Op weg naar nieuw verraad

Over de werkelijke drijfveren van hun oorlogsdrang reppen de Amerikanen met geen woord. Controle over de Iraakse olierijkdom speelt daarbij de belangrijkste rol, schrijven Bert Cornillie en Hans Declerq in de inleiding van In de schaduw van Saddam, het Koerdische experiment in Irak. Cornillie en Declerq maken deze uitspraak verder niet waar; het boek dat zij hebben samengesteld gáát ook helemaal niet over het waarom van een Amerikaanse oorlog tegen Irak. In de schaduw van Saddam behandelt de Iraakse Koerden, hun verleden en heden, hun onderlinge conflicten en hun moeizame relaties met buiten- en binnenlandse buren. Waarom dan de lezer bij de ingang op het verkeerde been gezet? Terwijl het boek zeer van pas komt, nu de val van de Iraakse leider Saddam Hussein aanstaande is.

Want de Koerden dreigen opnieuw het kind van de rekening te worden. Sinds 1991 hebben zij hun eigen de facto staatje – `het Koerdische experiment' – in het noorden van Irak. De troepen van Saddam, die de Koerdische opstand na de Golfoorlog met grof geweld hadden neergeslagen, trokken zich er onder druk van de geallieerden uit terug. Het was al lang duidelijk dat Koerdische dromen van onafhankelijkheid in een post-Saddam-tijdperk niet zouden uitkomen. Het grote buurland Turkije, dat het overwaaien van dergelijke dromen naar zijn eigen Koerden vreest, wil niet eens tolereren dat Koerdistan een deelstaat in een Iraakse federatie wordt.

De Amerikanen hebben na hun verraad van 1991, toen ze de Koerden (en de shi'ieten in het zuiden) aanspoorden tegen Saddam in opstand te komen maar hen uiteindelijk lieten zitten, hun de facto staatje steeds welwillend bejegend. Maar zij maken er ook geen geheim van dat ze hun eigenbelang altijd zullen laten prevaleren. Dat dicteert nu dat het aarzelende Turkije tot medewerking aan de oorlog tegen Saddam Hussein moet worden bewogen, in de vorm van parlementaire toestemming voor de stationering van tienduizenden Amerikaanse militairen op Turks grondgebied, die aan een noordelijk front moeten worden ingezet. Ankara's prijs daarvoor, dat is inmiddels duidelijk, is een Turkse militaire bezetting van Koerdisch Noord-Irak na het begin van de aanval op Saddam Hussein. Het gaat om een grootscheepse bezetting, aanzienlijk groter dan de paar honderd man die nu al in het gebied zijn gelegerd om een oogje in het zeil te houden. De Turken willen er zelf gewapenderhand op toezien dat de Koerden geen stiekeme onafhankelijkheidscomplotten smeden. Wat de Koerden zelf willen, doet er niet toe.

De Turkse ambities komen uitgebreid in het boek aan de orde. In de schaduw van Saddam eindigt dan ook met een vraagteken inzake de toekomst van de Iraakse Koerden. Dat gebeurt via een citaat van de Koerdische leider Massoud Barzani, in een verwijzing naar de opstelling van de toenmalige president Bush sr. ten aanzien van de Koerdische opstand in 1991: `Wat als de zoon zich gedraagt zoals zijn vader?'

Bert Cornillie en Hans Declerq (red.): In de schaduw van Saddam. Het Koerdische experiment in Irak. Bulaaq/ Van Halewyck, 288 blz. €23,50