Goedbedoelde folklore uit het verre oosten

De reisbrochures voor vakanties in exotische oorden stromen momenteel – oorlog of geen oorlog – weer binnen. Wie dichterbij wil genieten van oosterse folklore, zang, dans en bonte kledij, kan afreizen naar het Internationaal Danstheater. Rode Peper biedt een keur aan dansen afkomstig uit streken die vroeger werden aangedaan door de schepen van de VOC. Te beginnen met de afvaart uit Amsterdam, om de Kaap heen naar de kusten van Malabar en Coromandel (India), langs de Gordel van Smaragd (Bali en Java), via Siam (Thailand) en Korea naar eindpunt Deshima en Nagasaki (Japan).

Rode Peper is geen verhaal vol weemoed, maar geeft juist een subtiel geplaatste kritiek op de rol van de VOC, die in 2002 vierhonderd jaar geleden was opgericht. Los daarvan toont het programma een keur aan dansen waarvan vele ronduit prachtig en spectaculair zijn. Een opvallende vrouwendans is bijvoorbeeld Nautch, een pittige Zuid-Indiase straatdans waarbij de vrouwen hun driftige stappen vergezeld laten gaan door rinkelende enkelbelletjes. Eveneens fraai is de Saman, een ingenieuze groepsdans uit Atjeh waarbij mannen en vrouwen op een lange rij gezeten hun armen en handen vormen tot een kunstig vlechtwerk, dat op de maat voortdurend van patroon verandert. Ook schitterend is een Koreaanse dans waarbij de man aan zijn hoofddeksel een lint heeft gebonden dat hij als een vendel om zich heen cirkelt. Van oorsprong zaten er glasstukjes aan gebonden en moest de vijand maken dat hij wegkwam.

Rode Peper biedt een overdaad aan dansen, mede door choreografen uit de desbetreffende landen met zorg ingestudeerd en door deze dansers bijna perfect uitgevoerd. De kostumering, veelal vervaardigd van ter plekke op de markt gekochte stoffen, is oogverblindend. Toch kent dit programma ook zwaktes. De thematische opzet, hier de reis van huis naar de oost, is aardig maar brengt met zich mee dat er verbindende liederen gezongen moeten worden. Nu zijn de teksten van Ivo de Wijs leuk vanwege hun ironie, maar de zangkunst van de musici laat te wensen over, waardoor de voorstelling soms iets dilettanterigs krijgt. Letterlijk half geslaagd is het decor; een taps toelopende houten vloer suggereert mooi abstract het dek van een schip, daarboven hangen dan weer hinderlijk witte lappen die zeilen voorstellen. Knullig is soms ook de muziek met een gamelanorkest van slechts zeven bespelers.

Ook de dans lijdt een enkele keer onder het dilemma van goedbedoelde folklore en gewenste authenticiteit. Het gezelschap vertilt zich vooral aan de bedoyo, een eeuwenoude ceremoniële hofdans uit Surakarta, een unisono dans voor negen maagden – het getal negen staat voor de openingen in het vrouwenlichaam – die uiterst minimale verschuivingen te zien hoort te geven waardoor de tijd als het ware stil komt te staan. Door de dans in te korten en een solo toe te voegen gaat de magie en daarmee de essentie verloren. Een dieptepunt was het Javaans schaduwpoppenspel dat de armen van de spelers toonde: een doodzonde. In dit oosterse dans- en muziekprogramma blijkt juist de cultuur van het land waar we voorheen de hechtste band mee hadden het minst haalbaar.

Voorstelling: Rode Peper, door Internationaal Danstheater. Concept: Maurits van Geel. Regie: Van Geel, Brigitta Hauwer, Jan Knoppers, Therèse Laurant. Muziek: Floor Minnaert e.a. Gezien: 12/2 Lucent Theater, Den Haag. Tournee t/m 1 juni. Inl: 020-6239112 of www.intdanstheater.nl