Meedogenloos buiten de eigen stadsmuren

Thucydides schreef de eerste moderne geschiedenis van een oorlog, de Peloponnesische, tussen het democratische Athene en zijn rivaal Sparta. Het leverde een klassieke ode op aan de democratie, die nu in een nieuwe vertaling is verschenen. De afloop is somber.

Oorlog wordt, vooral als die nog moet beginnen, niet zelden begroet als een schouwtoneel voor heldendom. De protagonisten kunnen op dat toneel immers laten zien wat ze waard zijn en de duivelse vijand verslaan. Het fixeren van een concrete vijand levert bovendien het voordeel dat het kwaad buiten de eigen gemeenschap wordt geplaatst, zodat de cohesie en de identiteit van die gemeenschap gestabiliseerd worden.

Tot zover het goede nieuws. Want de andere kant van de oorlogsmedaille is, zoals bekend, een grote smeerboel. Zoals de Atheense historicus Thucydides opmerkte in zijn geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog (431-404 v. Chr.) tussen Sparta en Athene, is de oorlog een gewelddadige leermeester.

Het is verbazend te constateren dat zulk oud nieuws zo actueel blijft, zoals ook dezer dagen blijkt. Thucydides voorzag dat. Gezien de menselijke natuur, zo constateert hij in zijn verantwoording van methodiek, zullen gebeurtenissen uit het verleden hun relevantie in de toekomst behouden. Als het geachte publiek de auteur zijn sombere boodschap niet in dank afneemt, dan is dat jammer. Thucydides schrijft niet voor partyland. Zijn boek wil geen pronkstuk zijn dat wordt vergeten zodra de mode verandert. Het moet van blijvende waarde zijn. Klassiek, zouden wij zeggen.

Dat is het ook gebleken, ondanks de moeilijkheidsgraad en abstractie van zijn taal en denken. In de eerste plaats omdat Thucydides, als eerste historicus in de traditie en in tegenstelling tot zijn grote voorganger Herodotus, een fanatisme aan de dag legt voor werkelijk accurate gegevens en getallen, vooral ook in militaire zin, in een tijd die het tegendeel van een informatietijdperk genoemd kan worden: zonder archieven, standaardwerken en datareproductie. In de tweede plaats omdat hij die gegevens ordent tot een complexe maar consistente interpretatie van de gebeurtenissen, waarin causaliteit als verklaring voor gebeurtenissen voorrang krijgt boven de wil van de goden. En in de derde plaats omdat hij in zijn beschrijving van het voor Athene noodlottig verlopen conflict, datzelfde Athene een gezicht heeft gegeven dat de westerse wereld blijvend heeft beïnvloed. De Peloponnesische Oorlog vormt met de Attische tragedies en de Atheense Akropolis een drieluik dat zicht biedt op de bakermat van onze democratie.

Illusies

De precieze compositie van het geheel van Thucydides' werk is niet meer te achterhalen, omdat het onaf is gebleven, en midden in een beschrijving, in 411, afbreekt. Maar vooruitwijzingen binnen het werk bewijzen dat Thucydides, die rond 455 geboren moet zijn, de afloop van de oorlog kende, en zich geen illusies maakte. Zijn boek stemt somber, in het bijzonder door de haast emotieloze toon waarmee hij de gruwelen schetst. Háást emotieloos, juist in de beperking in de kwalificaties van leed toont hij zich een meester: de lezer concludeert de emotieve waarde als het ware zelf, en huivert des te meer. Maar Thucydides stuurt die lezersreactie haarscherp. Ook aan zijn hoofdpersonen maakt hij zo min mogelijk woorden vuil: ze worden gekenschetst door hun daden en woorden. Dieper en dieper daarentegen delft Thucydides in de mijnen van oorzaak en gevolg, op zoek naar redenen en verbanden.

De abstractie waarmee hij die verbanden legt is uniek, en soms kwellend door de prangende formulering en het voortdurend optreden van ellips. Hij is eens, door een Amsterdamse geleerde in de negentiende eeuw, vergeleken met een gems, die van het ene naar het andere rotsblok springt, peilloze dieptes moeiteloos overslaand. Daarmee verbindt hij de vorm met de inhoud van zijn werk: de duistere krochten van menselijke beweegredenen en fouten, zijn verweven in een tekst die schijnbaar logisch, altijd intellectueel superieur, maar bij nadere inspectie ook altijd complexer en ongrijpbaarder is dan verwacht.

Daarom is de nu verschenen nieuwe vertaling van Leo Lewin uiteindelijk ook niet geheel bevredigend, hoewel de vertaler in een nawoord nauwkeurig uitlegt dat hij Thucydides bewust leesbaar voor een modern publiek heeft willen maken. Lewin is een scherpe lezer (dat heeft hij op het gymnasium geleerd, zegt hij zelf, en dit boek is in zekere zin een roerend tribuut aan het ouderwetse gymnasiumonderwijs). Maar hij maakt, gezien zijn bibliografische verwijzingen, geen gebruik van de modernste inzichten uit de geleerde wereld. Dit resulteert soms in onduidelijkheid waar het de grotere lijnen van het betoog betreft. En Thucydides is niet onduidelijk, maar intens complex. Lewins korte zinnen en verklarende parafrasering nemen die complexiteit weg, en halen zo uit Thucydides de angel die de tekst zo dodelijk maakt.

