijven zitten. Je hoeft niet eens een kenner te zijn om te beseffen dat Schröders vredesplannetje onuitvoerbaar is. Wie gaan de troepen betalen die jarenlang gelegerd moeten worden in een land dat ongeveer net zo groot is als Duitsland? Wacht maar tot de Franse en Duitse economieën nog verder teruglopen, dan krijgen wij vanzelf het antwoord.

Gênant was het optreden van Joschka Fischer, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken. Wie in dit soort ernstige aangelegenheden zo emotioneel reageert, moet een non-valeur zijn, een gevaar voor de vrede. Ik zag in hem ineens weer die demonstrant die een agent in elkaar trapt. Ik begreep dat hij nog onvoldoende bewijs had voor het Duitse gifgas dat ooit aan Irak is geleverd. Ik begreep ook waarom de geallieerden zo lang onvoldoende bewijs hebben gehad voor het bestaan van de concentratiekampen. Misschien wilden de Amerikanen die kampen gewoon niet ontdekken, omdat zij belangen hadden in de Duitse olie.

Maar ze maken wel mooie muziek, die rotmoffen.