Onderzoek

De arts vond het op grond van zekere klachten raadzaam dat mijn hoofd een MRI-onderzoek zou ondergaan. MRI? Het bleek Magnetic Resonance Imaging te betekenen, een nieuwe methode om de inwendige mens met een krachtig magnetisch veld en radiogolven in beeld te brengen.

Doet het pijn, wilde ik meteen weten, want als patiënt blijf ik een klein kind. Absoluut niet, verzekerde de arts me.

Ik was al bijna gerustgesteld, maar later kreeg ik uit informatie van het ziekenhuis toch niet de indruk dat het een reuze gezellig onderzoek zou worden. Bovendien moest ik een lijstje invullen met vragen als: ,,Lijdt u aan claustrofobie?'' en ,,Bent u zwanger of denkt u zwanger te zijn?''

Wat slecht is voor het ongeboren kind, is misschien ook wel slecht voor mij, denk ik dan in mijn onwetendheid. En claustrofobisch kun je toch ook wórden?

In de wachtruimte van de radiologie hadden ze boven de bank enkele grote foto's opgehangen waarop te zien was wat de patiënt te wachten stond. Ik keek gauw voor me en nam een twee maanden oud nummer van Sportweek ter hand. Daarin stond een interviewtje met PSV-coach Guus Hiddink, die ontevreden was over de medische vorderingen van zijn Braziliaanse speler Leonardo. ,,Als de MRI-scan ongunstig uitpakt'', zei Guus, ,,zullen we de zaak moeten forceren. Dan zal een pees in zijn lies moeten worden doorgesneden waarna hij geopereerd wordt.''

Ik huiverde. Zou mijn werkgever ook zoiets verordonneren als de resultaten van mijn MRI-scan hem tegenvielen? ,,Laat maar wat zenuwen in die kop van je doorsnijden voor we je écht gaan opereren?'' Het was me al wel opgevallen dat ze bij PCM steeds strenger werden tegen de werknemers.

Een assistente kwam me halen en vroeg me of ik metalen voorwerpen bij me had. Metaalsplinters, een metalen hartklep, een metalen gehoorbeen-prothese? Sommige mensen zijn kennelijk inderdaad van ijzer.

Opeens dacht ik aan mijn trouwring. Moest die ook af? Natuurlijk, zei de assistente. Nooit eerder had ik zo'n perfect alibi gehad om mij tijdelijk van die ring te ontdoen. Toch gaf de knokkel van de ringvinger slechts met grote tegenzin toestemming.

In de behandelruimte moest ik met het bovendeel van mijn lichaam in een nauwe cilinder van ongeveer een meter lengte gaan liggen. Het apparaat stond aan de voor- en achterkant open, maar dat zag je niet als je erin lag. Voor mijn gevoel lag ik in een afgesloten buis, en dat ongeveer een half uur lang. Vlak boven mij leken stratenmakers bezig met pneumatische boren het lawaai van het apparaat. Ik kreeg een koptelefoon op met een klassiek muziekje, maar dat maakte het kabaal alleen maar heviger.

Op grond van de beschrijvingen had ik vermoed dat ik in die buis een bijna-dood-ervaring zou kunnen krijgen, maar het was eerder een bijna-begraven-ervaring. Men had mij iets te vroeg ter aarde besteld, en daar lag ik nu met zand in mijn mond en het Requiem van Mozart in mijn oren. Boven mij werkten grafmakers fluitend aan het volgende graf.

Ik begon te piekeren wat moet je anders in zo'n buis? Stel je voor dat Bin Laden nu een bommetje op Amsterdam wierp wat dan? Ik vroeg me bezorgd af of ik wel al mijn geheimen in dit graf had meegenomen.