Parlement moet veel meer bij de formatie betrokken worden

Terwijl van alle kanten de urgentie zich opdringt om met `daadkracht en verantwoordelijkheid' aan de slag te gaan, sleept de kabinetsformatie zich voort. Het wordt tijd de bakens te verzetten, vindt Hans van den Heuvel.

Terwijl het nieuwe parlement discussieert met bewindslieden die tegelijk parlementariër zijn (over dualisme gesproken) en het demissionaire kabinet ondertussen verreikende beslissingen neemt waartegen elke motie machteloos staat, worden een deur verder moeizaam coalitieafspraken gemaakt die in het huidige economische en internationaal politieke klimaat op drijfzand zijn gebouwd. Bovendien is het een miskenning van de noodzaak de hedendaagse kiezer via het nieuw gekozen parlement invloed te geven op de wijze waarop het land bestuurd moet worden.

De jongste verkiezingen hebben onomstotelijk aangetoond dat de kiezer de ideologie van de politieke partij wat minder belangrijk vindt dan degene die voor de concretisering ervan verantwoordelijk is. Ook partijprogramma's leven niet echt bij het kiezersvolk, omdat ze abstract, multi-interpretabel en al gedateerd zijn als ze worden geschreven. De moderne kiezer wil de leider van het land aanwijzen, reden waarom Balkenende en Zalm zich kandideerden en ook Bos nog net op tijd aan die behoefte tegemoet kwam.

Ook in de voorbije verzuilde samenleving fungeerden partijprogramma's niet zozeer als richtsnoer voor het stemgedrag. Toen waren ze vooral een groepsgebonden herkenningsteken. In onze open samenleving hechten we meer waarde aan personen, aan datgene wat politici zelf naar voren brengen, welke ideeën ze uitdragen en ook welke indruk ze maken. Gelukkig beschikken we over moderne media om ons een handje in deze nieuwe kiezersmentaliteit te helpen door ons op alle mogelijke manieren met de kandidaten kennis te laten maken en ze in hun uitlatingen te volgen. Niets mag ons ontsnappen, want we moeten hun politieke nieren ten volle kunnen proeven. De media manipuleren dus niet, ze demoniseren evenmin, ze doen gewoon hun werk door de politici namens ons haarscherp en soms hinderlijk te volgen, te kritiseren en te becommentariëren. Zij richten zich daarmee naar de hedendaagse mentale instelling van het publiek, dat anders in deze wereld staat dan een halve eeuw geleden, toen we als burger over onze (groeps)zekerheden nauwelijks hoefden na te denken.

Het in elkaar timmeren van een gedetailleerd regeerakkoord, dat het liefst niet meer te voorschijn wordt gehaald als het eenmaal op de trappen van paleis Noordeinde is bezegeld (behalve dan op opportunistische momenten), is gestoeld op een achterhaald maatschappijbeeld. Omdat de hedendaagse burger vooral voor een persoon kiest aan wie hij de macht wil toevertrouwen, is het logisch die lijn door te trekken. Het zou daarom overweging verdienen als kabinetten slechts de hoofdlijnen van hun regeerprogramma aangeven en de inhoud en legitimatie ervan rechtstreeks ontlenen aan de onderwerpen in de verkiezingsstrijd die er aan vooraf is gegaan. In ons coalitiepolitieke bestel stellen de winnaars (de grootste partijen, waarvan de leiders met elkaar in zee willen gaan) kort na de verkiezingen op grond van de door hen verdedigde verkiezingsitems de onderwerpen vast, waaraan in de komende regeringsjaren specifiek aandacht wordt besteed. Hoe die onderwerpen daarna feitelijk worden ingevuld, is mede afhankelijk van maatschappelijke en internationale omstandigheden, van vele andere onderwerpen die dan de aandacht vragen (prioriteiten) en van de goedkeuring van de Kamer, waardoor ook het dualisme echte realiteit wordt.

De huidige formatie is gericht op onderwerpen die vrijwel met de dag veranderen (financieringstekort, internationale dreiging, economische crisis) en waarbij het kabinet in de voorbereiding en uitvoering ervan van vele andere actoren (beleidsnetwerken) afhankelijk is. De formatie is tegenwoordig dan ook grotendeels een spel van aannames en ficties. Dat levert gesteggel op waarvoor de burger weinig begrip kan opbrengen. Discussies over regeerakkoorden worden zelden gekenmerkt door rationaliteit, werkelijkheidszin en contextgevoeligheid, ze leveren integendeel wantrouwen op dat zich gedurende de gehele kabinetsperiode voortplant. Regeerakkoorden nodigen uit tot inventieve exegeses van een tekst die oogt als een spoorboekje. Net zomin als de precisie van het spoorboekje de trein op tijd kan laten rijden, is de gedetailleerdheid van het regeerakkoord een garantie voor vier jaar regeerkracht.

De politieke partijen hebben in de loop van de tijd een eigen stijl ontwikkeld om hiermee om te gaan. De VVD lijkt het meest realistisch of pragmatisch: zorgen dat er over het belang en de prioriteit van onderwerpen van kabinetsbeleid overeenstemming is en verder maar zien hoe de bal inhoudelijk rolt. De ervaring leert dat er gaandeweg toch bijgesteld moet worden, het leven is harder dan de leer en alles houdt met alles verband. Een excuus is te zijner tijd met enige creativiteit gemakkelijk gevonden.

De PvdA heeft (eigen aan de achtergrond van de sociaal-democratie) behoefte aan zekerheid, vandaar haar blauwdrukken, planning en maakbaarheidsdenken om met afspraken de ellende de wereld uit te helpen.

Het CDA heeft de meeste ervaring met en behendigheid in het construeren van de macht en laat zich die mogelijkheid niet gemakkelijk ontglippen. Deze partij volstaat – eigen aan haar confessionele achtergrond – met enkele als principes gepresenteerde onderwerpen als richtsnoer voor het handelen dat – zo weet de christen maar al te goed – hoe dan ook gekenmerkt wordt door de even onvermijdbare als vergefelijke dagelijkse misstappen en doodzonden. En als zij dat voor het landsbelang nodig oordeelt, kunnen principes tijdens de kabinetsrit toch weer anders geïnterpreteerd of gewoon vergeten worden.

Het wordt hoog tijd dat het parlement zich rechtstreeks en in het openbaar met de belangrijkste fase na de verkiezingen bemoeit. Dat is beslist geen ritueel, maar politiek bij uitstek: debatteren over de constructie van de macht met de huidige twee potentiële leiders die uit de verkiezingen tevoorschijn zijn gekomen, aan de hand van onderwerpen die zij tijdens de campagne inhoud hebben gegeven.

De verkiezingen krijgen hierdoor een zichtbaar eindresultaat. Dan kunnen we haarscherp volgen in hoeverre de politieke fracties hun verkiezingsbeloften houden en wordt ook de koningin ontslagen van het ritueel de voor haar in het geheim bedachte kabinets(in)formateurs aan te wijzen.

Prof.dr. J.H.J. van den Heuvel is hoogleraar in de beleidswetenschap aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.