Gerommel met fooien breekt ondernemer op

De rechtbank in Groningen heeft gisteren horecaondernemer S. Kooistra, die bedrijven heeft in onder meer Groningen, Amsterdam en Nijmegen, veroordeeld tot het alsnog betalen van premies volksverzekering over fooien die werknemers in zijn bedrijven van 1993 tot 1997 ontvingen. Kooistra moet een achterstallig bedrag van 1,2 miljoen gulden (ongeveer 550.000 euro) betalen aan het UWV, het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.

Uit verklaringen van (ex-)werknemers kwam naar voren dat het brutoloon veel hoger was dan opgegeven. `Voorts is uit vele door het personeel afgelegde verklaringen naar voren gekomen dat de werkelijke loonsom aanzienlijk afwijkt van hetgeen volgens de loonadministratie is uitbetaald. Op grote schaal is premieloon niet (volledig) verantwoord in de boeken opgenomen. Bovendien is geconstateerd dat het Fooienbesluit, waarbij de fooien die medewerkers krijgen gedeeltelijk wordt aangemerkt als loon, ten onrechte niet is toegepast. Ook zijn door de horecaexploitant ten onrechte maaltijden niet opgegeven als premieplichtig loon. De rechtbank heeft het UWV in het gelijk gesteld dat de fooien als loon moeten worden aangemerkt.

Kooistra stapte 5 december 2002 naar de rechter toen het UWV

een bedrag eiste van 1,2 miljoen euro.

Naast de grootste horeca-ondernemer van Nederland Kooistra is ook G. van der Veen, bestuurder van Horeca Grote Markt Zuidzijde Groningen BV, veroordeeld tot naheffingen. Van der Veen moet alsnog 900.000 gulden (ruim 400.000 euro) aan premies aan het UWV betalen.

De advocaat van Kooistra en Van der Veen, M. Schuring, kan nog niet zeggen of zij in hoger beroep gaan tegen het vonnis. ,,Ik heb nog niet met hen besproken of we in hoger beroep gaan. We hebben nog zes weken de tijd om het daarover te hebben. Maar het is zeker een overweging'', aldus M. Schuring.