Eindhoven wil werktijd verkorten in de industrie

Werkgevers in de industrie zouden collectieve arbeidstijdverkorting moeten kunnen doorvoeren, als daarmee ontslagen worden voorkomen. De Eindhovense Burgemeester R. Welschen heeft gisteren een plan met die strekking besproken met CDA-minister De Geus van Sociale Zaken. Welschen wil dat De Geus de arbeidstijdverkorting betaalt uit de middelen van de Werkloosheidswet (WW).

In Zuidoost-Nederland werkt één op de drie werknemers in de industrie, vooral bij metaal- en elektrobedrijven. Veel van die bedrijven zijn toeleveranciers van onder meer Philips, ASML en DAF Trucks. Als deze bedrijven door economische tegenspoed moeten bezuinigen, komen ook hun toeleveranciers in de problemen.

De regio Eindhoven is volgens Welschen extreem conjunctuurgevoelig. ,,Als het goed gaat met de economie, gaat het hier direct ook heel goed. Maar als het slecht gaat, zoals nu, zijn we erg kwetsbaar.'' Welschen wil met zijn plan voorkomen dat bedrijven te veel vakmensen kwijtraken. ,,We hebben dat in het verleden gemerkt na het faillissement van DAF en de Centurion-operatie bij Philips. Toen zijn er veel vakmensen ontslagen, die we eind jaren negentig weer hard nodig hadden, maar niet aangesleept konden krijgen.''

Welschen stelt een experiment voor van drie jaar, waarbij werknemers bij bedrijven die in moeilijkheden verkeren gedeeltelijk de WW ingaan en de uren die zij daardoor overhouden besteden aan scholing. Zij zouden intussen geen last moeten hebben van de sollicitatieplicht die gewoonlijk gekoppeld is aan een WW-uitkering. ,,De financiering voor de scholing hebben we al rond en de regionale opleidingscentra zijn er ook klaar voor, alleen de WW moet nog gefinancierd worden'', aldus Welschen. Hij bestrijdt dat zijn plan betekent dat bedrijven hun conjuncturele risico's deels afwentelen op de overheid, omdat zijn regio bij een economische dip onevenredig zwaar getroffen wordt.

De Geus heeft nog niet gereageerd op het voorstel van Welschen. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekijkt de minister het plan en komt hij voor het einde van de maand met een reactie.