Wat maakte Athene nu een democratisch ideaal voor Thucydides? Dynamische orde, harmonie tussen collectief en individu, tussen idealisering en naturalisme zijn de karakteristieken van het Parthenon-fries, gemaakt in het midden van de vijfde eeuw, tussen de Perzische Oorlogen en de oorlog die Thucydides beschrijft. Die pracht heeft Thucydides in woorden omgezet, niet zozeer door ernaar te verwijzen, maar door de woorden te leveren waar het kunstwerk zwijgt, in de vorm van de lofrede op de eerste gevallenen uit de oorlog, uitgesproken door Pericles, eerste burger, ideoloog en strateeg van de directe democratie die Athene was.

Pericles' beroemde toespraak, of liever de toespraak die Thucydides hem in de mond legt, is van grote invloed geweest op latere politieke denkers en op democratische redenaars als Abraham Lincoln (het `Gettysburg Address') en John F. Kennedy (zijn inaugurele rede). Athene, zegt Pericles, is brutaal, creatief en dynamisch. Athene houdt van mooie dingen in de kunst en het leven, en weet daarvan te genieten zonder overdaad. Athene denkt en theoretiseert, maar laat zich daar niet door verlammen. De stad komt tot macht, rijkdom en roem op het slagveld. Athene is gul uit eigen beweging. Tegenstander Sparta daarentegen is behoudend, voorzichtig, zuinig, keihard, zonder flauwekul. Athene tolereert flauwekul, schept er zelfs soms genoegen in, maar: met mate. Athene is zelfbewust, een voorbeeld voor anderen, kortom de leerschool van Hellas. Als je het Parthenon bekijkt, zou je het haast gaan geloven.

Held

De stad is daarmee, als collectief, een held geworden. Die held wordt beproefd in het conflict met haar ideologische tegenpool, en gaat ten oorlog. De beproeving is een tragedie, in de letterlijke zin. Want naast het Parthenon, wordt Athene's gezicht ook bepaald door haar tragedies. En die laten de spanningen zien onder het vernis van de harmonie. Zij schilderen de tol van het collectief, de prijs en de paradox van de macht, en bovenal, het menselijk tekort. Zo ook Thucydides. Direct na Pericles' lofrede, beschrijft hij de pestepidemie die aan diezelfde Pericles, met talloze anderen, het leven kostte. Deze beschrijving is even indrukwekkend als de redevoering ervóór. De onontkoombaarheid van de gruwelijke ziekte is even geloofwaardig als de lof van de democratie. De ziekte ontwortelt de stad, berooft haar van haar inwoners en demoraliseert de overlevenden, die, oog in oog met de redeloosheid van de dood, hun trouw aan de wetten en de collectieve identiteit er aan geven, en het vege lijf trachten te redden, zonder omzien naar hun naasten en hun stad, waarvoor Pericles net nog zei dat ze leefden.

Met de beschrijving van de pest zet Thucydides de lezer op het verkeerde been. Want Athene gaat er niet aan ten gronde. Het worstelt en komt boven, en sluit de eerste fase van de oorlog zelfs in winnende positie af. De oorlog zal na de pest nog 25 jaar duren. Maar uiteindelijk wordt hij verloren. Toch is de ziekte relevant. Want ze bevat een waarschuwing, een waarschuwing die de Atheners niet horen. Want oorlog en interne twisten zijn als de pest, redeloos en onvoorspelbaar. En door die oorlog en de interne verdeeldheid gaat Athene uiteindelijk wél ten onder. De democratie blijkt een tragische paradox te bevatten, of, in Aristotelische termen, een tragische fout te maken.

Want het kan in al zijn glorie niet onder het menselijk tekort uitkomen, de ellende, de angst, de fatale vergissingen van het bestaan niet vermijden. Athene is een tragische held, komt ten val, maar wint daarmee roem. Die roem is niet triomfantelijk, maar tragisch. Bij het aanzwellend tromgeroffel van de `oorlog tegen terrorisme' kan het geen kwaad daar bij stil te staan. Ook andere parallellen dringen zich op: Athene is meedogenloos buiten de eigen gelederen, ook tegen zijn eigen bondgenoten. Massaexecuties en onrecht vieren hoogtij onder de gevel van het Parthenon. Het nuttige wint het altijd van het eerbare. De Atheense democratie, die trouwens alleen voor volwassen mannelijke burgers gold (niet voor vrouwen en slaven), betoont zich naast een held ook een monster dat zichzelf met de mooie woorden van de retoriek op de been houdt. Het contrast tussen eerbaar zelfbeeld en opportunisme buitensgaats is van alle tijden en van alle partijen.

Thucydides: Een blijvend bezit. De oorlog tussen de Peloponnesiërs en de Atheners. Vertaald door Leo Lewin. Eburon, 568 blz. €29,50

    • David Rijser