Kliridis is oud voor Cyprus

Zondag gaan de Grieks-Cyprioten naar de stembus voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Het is onzeker dat Kliridis herkozen zal worden.

De Grieks-Cyprische president Glafkos Kliridis (82) kan deze maand van het politieke toneel verdwijnen, na twee ambtsperioden van vijf jaar te hebben uitgediend. De opiniepeilingen voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, die zondag plaatsvindt, geven zijn tegenstander Tasos Papadopoulos (69), die gesteund wordt door de grootste partij, de communistische Akel, een grote voorsprong. Zijn percentages liggen niet ver van de vijftig procent en theoretisch zou hij dus al in deze ronde kunnen worden gekozen, iets wat de laatste 25 jaar op het eiland niet meer is voorgekomen.

Toen Kliridis zich in december, kort na het diplomatieke succes op de EU-top in Kopenhagen, kandidaat stelde voor een periode van zestien maanden, om zijn eiland veilig de EU binnen te loodsen, leken zijn vooruitzichten gunstig. Maar kort daarna meldde zich ook de man die als tweede aan het succes had bijgedragen, hoofdaanklager Alekos Markidis (60). Hij zei bovendien dat Kliridis al eerder steun had uitgesproken voor zijn kandidatuur.

De politieke breuk tussen de twee vrienden benadeelde de positie van Kliridis. Het is de vraag of Markidis zondag meer dan tien procent van de stemmen behaalt. Maar met zijn argumenten tegen een hernieuwd presidentschap van Kliridis wist hij wel indruk te maken. Kliridis is te oud om nog door te gaan en als hij zich zestien maanden alleen met de buitenlandse politiek wil bezighouden zal dat ten koste gaan van Cyprus' binnenlandse perikelen, betoogde Markidis. Hij werd daarin gesteund door Papadopoulos.

De verkiezingen van deze maand gaan over `het primaat van de buitenlandse politiek'. En over de vraag of de Grieks-Cyprioten werkelijk een oplossing van de Cyprus-kwestie vooropstellen. Kliridis geldt als veel elastischer ten opzichte van het plan van VN-secretaris-generaal Kofi Annan waarover 28 februari moet worden beslist. Papadopoulos heeft dat plan als `uitgangspunt' niet geheel afgewezen, maar hij is nu al tientallen jaren lang de figuur die bij alles dwars ligt. Zelfs over het diplomatieke succes op de topconferentie in Helsinki (december 1999) waarbij de toelating van Cyprus niet meer langer afhankelijk werd gesteld van een voorafgaande hereniging van het eiland, heeft hij zich negatief uitgelaten.

Aan de verkiezingscampagne heeft Kliridis als `grand old man' die andere dingen aan zijn hoofd heeft, nauwelijks meegedaan. Hij heeft zijn hoop gevestigd op de mogelijkheid dat in de week voor de beslissende ronde van 23 februari de kiezers zijn grote ervaring weer boven alles gaan stellen. Daarbij zou Markidis zijn rancune opzij moeten zetten en zijn aanhangers moeten aansporen alsnog op Kliridis te stemmen. Het zou niet de eerste keer zijn in de geschiedenis van het eiland dat in de tweede ronde grote achterstanden worden ingehaald. Op dit moment staat Papadopoulos in de opiniepeilingen ook in de tweede ronde iets gunstiger.

Het is ook niet ondenkbaar dat Kofi Annan, die het eiland eind februari wellicht bezoekt, indirect nog zijn gewicht in de schaal legt ten gunste van Kliridis door nog een verandering van zijn plan in het vooruitzicht te stellen.

Een belangrijk argument dat de aanhangers van Kliridis uitspelen is dat na het succes van Kopenhagen de positie van de Turks-Cyprische voorman Rauf Denktas ernstig is verzwakt. De Turks-Cyprioten hebben zich de laatste maand massaal uitgesproken voor het plan-Annan en voor een Europese koers van het hele eiland. Als echter Papadopoulos, die onder aartsbisschop Makarios een duistere rol heeft gespeeld en door Denktas een `eoka-terrorist' wordt genoemd, president wordt kan er een kentering komen in deze stemming.