Niet iedereen in VS wil Europa kwijt

In de Amerikaanse media overheerst het anti-Europees geraas. Maar er zijn in de VS ook anderen die waarschuwen dat de kloof tussen de VS en Europa niet onoverbrugbaar mag worden.

De Oorlog tegen Irak is losgebarsten in de Amerikaanse huiskamers. Na de laatste verhoging van het 'terrorisme alarmniveau' is een run ontstaan op loodgietersplakband om een 'ABC-veilige kamer' in huis af te plakken. Families is geadviseerd extra water in te slaan, een `gezinsrampenplan' te maken en een `herenigingspunt' af te spreken.

Een dergelijk nationaal crisisbesef is nog niet op gang gekomen om het Atlantisch bondgenootschap te redden. Maar temidden van het anti-Duits en anti-Franse geraas van scheldradio-gastheren en een groeiend legioen columnisten lijkt ook het inzicht te gloren dat meer verloren dreigt te gaan dan een vakantiebestemming.

Terwijl in veel steden demonstraties tegen de oorlog worden voorbereid, waar officieel Washington geen aandacht aan besteedt, gaan er ook matigende stemmen op in de denkende klasse, waar Washington iets meer naar kijkt. Harvards Joseph Nye waarschuwt vandaag in The International Herald Tribune dat de morele kosten van een puur-militaire overwinning in Irak onnodig hoog zijn voor de Verenigde Staten.

Een ander die met overtuigingskracht pleit voor nog één keer goed nadenken voordat de kloof tussen het oude en het nieuwe continent onoverbrugbaar wordt, is Walter Russell Mead, succesvol schrijver over de geschiedenis van Amerika's buitenlands politieke impulsen. In het vergaderzaaltje van The New America Foundation, de jongste en meest levendige denktank van Washington, greep hij gisteravond de microfoon en sprak een pleidooi van drie kwartier uit voor rede en verstand.

In Russell Meads kijk hebben Europa en Amerika allebei schuld aan de scheuring die zich voor ieders ogen voltrekt. Hij ziet de formulering van de Bush-doctrine (zo nodig een preventieve aanval op een staat die de Verenigde Staten bedreigt) als de wereldwijde toepassing van de Monroe-doctrine (1823), die Latijns Amerika tot onderdeel van Amerika's invloedssfeer verklaarde.

In de 20ste eeuw gebood Amerika de Europese staten een eind te maken aan al hun koloniale pretenties. Met `Irak' is de globalisering van die leer compleet. ,,Met zijn opmerkingen over Old Europe en New Europe past Rumsfeld de uitgebreide Monroe-doctrine zelfs binnen de EU toe'', zegt Russell Mead. ,,Je hoeft geen verstokte Eurofiel te zijn om daar bezwaar tegen te maken.''

Mead spaart Europa evenmin wanneer hij stelt dat Europa een veto eist op alle militaire acties van de VS, maar Amerika geen veto gunt op internationale projecten die Europa ter harte gaan, zoals het Internationaal Strafhof en Kyoto . ,,Dat zal de regering-Bush en geen enkele andere Amerikaanse regering ooit accepteren''. Reden voor de praktische geleerde om beide zijden op te roepen tot compromisbereidheid in ieders belang.

Voorwaarde is natuurlijk dat het Atlantische bondgenootschap voor de Verenigde Staten het redden waard is. De ambtenaren op Buitenlandse Zaken die dat decennia lang routinematig bevestigden, sterven uit. Een van degenen die het meest uitgesproken er voor pleit de goede verhoudingen met Europa niet weg te gooien met het Irakese badwater is Charles Kupchan, hoogleraar aan Georgetown University en verbonden aan de Council on Foreign Relations.

Kupchan, die onder president Clinton voor de Nationale Veiligheidsadviseur werkte en onlangs `The End of the American Era' publiceerde, stelt vast dat de regering-Bush ,,op indrukwekkende wijze bezig is het imago van de Verenigde Staten in de wereld en de internationale orde die Amerika heeft helpen inrichten onherstelbaar te schaden''. ,,Als de Verenigde Staten zonder brede internationale steun een oorlog tegen Irak beginnen, dan houden zij op een model voor de wereld te zijn en worden zij gezien als een Goliath die getemd moet worden.''

Dit soort kritiek spreekt Kupchan ook uit op CNN en de publieke televisie. In het hele Amerikaanse medialandschap is hij een David tussen de Goliaths van de rabiate anti-Europese tv-zenders zoals Fox News en een groeiende serie conservatieve zendelingen onder de radio-gastheren en kranten-columnisten. Het bij deze schreeuwende omroepers vaak gehoorde verwijt dat Amerikanen worden misleid door hun overwegend progressieve media, wordt in de Irak-kwestie grondig weerlegd.

The Washington Post, die meestal wordt ingedeeld bij `the liberal media' heeft een rijtje columnisten in dienst (George Will, Charles Krauthammer, Michael Kelly, Bob Novak) die pure minachting hebben voor de motieven van Frankrijk, België en Duitsland. De krant als instituut plaatste laatst een commentaar over de Europese oppositie onder de kop `Standing with Saddam', `Zij aan zij met Saddam'. En zelfs The New York Times laat zijn diplomatieke columnist Thomas Friedman nu al een paar weken tekeer gaan tegen ,,Europa's onverdraaglijke cynisme en onzekerheid, dat zich voordoet als morele superioriteit''.

De meeste Democratische presidentskandidaten hebben zich zonder groot enthousiasme achter de president geschaard en accepteren dat een oorlog onafwendbaar is. Zij zouden aan de huidige bijna-breuk met Europa een belangrijk element kunnen ontlenen voor een nieuwe Democratische buitenlandse politiek, zegt Samantha Power. Zij wint op het ogenblik veel lof voor haar boek `A Problem from Hell': America and the Age of Genocide'.

,,De manier waarop de regering-Bush Europa ziet en behandelt, lijkt op hoe de landen van het Warschau Pact destijds werden behandeld'', zegt Power, ,,met een mengsel van neerbuigendheid, achterdocht, onwetendheid en irritatie''. Zij constateert dat men in Washington blindelings aanloopt achter de stelling van Robert Kagan (America and Europe in the New World Order') dat sterke staten veel minder behoefte hebben aan multilaterale organisaties dan zwakke staten. Power: ,,Die theorie is een anachronisme. Ze houdt er onvoldoende rekening mee dat sterke staten de zwakkeren vaak nodig hebben, al of niet via multilaterale organisaties.'' Voorbeeld: de strijd tegen het terrorisme.

Power spreekt over `een angstwekkende tijd' en vraagt zich af waarom men in Amerika de noodzaak niet inziet van normale samenwerking. ,,Ook als wij Europa niet meer nodig hebben als buffer, en Europa ons niet meer nodig heeft als paraplu, dan is het rampzalig als Europeanen ons als de grootste bedreiging voor hun veiligheid gaan zien. Dat is het gevolg van het legitimiteitsprobleem dat ontstaat als je je zelf boven de wet plaatst.''