Heel de wereld in de ban van Irak

Een onderwerp beheerst de discussies op alle continenten: de dreigende oorlog tegen Irak. Morgen worden in vele steden massademonstraties verwacht.

Van de onderzoekers van het McMurdo Station op de Zuidpool, tot de inwoners van Anchorage, Alaska. Van Amsterdam tot Honolulu. In meer dan 600 steden staan morgen anti-oorlogsdemonstraties gepland. De Stop the War Coalition, die vier weken geleden nog op 27 demonstraties hoopte, schat dat tien miljoen mensen de straat op zullen gaan. Ook peilingen laten zien dat de oppositie tegen een oorlog breedgedragen is, nog voor die oorlog is begonnen. De anti-oorlogsstemming is volgens het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup het grootst in Argentinië, waar 83 procent van de mensen tegen een oorlog zonder steun van de VN-veiligheidsraad is. Instemming met een oorlog is het grootst in de VS; 63 procent van de Amerikanen staat achter een oorlog.

Europa

Europeanen voelen over het algemeen weinig voor een oorlog tegen Irak. In de meeste landen, zowel in oost als in west, wijst tweederde tot meer dan driekwart van de bevolking zo'n oorlog in ieder geval af als de Veiligheidsraad zich niet nadrukkelijk daarvoor uitspreekt in een nieuwe resolutie. De organisatoren van vredesdemonstraties verwachten daarom morgen een massale opkomst.

Een uitzondering vormt Oostenrijk, waar bijna de helft van de bevolking vindt dat het regime van Saddam met geweld moet worden beëindigd. In Denemarken is een nipte meerderheid voor een aanval, maar alleen met steun van de Veiligheidsraad.

Opmerkelijk is tegen deze achtergrond het standpunt van Europese regeringsleiders. Waar de regering vrijwel onvoorwaardelijk achter de Verenigde Staten staat, namelijk in het Verenigd Koninkrijk en Spanje, is de terughoudendheid van de bevolking het grootst. Verder hebben vooral regeringen in Oost-Europa, door de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld aangeduid als ,,het nieuwe Europa'', maar ook die in Nederland en Italië, zich achter de VS geschaard en militaire steun beloofd in geval van oorlog. Ierland, Portugal en België zijn alleen bereid tot logistieke steun.

In Duitsland en Frankrijk ligt het regeringsstandpunt het dichtst bij de mening van de bevolking, waarbij bondskanselier Schröder zich nadrukkelijker tegen een oorlog heeft uitgesproken dan president Chirac. Ook de Noorse, Finse en Griekse regering zien op dit moment onvoldoende aanleiding voor een oorlog. De Oostenrijkse en Zweedse regering willen de conclusies van de wapeninspecteurs afwachten.

Afrika

Afrika heeft nog één smeedijzer in het vuur om een oorlog tegen Irak af te wenden. Zijn naam is Aziz Pahad. De ambitieuze staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van Zuid-Afrika keerde deze week terug van zijn tweede reis in korte tijd naar Bagdad om ,,te bemiddelen in de crisis.'' Niemand heeft daar om gevraagd, maar Pahad zegt nu alles te hebben gedaan om een catastrofe te voorkomen.

Pahad doet geen moeite om de schijn als onafhankelijk bemiddelaar op te houden. Hij liet zich lachend fotograferen op de stoep van het Al Rasheed hotel in Bagdad, terwijl hij zijn voeten veegt aan het portret -in mozaïek- van George Bush. De Zuid-Afrikaanse regering zegt de anti-oorlogsentimenten namens heel Afrika uit te dragen. Het land is momenteel voorzitter van de Beweging van Niet-Gebonden Landen en van de Afrikaanse Unie.

Maar niet heel Afrika denkt als Aziz Pahad. Ethiopië heeft zich, net als Djibouti, onomwonden achter Amerika geschaard. Volgens aartsvijand Eritrea omdat de landen op Amerikaans geld hopen en ,,verwende kinderen zijn van de supermacht'' Ook Angola, lid van de Veiligheidsraad, heeft weinig problemen met de Amerikaanse aanvalsplannen.

