Muziek is een wankele brug

Beethoven verbroedert. Dat was het loffelijke streven van een workshop die in 1999 werd gehouden in het Duitse Weimar. Israëlische en Arabische jonge musici speelden daar samen Beethovens Zevende symfonie. Het orkest werd geleid door de joodse dirigent en pianist Daniel Barenboim, de discussie stond onder leiding van de Amerikaans-Palestijnse literatuurwetenschapper Edward Said, zelf een groot muziekliefhebber en verdienstelijk amateurpianist. Said was in datzelfde jaar een van de organisatoren van het concert dat Barenboim, als eerste prominente Israëlische musicus, gaf in Ramallah op de bezette Westelijke Jordaanoever.

De opmerkelijke vriendschap tussen Barenboim en Said heeft nu ook geleid tot het boekje Parallels and Paradoxes. Het is de neerslag van een serie gesprekken, deels in openbare discussies voor publiek. Die zijn opgetekend door Ara Guzelimian, directeur van de fameuze concertzaal Carnegie Hall. Voordeel van de gespreksvorm is dat veel boeiende onderwerpen in hoog tempo de revue passeren. Het nadeel is dat weinig gedachten echt worden uitgewerkt. Barenboim en Said gaan niet gedetailleerd in op de actuele politiek, wellicht is hun gelijkgestemdheid daarvoor toch te broos. Barenboim had vertrouwen in het vredesproces, toen dat nog wat voorstelde, terwijl Said vanaf het begin een fel criticus was van de Oslo-akkoorden. Die omzichtigheid is jammer, zeker bij gesprekspartners die beiden het etiket `controversieel' als een geuzennaam zeggen te beschouwen.

De gesprekken staan dus voor het grootste gedeelte in het teken van muziek. Vooral Beethoven en Wagner komen uitgebreid aan bod. Boeiend is de wisselwerking tussen de theoretische benadering van Said en de veel praktischer houding van Barenboim, die vooral spreekt vanuit zijn ervaringen als uitvoerend musicus.

Gaandeweg wordt het verschil in karakter duidelijk: Said is veel pessimistischer dan Barenboim. Said sombert, in navolging van Adorno, over de plaats van klassieke muziek in de hedendaagse cultuur, die volgens hem nog nooit zo marginaal is geweest als nu. Barenboim vertaalt de heroïek en het idealisme van Beethoven zonder meer naar de dag van vandaag. Volgens Said zal de kloof tussen serieuze muziek en de maatschappelijke werkelijkheid steeds groter worden. Hij vraagt zich af of het symfonie-orkest niet louter een symbool is geworden van westerse welvaart, dat uitsluitend de status quo bevestigt. Said betwijfelt zelfs of de kloof tussen muziek en maatschappij wel moet worden overbrugd. De waarde van de muziek van grote modernisten als Schönberg is juist dat hun werk de vervreemding tussen de kunst en de gecommercialiseerde massacultuur belichaamt. Barbenboim weigert zich bij die droevige conclusies neer te leggen, maar een overtuigend antwoord heeft hij niet. Dat antwoord is alleen te horen als hij op het concertpodium staat.

Daniel Barenboim en Edward W. Said: Parallels and Paradoxes. Explorations in Music and Society. Edited and with a Preface by Ara Guzelimian. Pantheon Books, 186 blz. €34,50