`Inzet undercover schendt verdrag'

Justitie in Zwolle heeft met het inzetten van een undercoveragent in een huis van bewaring het Europees verdrag inzake de rechten van de mens geschonden.

Dit heeft de rechtbank van Zwolle bepaald in een rechtszaak tegen een van moord verdachte inwoner van Kampen. Het Europese Hof voor de rechten van de mens sprak in november vorig jaar in een Engelse strafzaak al uit dat het inzetten van een politie-informant in een huis van bewaring in strijd is met het recht op een eerlijk proces.

De uitspraak van de Zwolse rechtbank, volgend op het standpunt van het Europese hof, is volgens advocaat A. Moszkowicz van invloed op het strafproces tegen André de V., de Enschedeër die verantwoordelijk wordt gehouden voor de brandstichting die heeft geleid tot de Enschedese vuurwerkramp. ,,De kentering is ingetreden'', zegt Moskowicz over de goedkeuring van de inzet van politie-informanten. De V. is mede op basis van een bekentenis tegenover een undercoveragent veroordeeld. Zijn hoger beroep dient in maart.

De 41-jarige inwoner van Kampen wordt ervan verdacht een bewusteloze flatgenoot van een balkon te hebben gegooid of geduwd. De man, een Portugees die gebrekkig Nederlands spreekt, heeft altijd ontkend.

Tijdens zijn verblijf in het huis van bewaring bracht justitie een Portugese politie-informant met hem in contact. Deze agent is volgens advocaat H. Voors speciaal voor de undercoveractie uit Portugal overgekomen. De verklaringen van de Kampenaar over het misdrijf zijn volgens de rechtbank ,,niet spontaan'' afgelegd.

De rechtbank, die spreekt over ,,misleiding'', beschouwt de gesprekken in het huis van bewaring als een verhoor. Maar omdat de infiltrant zich niet als politieambtenaar kenbaar heeft gemaakt, is volgens de rechtbank artikel 6 van het Europees verdrag inzake de rechten van de mens geschonden. Dit artikel bepaalt dat iedereen recht heeft op een eerlijk proces en zichzelf niet hoeft te belasten. De undercoveractie van justitie ,,klemt te meer'', aldus de rechtbank, omdat de Kampenaar zich in een ,,precaire situatie'' bevond. Hij sprak nauwelijks Nederlands en was ,,door het ontbreken van een sociaal vangnet volledig afhankelijk van de autoriteiten.''