Drie woorden zijn genoeg

11 september 2001 veranderde Rudolph Giuliani in één klap van een omstreden burgemeester van New York in een nationale held. Giuliani, die in opspraak was wegens een luidruchtige echtscheiding en de gevolgen van zijn harde politie-optreden, maakte zelfs op zijn grootste vijanden indruk met de wijze waarop hij leiding gaf aan de stad nadat die was getroffen door de aanslag op het World Trade Center. Te midden van de chaos en de wanhoop leek de burgemeester volkomen in control. Heldhaftig zette hij de hulpdiensten in, informeerde de pers en wist hij mensen te troosten. Kortom, hij wist effectief leiding te geven onder extreme omstandigheden.

Dat hij zo goed was voorbereid op deze megacrisis schrijft de inmiddels ex-burgemeester zelf toe aan het feit dat hij al enige maanden werkte aan zijn boek Leadership. Alle basisregels voor leiding geven zaten daarom helder in zijn hoofd. `Alsof God me de kans had gegeven een cursus leiderschap op te stellen op het moment dat ik dat het meest nodig had', schrijft de katholieke politicus in zijn voorwoord. Een boek dat antwoord belooft op de vraag hoe iemand zo daadkrachtig leiding kan geven in de nasleep van zo'n grote ramp – dat maakt nieuwsgierig.

Voor Giuliani valt leiding geven samen te vatten in een aantal basisregels. Zo staat op zijn bureau een bordje met drie woorden: `ik ben verantwoordelijk'. De slogan moet hem er voortdurend aan herinneren dat een leider meer dan wie ook zijn verantwoordelijkheid moet nemen, want `niets is vertrouwenwekkender dan dat'. Tegelijkertijd is de leider die zijn verantwoordelijkheid neemt het goede voorbeeld voor degenen die voor hem werken.

De meeste van Giuliani's leidraden lijken rechtstreeks overgenomen uit een upbeat managementcursus. Zoals: `Omring jezelf met geweldige mensen'; `Voorbereiding is het halve werk' of `Begin altijd met een klein succesje'. Allemaal clichés, maar ze worden interessant omdat Giuliani ze lardeert met pakkende voorbeelden uit zijn jeugd en zijn werkzame leven als burgemeester en openbaar aanklager. De stelregel `Treed op tegen bullebakken' dankt hij aan zijn vader, die hem leerde boksen onder het motto `Vecht altijd met een vooropgezet plan, maar nooit tegen iemand die zwakker is dan jijzelf'.

Nog zo'n cliché: `Alle leiders zijn beïnvloed door de mensen die ze bewonderen.' Giuliani's eigen voorbeelden zijn rechter MacMahon, zijn `eerste echte baas', en Ronald Reagan, net als hij Republikein. Interessanter zijn de minder conventionele voorbeelden: de New York Yankees en de Godfather-films. Met instemming citeert hij Don Corleone die niet houdt van mensen `die alleen maar praten om hun eigen stem te horen'. Zelfs een nog levende maffialeider, de gewelddadige John Gotti, wordt opgevoerd als voorbeeld van iemand die de principes van leiderschap heeft begrepen.

Een managementregel die Giuliani niet noemt, maar wel uitbundig in praktijk brengt: geniet zo lang mogelijk van je successen. Uitvoerig beschrijft hij hoe New York veiliger en welvarender werd onder zijn bewind. Hij heeft zelfs een bijlage toegevoegd aan zijn boek, waarin de cijfers nog eens worden opgesomd. De schaduwzijde van het harde politie-optreden, dat de betrekkingen met minderheden verstoorde, laat hij achterwege.

Kritiek komt toch al nauwelijks voor in Leadership. Zo doet Giuliani het protest dat hij opriep door het Brooklyn Museum of Arts subsidie te ontzeggen omdat het daar geëxposeerde werk godslasterlijk zou zijn, af als beeldvorming door de media. Dat een rechter oordeelde dat de subsidie toch moest worden gegeven, laat hij achterwege. En in hoeverre zijn veel besproken echtscheiding (die ertoe leidde dat hij zijn ambtswoning moest verlaten) zijn functioneren beïnvloedde, beschrijft hij helemaal niet. Met uitzondering van een uiteenzetting hoe het is om geconfronteerd te worden met prostaatkanker, is Leadership één lang succesverhaal. Giuliani's zelfverheerlijking is alleen verteerbaar als je terugdenkt aan de manier waarop hij na 11 september zijn stad opnieuw richting wist te geven.

De beste delen van Leadership, die alleen daarom al het boek het lezen waard maken, zijn de hoofdstukken waarin de aanslag op het World Trade Center en de dagen er na worden beschreven. Opvallend is de chaotische manier waarop Giuliani de aanslag beleefde, terwijl hij even later voor de camera's zo zelfverzekerd zou overkomen. Met een klein gevolg rende de burgemeester van gebouw naar gebouw, op zoek naar een plek waar hij een hoofdkwartier kon inrichten. Enige tijd zat hij opgesloten en hij ontkwam ternauwernood aan de dood toen de Twin Towers instortten. Het doet denken aan de film van de Franse broers Naudet, die onthult hoe de New Yorkse brandweer volkomen onvoorbereid was op het instorten van de torens.

In de dagen na de aanslag blijkt één keer dat Giuliani het soms ook even niet meer aan kan. Hij voelt plotseling pijn in zijn schouder en vreest dat hij getroffen is door een hartaanval. `Ik heb helemaal geen tijd om ziek te worden', schiet het door zijn hoofsd. Pas na een wandeling in de buitenlucht, waartoe zijn vriendin hem aanzet, hervindt hij zichzelf.

Een sluitend antwoord op de vraag `hoe word je een leider die zelfs een stad aankan na een terroristische aanslag' geeft Giuliani niet. Waarschijnlijk is, zoals hij schrijft, `een groot deel van leiderschap mysterie. Inspiratie moet gehaald worden waar het komt en wanneer het komt en bronnen van kracht verschijnen op onverwachte plekken.'

Rudolph W. Giuliani: Leadership. Little and Brown, 407 blz. €24,15. De Nederlandse vertaling Leiderschap is verschenen bij Het Spectrum, €24,95