Formule voor herstel

DE NEDERLANDSE ECONOMIE boekte over 2002 de laagste groei in twintig jaar en voor 2003 wordt nauwelijks verbetering verwacht. Ook 2001 was een zwak jaar en zo stapelen de magere jaren zich op. Het merkwaardige is dat dit besef nu pas begint door te dringen. Kennelijk is in de vette jaren negentig een stevige economische buffer opgebouwd, zodat het een tijd duurt voordat de effecten van de stilstand breed gevoeld worden. Maar de periode van oververhitting is nu werkelijk voorbij. De maatregelen die het bedrijfsleven heeft getroffen om de teruglopende winsten op te vangen, beginnen te bijten. Magere groei heeft verregaande gevolgen. Het betekent bijvoorbeeld dat de komende drie jaar een groei van tegen de vijf procent nodig is om op de gemiddelde groei uit te komen waarop de berekeningen van de overheid zijn gebaseerd. Zo'n forse groei is zelfs in de rijke jaren negentig niet gehaald.

Nederland heeft een formule voor het herstel van de economie nodig. Die bestaat uit ingrediënten waarop de nationale beleidsmakers wel en geen invloed kunnen uitoefenen. Ten eerste moet het vertrouwen van consumenten en investeerders terugkomen. Een snel einde aan de oorlogsdreiging rond Irak is de beste stimulans op korte termijn voor de economie, maar dit valt buiten het bestek van het Binnenhof. Ten tweede moet de Europese Centrale Bank in Frankfurt de rente verder verlagen nu niet inflatie maar delflatie de grootste bedreiging vormt voor de economieën in euroland. President Wellink van De Nederlandsche Bank heeft een stem in de ECB, maar hij beslist niet alleen.

De binnenlandse ingrediënten gaan over loonmatiging en ombuigingen. Werkgevers en werknemers moeten een afspraak maken voor een langjarig loonakkoord. Nu de werkloosheid oploopt, is dat de snelste manier om de concurrentiepositie van het bedrijfsleven te verbeteren. Bovendien werkt een loonakkoord in de particuliere sector door in de loonkosten van de overheid, de zorg en de sociale uitkeringen.

DE OVERHEIDSFINANCIëN zijn het vierde ingrediënt. Het begrotingstekort loopt snel op. Bij de gezondheidszorg zijn alle remmen los en het beroep op de sociale zekerheid neemt toe. Op de lange duur moet er een overschot op de begroting zijn zodat de staatsschuld afneemt. Maar het CDA en de PvdA zijn hierover verdeeld. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft op een vernuftige manier geprobeerd de standpunten bij elkaar te brengen. Een structureel overschot van één procent in 2007 betekent, als rekening gehouden wordt met de stand van de economie, dat in 2007 de begroting in evenwicht moet zijn. Hiervoor is nog altijd een ombuiging van ruim veertien miljard euro in de komende kabinetsperiode nodig. Het CPB is van mening dat het niet nodig is om de staatsschuld volledig af te lossen. De overheid kan zich best een beperkte schuld op de lange termijn veroorloven. Te grote bezuinigingen doen de economie op korte termijn bovendien meer kwaad dan goed.