Oom Sam moet oom Donald worden

Alleen met een forse financiële injectie door trouwe bondgenoot de Verenigde Staten kan de zwaar in recessie verkerende Israëlische economie worden geholpen. Volgende week wordt er weer onderhandeld in Washington.

Werkloosheid, armoede, grote tekorten. De Israëlische economie verkeert in crisis. Gisteravond nog waarschuwde directeur David Klein van de Bank van Israël dat de regering ,,de controle over de voortdurend afglijdende economie kan verliezen''.

In Israël hoopt en verwacht men echter alom dat een hulppakket ter waarde van ten minste 14 miljard dollar van de Verenigde Staten het land voor een financiële catastrofe zal behoeden. Premier Ariel Sharon rekent erop dat de nauwe ideologische en strategische banden tussen beide landen in de strijd tegen de internationale terreur de Amerikaanse schatkist verder voor zijn land zullen openen. De invloedrijke pro-Israëlische AIPAC-lobby in Washington heeft alle registers opengezet om de leden van het Amerikaanse Congres ervan te overtuigen dat de Iraakse dictator Saddam Hussein en de Palestijnse leider Yasser Arafat over dezelfde terroristische kam moeten worden geschoren.

Volgens de Bank van Israël is de Palestijnse intifada de hoofdcomponent van de diepe recessie waarin Israël is beland. Maar ook Israëls voorbereidingen op de Amerikaanse oorlog tegen Irak staan op de rekening die Sharon door zijn onderhandelaars aan de Amerikaanse president Bush laat presenteren. Van die noodhulp zou acht miljard dollar borgstelling voor internationale leningen zijn. Vier miljard dollar zou Israël graag als een schenking ontvangen. Dit komt bovenop de drie miljard dollar economische en militaire hulp die Israël al jaarlijks van Oom Sam krijgt.

De onderhandelingen tussen Israël en de VS over het economische steuntje in de rug zijn in een vergevorderd stadium. Volgende week reist een hoge Israëlische delegatie weer naar Washington. De uitkomst van de onderhandelingen zal van grote invloed zijn op het economische programma waarop Sharon zijn nieuwe coalitieregering hoopt te bouwen.

De Israëlische recessie, gekarakteriseerd door drie achtereenvolgende jaren van krimpende economische activiteit, is niet alleen het gevolg van de intifada, maar weerspiegelt ook de mondiale recessie. Daarnaast schatten economen dat Israël sedert 1967 twintig miljard dollar heeft geïnvesteerd in de nederzettingenpolitiek. Nog steeds stromen honderden miljoenen dollars naar de kolonisten en naar het in stand houden van de op religieuze grondslag verrezen `orthodoxe staat in de staat'. Zo worden honderdduizend van dienstplicht ontslagen orthodoxe studenten door de staat Israël gefinancierd. Honderdduizenden orthodoxe gezinnen genieten privileges, onder meer via de kinderbijslag. Het protest in Israël tegen dit verschijnsel blijkt onder meer uit het succes van de Shinoei-partij bij de jongste algemene verkiezingen.

De zorgvuldige opgebouwde Israëlische welvaartsstaat is de afgelopen jaren door groeiende tekorten op de begroting in grote moeilijkheden gekomen. Bezuinigingen op onder meer onderwijs, gezondheidszorg en defensie blijken niet voldoende te zijn. Opnieuw spreken economen over noodbezuinigingen dit jaar in de orde van grootte van bijna drie miljard euro om een financiële crisis te voorkomen.

Na de recente verkiezingen is de aap uit de mouw gekomen. De ex-minister van Financiën Yacov Ne'eman beschuldigt het ministerie van Financiën zelfs van oplichting. Het echte tekort op de begroting werd volgens hem om politieke redenen versluierd. ,,Zonder geloofwaardigheid geen krediet'', zei hij.

De Israëlische economie is door de langste depressie uit haar geschiedenis in een vicieuze cirkel gekomen: dalende belastinginkomsten nopen tot bezuinigingen, waardoor de economische activiteit verder wordt verlamd, de belastingopbrengsten nog meer dalen en nieuwe bezuinigingen nodig zijn. In zo'n fase is Israël nu terechtgekomen, hetgeen in de pers tot koppen leidt als `Op weg naar financiële ruïne'.

Vrijwel alle economische indicatoren staan op rood. De hightechsector, de motor die de economie sinds 1995 glansrijk aantrok, draait op lage toeren en de vooruitzichten zijn niet goed. De Israëliërs maken zich ook zorgen over de zwakte van de shekel en zoeken veiligheid in het buitenland. Particulieren zetten de afgelopen vier jaar zes miljard dollar op bankrekeningen in het buitenland.

Ook luchtvaartmaatschappij El-Al kampt door de scherpe terugval van zowel inkomend als uitgaand toerisme met grote liquiditeitsproblemen. El-Al verwacht dat het verlies over 2002 op 31 miljoen dollar uitkomt en heeft sombere perspectieven voor dit jaar. Indien de staat Israël niet bijspringt, zou de nationale luchtvaartmaatschappij – die in oorlogstijd een belangrijke functie vervult – wel eens aan de grond kunnen blijven staan.