Een minaret van baksteen

Op het terrein van een voormalige garage in Amsterdam wordt een monumentale moskee gebouwd, ontworpen door twee Frans-joodse architecten. ,,De vernieuwing van de islam komt uit het westen.''

Nederland telt ruim 800.000 moslims en ongeveer 450 moskeeën. Bij het horen van deze aantallen is de verleiding groot om een woud van honderden minaretten voor je te zien. Maar dat beeld bestaat niet; de meeste moskeeën kunnen zich de luxe van een minaret, het meest sprekende islamitische symbool, niet veroorloven.

De profeet Mohammed (Mekka, 570) geeft in de koran aanwijzingen voor de vormgeving en inhoud van het leven, het geloof, de moraal en nog veel meer, maar zegt niets over de aard en inrichting van de plaatsen van geloofsbeleving. De eerste collectieve ruimte voor gemeenschappelijk gebed in de islam ontstond in de praktijk bij Mohammed thuis in Medina, Saoedie-Arabië. Dat was in 622. Na twaalf jaar lang in opdracht van de engel Gabriël in Mekka de koran te hebben gepredikt, dwong een religieuze stammenoorlog de profeet met zijn volgelingen uit te wijken naar Medina. Daar bouwde hij een eigen huis, een platte lemen doos in de kleur van de aarde, met een binnenhof van ongeveer vijftig bij vijftig meter. Zoals gebruikelijk bij huizen in het Midden-Oosten was het hof geheel ommuurd. Aan de noordzijde werd een met palmtakken overdekte galerij geconstrueerd die steunde op een dubbele zuilenrij van palmboomstammen. Een beschutting voor de gelovigen tegen zon en regen en voorloper van de centrale overdekte moskeeruimte, de zuilenhal.

Nog steeds is ruimte de belangrijkste eis die aan de inrichting van een moskee wordt gesteld, voldoende overdekte vierkante meters waar de moslims voor gebed kunnen neerknielen richting Mekka. Dankzij die onvoorwaardelijke ruimte-eis vormt het islamitische gebedshuis een geschikte nieuwe bestemming voor bestaande bouwwerken die hun oorspronkelijke functie hebben verloren. In ons land zijn, vooral in de grote steden, oude school- en kerkgebouwen in moskeeën veranderd, maar ook een voormalige machinefabriek, een afgedankte supermarkt, een leegstaande loods en verlaten kantoorpanden. Zo, in westerse vermomming gestoken, laten de meeste moskeeën zich van buiten niet direct als moskee herkennen. Zij gedragen zich als schuilkerken die hun aanwezigheid hooguit verraden door voor de deur samen groepende moslims van wie een enkele oudere Turk of Marokkaan nog gekleed gaat in kaftan, boernoes of djellaba.

Tuinbouwkas

Een hoog in de mast gehesen Turkse vlag aan de rand van een modderig parkeerterrein is de enige richtingwijzer naar de Aya Sofia-moskee in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes. Het islamitische gebedshuis gaat schuil in een van de twee bedrijfsgebouwen op het oude Riva-terrein, jarenlang het domein van Opel, maar in 1994 door de autofirma verlaten. De als een enorme tuinbouwkas opgetrokken werkhal – veel glaspanelen zijn gebroken of hangen half uit de dunne, stalen sponningen, alsof de hal veelvuldig is geteisterd door storm en brand – wordt nog steeds als autostalling gebruikt. Het rechthoekige, grotendeels bakstenen blok ernaast, ooit het onderdelenmagazijn, draagt een warrig bosje antennes op het platte dak en is aan de buitenkant omkleed met een breed uitgemeten stelsel van brandtrappen. De constructie doet vermoeden dat daarbinnen, op de verdieping, de gebedsruimte is ingericht. Maar waar is de ingang?

Een chauffeur die zojuist zijn taxi heeft geparkeerd naast een aantal collega-taxi's, te herkennen aan de blauwe nummerborden, wijst op een vierkante, donkere opening in de hoofdgevel. Hij gebaart mij vriendelijk mee naar binnen. ,,Links is het Turks restaurant'', zegt hij, ,,rechts de supermarkt en achterin boven, de trap op, de moskee.'' Globaal klopt zijn indeling, maar wat ik zie in de halve duisternis, is verre van overzichtelijk. Een authentiek marktbuurtje weggenomen uit de oude Arabische stad, geplukt uit een labyrintische medina zoals ik die in Marokko zag, in Marrakech en Fez. Rommelige uitstallingen van koopwaar, groente en fruit, schoenen, textiel en vooral bergen wollen sokken. Het eethuis bestaat uit een slagorde van ruwhouten tafels en banken met voorover gebogen mannen die soep lepelen uit kommen van aardewerk. Ook verder overal mannen, staand, zittend, hangend, zwijgend of keuvelend met glazen koffie en thee. Een schemerig voorportaal van de voor mij verboden gebedshal, een wereld zonder haast, zonder luidruchtigheid, zonder zichtbare orde, zonder vrouwen. Bijna middeleeuws, als je door je oogharen kijkt. Niets wijst erop dat ik mij in Amsterdam Oud-West bevind, midden in een stadsdeel vol bakstenen blokken met sociale woningbouw, robuust gemodelleerd in de stijl van de Amsterdamse School uit de jaren twintig van de vorige eeuw.

