Het nut van de kasman

Wat doe je wanneer je als participerend onderzoeker van Surinaamse afkomst wordt bedreigd met zwarte magie? Het overkwam sociologe Aspha Bijnaar tijdens haar onderzoek naar kasmoni – een informeel spaar- en kredietsysteem dat vooral bij Creolen in Suriname en Nederland gangbaar is. Een frauduleuze deelneemster uit de Bijlmer dreigde een boze geest te sturen. Bijnaar nam haar toevlucht tot de winti-religie om de wisi te ontlopen. `Mijn kritische afstand als onderzoeker bleek onvoldoende om deze dreiging af te weren', schrijft ze. Weinig onderzoekers durven zo'n bekentenis te doen.

Het maakt Bijnaars studie alleen maar authentieker. Het deel over de Bijlmer is voor de neutrale lezer het interessantst, ook omdat het inzicht geeft in sociaal-etnische problemen. Het boek is verplichte kost voor Amsterdamse ambtenaren. Er loopt in de Bijlmer met kasmoni (`kasgeld') nog wel eens iets mis door bedrog en egoïsme. Bij kasmoni leggen zo'n twaalf deelnemers iedere maand geld in. In Nederland worden tientallen euro's per maand ingelegd. In Suriname minder, door de geringere levensstandaard. Volgens Bijnaar circuleert in Nederland maandelijks 3,5 miljoen euro kasmoni. Een derde van de Creolen participeert. De meesten komen uit de lagere en middenklassen. Creolen uit de hogere klasse doen soms mee om de band met hun cultuur in stand te houden.

Een kasvrouw of kasman – deelnemers zijn meestal vrouwen – moet erop toezien dat ieder aan zijn verplichtingen voldoet. Het grootste voordeel heeft degene die in de eerste maand de pot krijgt, want die heeft gratis krediet. Wie aan het eind ontvangt, heeft renteloos gespaard. Waarom dan niet naar de bank? Veel deelnemers zeggen de sociale controle van kasmoni nodig te hebben, omdat ze anders niet sparen. Bij een onverwachte uitgave, zoals de begrafenis van een familielid in Suriname, is vervroegde uitbetaling mogelijk. Volgens Bijnaar werkt de sociale controle in Suriname beter, omdat de samenleving kleinschaliger is. Het komt er minder vaak voor dat iemand zijn inleg staakt na ontvangst van de pot of anderszins bedrog pleegt.

Creolen in Suriname lijken het geld ook meer toekomstgericht te besteden – opleiding van de kinderen – dan in Nederland. Bijnaar nuanceert zo enigszins het stereotype dat Creolen minder spaarzaam zijn dan Hindoestanen. Maar ze kan het beeld niet echt ontzenuwen, want Creolen bevestigen het in haar onderzoek zelf. Wel corrigeert ze het negatieve beeld dat de schrijver Helman en de socioloog Kruijer schetsten, als zou kasmoni vooral met schulden en irrationaliteit te maken hebben. Ze bevestigt met haar studie nog eens dat zwarte vrouwen de ruggengraat van de Caraïbische samenleving vormen. En ze ontkracht de stelling van de bekende socioloog Geertz, die systemen als kasmoni in moderne samenlevingen zag verdwijnen.

Sommige Surinamers in Nederland vinden dat Bijnaar teveel de vuile was buiten hangt. In een radioprogramma werd ze voor blaka bakra (`zwarte Hollander') uitgemaakt. Zo'n verwijt wordt in overgevoelige Surinaamse kringen vaker gehoord, maar doet geen recht aan de kwaliteit van Bijnaars onderzoek.

Aspha Bijnaar: Kasmoni. Een spaartraditie in Suriname en Nederland. Bert Bakker, 378 blz. €24,95