De meeste Afrikaanse landen knikken driftig mee als oud-president Mandela zegt dat George W. Bush de wereld naar een holocaust leidt en dat het de Amerikanen alleen om de olie in Irak is te doen. De meeste landen zijn het ook met president Thabo Mbeki eens dat de oorlog rampspoed betekent voor de ontwikkeling van Afrika. Stijgende olieprijzen kunnen de schuldenlast van de meeste Afrikaanse landen volgens Mbeki ,,onbeheersbaar maken''.

Latijns-Amerika

Latijns-Amerika steunt een oorlog in Irak, met of zonder VN-resolutie, niet. De meeste regeringsleiders, noch zakenlieden, noch de man op straat geloven dat een oorlog op dit moment gewenst is. Op de Argentijnse en Braziliaanse televisie werd de afgelopen weken regelmatig gepraat over wat nu de werkelijke motieven van de Amerikaanse president Bush kunnen zijn. Vrijwel niemand werd overtuigd door de Amerikaanse bewijzen. De Braziliaanse president Lula noemde op televisie zijn Amerikaanse collega `geobsedeerd' door Irak. De Braziliaanse regering heeft officieel haar steun uitgesproken voor een Frans-Duits vredesplan.

De weerstand op het continent heeft vooral te maken met de angst voor een economische recessie. ,,Het eerste wat er gebeurt is een verhoging van de gastarieven'', zei de Argentijnse huisvrouw Grace Souza Calvocante tegen persbureau AP. ,,Vervolgens wordt ook voedsel duurder, dan kleren en het openbaar vervoer. En als er een oorlog komt, dan blijven toeristen thuis voor de televisie zitten.'' Argentinië geeft de VS deels de schuld van de economische crisis op het continent.

Chili, lid van de Veiligheidsraad is eveneens sterk tegen een oorlog. Mexico twijfelt. De Mexicanen zijn de laaste maanden wantrouwend tegenover de bedoelingen van hun noorderburen, maar weten ook dat 80 procent van de nationale export naar de VS gaat.

Midden-Oosten

Volgens de Israëlische pers zal de bevolking vanaf zaterdag worden opgeroepen om door nylon afgesloten veiligheidskamers in te richten en zich te voorzien van voedsel, water en batterijen. Uit de peiling in de krant Ha'aretz gisteren blijkt echter dat 36 procent van de Israëliërs niet van plan is een gasmasker op te zetten en 31 procent er niet over piekert de schuilkelder in te gaan of een andere beveiligde ruimte. Gezien de voortdurende anti-Iraakse propaganda en demonisering van Saddam Hussein is het opmerkelijk dat dat slechts 46.3 procent van de Israëliërs voor een zo snel mogelijke Amerikaanse offensief is tegen Irak.

In de Arabische wereld is men ervan overtuigd dat de oorlog hoedanook gaat plaatsvinden. Het gaat om de olie en niet om ontwapening van Saddam Hussein, is in het kort de mening van veel Arabieren.

In Turkije blijkt uit een laatste opiniepeiling dat 90 procent van de Turken twijfelt aan een oorlog. Maar het protest blijft beperkt tot een oproep om één minuut het licht uit te doen.

Azië

Begrip voor de plotse noodzaak Irak aan te vallen is onder de Japanse bevolking niet groot, aangezien terroristenleider Osama bin Laden ergens anders woonde.

Voor de meeste Chinezen is een mogelijke Amerikaanse aanval op Irak nauwelijks onderwerp van gesprek. Binnenlandse problemen zijn belangrijker, en niemand verwacht persoonlijke schade te lijden van een mogelijke oorlog. Alleen in de voormalige Britse kroonkolonie Hongkong wijkt het beeld wat af. Daar heeft de overheid extra hoeveelheden van onder meer het pokkenvaccin ingeslagen om de bevolking te kunnen beschermen tegen een mogelijke aanslag .

India reageert verbazingwekkend pragmatisch op de dreigende oorlog tegen Irak. In de tijd van de Koude Oorlog was India de kampioen van de `ongebonden landen', waarmee duidelijk werd gemaakt dat de soevereiniteit van elke natie heilig moet worden geacht en dat buitenlandse inmenging in alle gevallen uit den boze is. De huidige premier Atal Bihari Vajpayee trok deze lijn min of meer door met de mededeling dat een oorlog tegen Irak alleen kan als de VN daar geheel achterstaat. Maar in feite maakt men zich in India alleen zorgen over de olieprijzen. Het opvallende is dat de moslims van India, zo'n 120 miljoen, geen standpunt hebben ingenomen.