Het lijkt waarschijnlijk dat er over niet al te lange tijd er een eind zal komen aan het ondergrondse bestaan van de Aya Sofia-moskee en de exotische entourage die zich aan elke bepaling van tijd onttrekt. De Turks islamitische organisatie Milli Görüs en de Amsterdamse woningbouwvereniging Het Oosten hebben de handen ineen geslagen om, in plaats van de verborgen Aya Sofia, op het Riva-terrein een nieuwe moskee te bouwen. In het Amsterdamse hoofdkwartier van Milli Görüs, gehuisvest in een anoniem bedrijfspand op een even anoniem industrieterrein in Osdorp, geven directeur Haci Karacaer en vice-voorzitter van de vereniging Üzeyir Kabaktepe een toelichting bij de plannen.

Karacaer: ,,De Westermoskee, zoals de nieuwe moskee gaat heten, wordt de mooiste moskee van Nederland. Dat is ook de nadrukkelijke ambitie van Frank Bijdendijk, de directeur van Het Oosten. Een monumentaal gebouw dat met koepels en minaret de historische, architectonische rijkdom van de oriëntaalse moskee laat zien. Dat beeld gaan wij neerzetten en daarmee willen wij uit de benauwde sfeer van de schuilkerk treden.''

Snotneuzen

Kabaktepe: ,,Het wordt een grootstedelijk project dat harmonieus in de omgeving moet passen, ook wat betreft materiaalgebruik. Dat betekent lichte en donkere rode baksteen en een geveldetaillering die verwant is aan de Amsterdamse Schoolstijl van de aangrenzende woningbouw. Een volwassen, rijk gematerialiseerde moskee moet het worden, geen goedkope witte doos tussen de woningen met een paar iele minaretten, zoals de meeste nieuwbouwmoskeeën er uitzien.''

Karacaer: ,,Daarom zijn wij niet in zee gegaan met pas afgestudeerde Marokkaanse, Turkse, of Pakistaanse architecten. Dat zijn nog snotneuzen en daarmee bedoel ik niets denigrerends. Alleen, zij hebben nog geen ervaring. Temeer omdat het met de Westermoskee niet uitsluitend om een religieus gebouw gaat waar je kunt komen bidden om daarna weer naar huis te gaan. Er komt ook een cultureel centrum, want wij willen het debat voeren tussen de samenleving en de islamitische gemeenschap. In Amsterdam heb je drie sociaal-culturele podia, de Balie, Felix Meritis en de Rode Hoed, een voormalige schuilkerk. Wij willen het vierde centrum worden. Daarom hebben wij aan de Westermoskee een cultureel programma verbonden, voor jongeren en ouderen, voor moslims en niet-moslims. Het wordt een kleine, nieuwe stadswijk met woningen en bedrijfsruimten en een passage met Turkse winkeltjes die het plein van de moskee aan het water van de Kostverlorenvaart met de Witte de Withstraat verbindt.''

De stedenbouwkundige en architectonische ontwerpen voor het ambitieuze moskeecomplex zijn getekend door het architecten-echtpaar Marc en Nanda Breitman uit Parijs. Het Oosten-directeur Frank Bijdendijk: ,,Ik had goede ervaring met Marc Breitman met een woningbouwproject in het Noorderhof in Amsterdam. Bovendien heeft hij in Bagdad en Tunis gewerkt en is hij met moskeeën bekend. Wij zijn met de drie partijen op studiereis naar Istanbul geweest en hebben daar interessante dingen ontdekt. Bijvoorbeeld dat een moskee ramen kan hebben die tot op de vloer reiken waardoor je naar buiten kunt kijken en het binnenvallend licht aan het interieur een enorme ruimtelijke werking geeft. De moskee ligt ook altijd iets hoger ten opzichte van de omgeving. En kleinere dingen, zoals de vorm van de ramen. Naarmate je omhooggaat krijg je meer spitsbogen, terwijl de rondboogramen vooral voor de benedenste regionen zijn bestemd.''

