Het familiefeest onderbroken

,,Kenmerken van een typisch Nederlands familiefeest waarbij vooraf de afspraak wordt gemaakt niet over politiek te discussiëren. Dat geeft alleen maar onenigheid.'' Zo kwalificeerden de bestuurskundigen Uri Rosenthal en Jouke de Vries in 1993 het Nederlandse politieke besluitvormingsproces ten tijde van de Golfcrisis twee jaar daarvoor. Door het hanteren van historische symbolen en politiek-bestuurlijke spelregels bestond politiek in Nederland tijdens het Golfconflict vooral uit het voorkomen van politiek, luidde hun conclusie in het boek Nederland en de Golfcrisis.

Het had eigenlijk net zo goed gisteren geschreven kunnen zijn. Ook nu is het politiek fundamentele debat over de dreigende oorlog met Irak weer opvallend afwezig in de Tweede Kamer. Wederom zijn het de procedures die de boventoon voeren. Die zijn niet onbelangrijk, integendeel. Dat blijkt momenteel in Brussel, waar binnen de NAVO onder het mom van procedures een pure politieke machtsstrijd wordt geleverd. Wel belangrijk is dat het achterliggende, politieke, verhaal op een gegeven moment wordt benoemd. Het verzet dat landen als Frankrijk en vooral Duitsland aantekenen tegen het nu al betrekken van de NAVO bij activiteiten die zouden kunnen worden uitgelegd als oorlogsvoorbereiding, heeft in de kern te maken met verzet tegen de volgens hen dreigende Amerikaanse hegemonie.

Zo ver komt het debat in de Nederlandse politiek nooit. Dat bleek ook deze week weer eens in de Tweede Kamer toen gesproken werd over het kabinetsbesluit om in te gaan op het verzoek van Turkije voor de levering van Patriotraketten waar opnieuw De Procedure centraal stond. Door het uitblijven van voldoende steun voor een PvdA-motie om op dit moment af te zien van levering van deze raketten, ging Nederland een volgende fase van de Irak-crisis in. ,,De oorlog inrommelen'' noemde het toenmalig PvdA-Tweede-Kamerlid Piet de Visser dat in 1991.

Niet voor niets duikt dat begrip `inrommelen' ook nu weer op. Het ene besluit vloeit min of meer logisch voort uit het vorige – een weg terug is er nauwelijks – maar waar was het ook ook al weer mee begonnen? Natuurlijk, er zijn de verdragsverplichtingen voortvloeiend uit het lidmaatschap van de Verenigde Naties en de NAVO. Maar dat ontslaat de Nederlandse regering niet van het maximaal verantwoorden en toelichten van de stappen die daaruit voortvloeien. Daar gaat het in de Nederlandse politiek altijd mis. Besluiten heten maar al te vaak logische vanzelfsprekendheden. De fundamentele politieke keuzevraag is ondertussen ver te zoeken.

Als er één les uit het turbulente politieke jaar 2002 kan worden getrokken, is het dat de politiek herkenbaar en richtinggevend moet zijn. Maar waar was het politiek richtinggevende leiderschap van premier Balkenende tot nu toe in de Irak-crisis? Ook op deze kwestie kan wel weer zijn favoriete zin `waar het om gaat is dat we onze verantwoordelijkheid nemen' worden geplakt, maar ten tijde van oorlogsdreiging mag toch meer worden verwacht. Of wacht de Nederlandse regering tot de oorlog een feit is?

Al in september vorig jaar bleek in de Veiligheidsraad dat in de kwestie-Irak een beslissende fase was aangebroken. Maar in tegenstelling tot veel andere landen waar de politieke leiders dat ook duidelijk maakten is die `sense of urgency' toen nauwelijks doorgedrongen tot de Nederlandse politiek. Het Nederlandse kabinet had het onder druk van de LPF-roerselen vooral druk met interne oorlogsdreiging. Maar bovendien – dat toonde het regeerakkoord pijnlijk goed aan – was de wereld voor het kabinet-Balkenende wel heel ver weg. Buitenlandse politiek is uit. ,,Voor een waarnemer uit de periferie is de horizon van de Nederlandse diplomatie vandaag in nevelen gehuld'', zei de Belg Rik Coolsaet vorig jaar november op een symposium van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Ook nu nog valt er nauwelijks nog enig peil te trekken op de Nederlandse buitenlandse politiek. Eind vorige maand weigerde minister-president Balkenende een brief van acht Europese regeringsleiders mee te ondertekenen waarin werd opgeroepen tot transatlantische eenheid in de kwestie-Irak.

De wereld diende verlost te worden van het gevaar dat werd gevormd door de massavernietigingswapens van Saddam Hussein, aldus onder anderen de Britse premier Blair, de Spaanse premier Aznar en de Italiaanse premier Berlusconi, die zich met de brief vierkant achter de Verenigde Staten opstelden en afstand namen van de steeds openlijker geventileerde Franse en Duitse reserves. Nederland, als vanouds het land van de `Atlantische reflex' was opvallend afwezig bij de lijst van ondertekenaars. Door deze brief werd de Europese verdeeldheid juist geëtaleerd, luidde Balkenendes verweer. Van Franse en Duitse zijde werd goedkeurend naar Nederland geknikt.

Afgelopen week koos Nederland voor een radicaal andere aanpak. Terwijl de NAVO-landen hopeloos verdeeld waren over elke vorm van militaire bijstand op dit moment aan medelid Turkije, met wederom Frankrijk en Duitsland in de oppositionele hoofdrol, ging Nederland akkoord met het rechtstreekse verzoek van Turkije voor de levering van Patriotraketten. Dit keer waren het de Amerikanen die instemmend knikten. Dit keer mocht de Europese verdeeldheid blijkbaar wel worden geëtaleerd.

Het was minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken die vorig jaar tijdens de begrotingsbehandeling van zijn departement zei te willen waken voor `verdorpsing' van Nederland. ,,Navelstaarderij en provincialisme dienen de Nederlandse belangen niet'', aldus De Hoop Scheffer die daarmee reageerde op een eerdere klacht van Nederlandse topambtenaren. Dat klonk toen hoopgevend. De actieve bereidheid van Nederland militaire middelen beschikbaar te stellen wijst ook in die richting.

Alleen moet daarbij nog het politieke verhaal worden verteld waarin duidelijk wordt gemaakt waar Nederland nu echt staat op het wereldtoneel. Daarvoor kan het Nederlandse familiefeest gerust even worden onderbroken.

    • Mark Kranenburg