Parijse musea verhuizen kunstwerken

Het Franse ministerie van Cultuur is gisteren begonnen met de verhuizing van in totaal honderdduizend kunstwerken uit Parijse musea, met het oog op een eventuele overstroming van de Seine.

De verhuizingsoperatie is het gevolg van een waarschuwing van de prefect van Parijs, eind vorig jaar. Volgens statistische gegevens zet de Seine eens in de honderd jaar grote delen van het Parijse centrum onder water. De laatste dramatische overstroming had plaats in 1910. De verhuizing is de grootste sinds 1940, toen veel kunstwerken naar het niet-bezette zuiden van Frankrijk werden ondergebracht uit vrees voor diefstal door de Duitse bezetter. Het gaat nu om werk uit het Musée d'Orsay, het Louvre, de Ecole Nationale Supérieure des Beaux-Arts en nog enkele andere instellingen. Met de verhuizing, die begin april voltooid moet zijn, is een budget gemoeid van 5,2 miljoen euro.

De werkzaamheden zijn gisteren begonnen in Musée d'Orsay, het museum voor 19de-eeuwse kunst, op de linkeroever van de Seine. Foto's tonen dat in 1910 de begane grond van het gebouw, toen nog een station, onder water stond. In totaal vierduizend kunstwerken worden weggehaald uit het depot in het souterrain van het museum, dat tot nu toe als een van de weinige musea de hele collectie binnen de eigen muren had ondergebracht. Voor de achterblijvende kunst is een evacuatieplan opgesteld, dat voorziet in de directe beschikbaarheid van 250 sjouwers en twintig conservatoren en archivarissen in geval van overstromingsalarm. Het Louvre heeft voor onmiddellijke evacuatie een ploeg van 400 medewerkers achter de hand.

De betrokken kunstwerken worden om reden van veiligheid in onopvallende vrachtwagens geladen. De totale verhuizing vergt bijna twaalfhonderd ritten naar een geheimgehouden locatie ten noorden van Parijs. Daar heeft het ministerie voor de duur van voorlopig twee jaar een depot van tienduizend vierkante meter gehuurd. In geval van overstroming zullen andere instellingen zoals ziekenhuizen volgens minister van Cultuur Jean-Jacques Aillagon `aanzienlijke' schade oplopen, maar, zo zei hij, `tot troost zal het minst vervangbare deel van ons erfgoed ten minste gespaard blijven'.

    • Pieter Kottman