Te oordelen naar het imposante, klassieke ontwerp dat het joodse echtpaar Breitman voor de Westermoskee heeft gemaakt, zijn het vooral de koepelmoskeeën van de zestiende-eeuwse, islamitische bouwmeester Sinan geweest die voor de noodzakelijke inspiratie hebben gezorgd. Üzeyir Kabaktepe bevestigt dat, maar toont mij ook de allereerste schetsen die Marc Breitman voor de Amsterdamse moskee maakte. De aquarellen laten een variant van de San Marco in Venetië zien. De zware, hoekige minaret van donkere steen en de driehoekige torenspits naast een lichte uivormige, goudomrande koepel. Een ontwerp dat onmiskenbaar door de Byzantijnse San Marco is ingegeven. Kabaktepe, met schampere lach: ,,Man, dat is toch geen moskee! – hebben wij tegen Marc Breitman gezegd. Toen zijn wij op reis gegaan naar Istanbul en Edirne. En tenslotte is het de Selimiye Moskee in Edirne van Sinan geweest die als basis heeft gediend voor het definitieve ontwerp van de Westermoskee.''

Daarmee zal in Amsterdam een moskee worden gebouwd die waarschijnlijk in Europa, maar zeker in Nederland een van de meest interessante hoofdstukken illustreert van de architectuurgeschiedenis van het Midden-Oosten. Sinan, hij leefde van circa 1490 tot 1588, maakte snel carrière als militair ingenieur bij campagnes in onder andere Bagdad en Perzië en werd in 1539 de baas van de Keizerlijke Architecten Garde van het Ottomaanse rijk. Hij bouwde van alles, maar had zijn hart verpand aan moskeeën en was geobsedeerd door de Aya Sofia in Istanbul. Over de door hem in 1569 voltooide Selimiye Moskee in Edirne, vlakbij Istanbul, pochte de tijdgenoot van Palladio in zijn autobiografie dat hij er in was geslaagd om de koepel van de moskee voor Sultan Selim II vier ellenmaten groter te maken in diameter en zes ellenmaten hoger dan de koepel van de Aya Sofia. Een heimelijke overwinning van de architectuur van de islam op de bouwkunst van het christendom als je bedenkt dat de Aya Sofia van oorsprong een Byzantijnse koepelbasiliek was uit de vierde eeuw. Na de verovering van Constantinopel in 1453 door de Ottomanen werd het Grieks orthodoxe kerkgebouw tot islamitisch heiligdom verklaard, in een moskee veranderd en met vier Ottomaanse spitsminaretten vastgenageld aan de oever van de Bosporus.

Afhankelijk van het werelddeel, de streek, de bouwmaterialen en de heersende architectonische stijlperiode kent de minaret vele verschijningsvormen. Maar door de eeuwen heen heeft de Ottomaanse spitsminaret zich het krachtigst getoond als vrijheidsbeeld van de islam. Vraag een kind een minaret te tekenen – in deze tijd moet dat voor elk kind een normale vraag zijn – en in negen van de tien gevallen verschijnt op papier het beeld van een rechtopstaand potlood met scherpgeslepen punt. In dat ene uitzonderingsgeval zal een Marokkaanse minaret worden getekend, een rechthoekige toren met een stolpachtige lantaarn op zijn kop.

Stiftminaret

Ook bij de talloze moskeeën die de laatste jaren in Nederland in nieuwbouw zijn verrezen, is de stiftminaret favoriet. Het zijn bijna normale gestalten geworden, de slanke, ronde stelen met op ongeveer tweederde van de hoogte een omlopend balkon met een borstwering als een uitkragend manchet. De vaak witte torens variëren in hoogte van twaalf tot ruim veertig meter. De kegelspits is uitgevoerd in mintgroen koper, maar kan ook een andere pasteltint dragen, roze, blauw, goudgeel. Door de zoete zuurtjeskleuren gecombineerd met zichtbaar dunne, lichte bouwmaterialen en een koepel die zo door de wind lijkt te kunnen worden meegevoerd, maken veel nieuw gebouwde moskeeën de indruk uit de Efteling te zijn weggelopen.

Hoewel ook uitgerust met een sprookjesachtige spitsminaret, weet de Westermoskee te ontkomen aan overheersende associaties met Ali Baba en Duizend-en-een-nacht. Voor die ontsnapping zijn verschillende redenen. De materialisatie in baksteen, ook van de minaret, en de afstemming in stijl op die van de Amsterdamse School doen het bouwwerk onmiskenbaar op deze plaats in de stad thuishoren. In dezelfde mate essentieel is de volwassen verwijzing in het ontwerp naar een van de hoogtepunten van de islamitische architectuurgeschiedenis.

Historiserende architectuur heeft mij altijd huiverig gemaakt, maar ik merk dat die huiver mij bij dit moskeeplan niet lastig valt. Er zijn belangrijker zaken dan kwesties van esthetiek. Als de Westermoskee er straks staat, heel waardig in een stedelijke nis aan het water alsof hij er altijd al stond, zal ik Haci Karacaer herinneren aan de volgende stap op het pad van de sociaal culturele integratie van de islam. Aan het slot van zijn toelichting op de bouwplannen zei hij: ,,Wij weten dat de vernieuwing van de islam uit het westen moet komen, niet uit het oosten. Als het aan ons ligt begint de vernieuwing hier in de Baarsjes.''