Door zwarten voor zwarten

Blueszanger Charley Patton was beroemd in de jaren twintig, maar daar bleef het bij. Dankzij een zevendelige cd-box is hij alsnog te horen.

Poparcheologen hebben soms baat bij de meest obscene ontwikkelingen in de muziek. Toen rond 1920 platenbazen geld begonnen te zien in het vastleggen van werk van populaire zwarte muzikanten werd een fenomeen ontwikkeld dat ons nu de haren te berge doet rijzen: de race records. Dit waren opnames van folk- en bluesliederen die door platenbazen uit commercieel oogpunt slechts werden gedistribueerd in zwarte wijken. Authentieke muziek, door zwarten, voor zwarten.

Al rond 1930 ontstond een polemiek over de authenticiteit van deze muziek. Ten slotte werden de voor deze opnames geronselde artiesten (die soms letterlijk van de straat werden geplukt) gedwongen in een paar minuten een acceptabele opname te maken waarvan achteraf werd besloten of ze het waard waren om geperst te worden. (Die persing geschiedde overigens op extreem inferieur materiaal dat volgens de overlevering eigenlijk bedoeld was voor het maken van bowlingballen.) Dit maakte die opnames, volgens de academici onder de toenmalige geschiedschrijvers van de muziek, `geforceerd'.

Nu gold dit inderdaad voor zwarte groepen die maar een paar minuutjes studiotijd kregen. Hun opnames wisten maar zelden de ziel van hun groepsgeluid vast te leggen. Ze waren bovendien gebonden aan conceptuele compositorische eisen die geen improvisaties in tekst en ritme toelieten, waardoor discipline al snel met talent werd verward.

Individuele artiesten wisten echter door hun routine vaak wél hun ziel en zaligheid in één keer op de band te slingeren. Ze waren zo gewend zichzelf te begeleiden en hun repertoire voor de vuist weg te brengen, dat ze zich nauwelijks lieten afleiden door de rode lampjes van de studio en de met dollars wapperende executives. Dat hun werk vaak alle wetten van de traditionele compositie brak, werd in het begin uit tijdnood en opportunisme door de vingers gezien.

Die race records blijken de laatste jaren een onuitputtelijke bron voor archeologen die de ontwikkelingen van de zwarte folk en blues in kaart proberen te brengen. Juist die eerste lichting soloartiesten wendde al het hele spectrum van de countryblues aan voor een `eigen geluid': verschillende gitaarstijlen, ritmische onregelmatigheden en eigen teksten die ver afweken van wat in die periode als traditioneel gezien werd. Zo zongen ze vrijuit over fatale liefdes en seksuele affaires. En toen Blind Lemon Jefferson in 1926 een echte hit scoorde met twee liederen die het karakter van de `stream of consciousness' hadden, veranderde ook de visie van de platenlabels. De muzikanten kregen meer vrijheid en de verhalende liederen werden eerder regel dan uitzondering.

Een van de meest obscure muzikanten uit deze periode is Charley Patton. Door de eerste folkarcheologen werd hij volkomen over het hoofd gezien. Op hoge toon verwierpen ze de race records als betrouwbare bron. Ze vergaten tijdens hun veldtochten tevens de oerbronnen van de muziek in kaart te brengen, te druk als ze waren met het zoeken naar excentriciteiten en levende legendes. Patton bleek zelfs door zijn familie en zijn laatste vrouw zo goed als vergeten.

Yahoo Basin

In Yahoo Basin, het broeinest van de blues dat zich uitstrekte over Noordoost-Mississippi, wist men rond 1958, toen er eindelijk een nieuwe vorm van professioneel onderzoek naar de blues werd gedaan, enkel nog te vertellen dat Patton met afstand de populairste songster en bluesmuzikant van zijn tijd was. Men vermoedt dat hij in 1887 werd geboren en weet zeker dat hij stierf in 1934 aan hartproblemen. Zijn oeuvre bestaat, voorzover nu bekend, uit 52 opnames, vastgelegd tussen 1929 en 1934 en behandelt alle stijlen die in die tijd in de mode waren. Blues, spirituals, gospels, bluesballades en folksongs. Dit jaar werd de zevendelige cd-box Screamin' and hollerin' the blues by Charley Patton voor drie Grammy's genomineerd. Geschiedkundige gerechtigheid. De box verscheen op het Revenant Label van de in 2001 overleden bluesgitarist John Fahey, die zijn levenswerk als platenbaas niet meer heeft zien verschijnen. Het is wellicht de mooiste uitgave uit de geschiedenis van de muziek. Vormgegeven als een ouderwets platenalbum, voorzien van essays en boekjes, verrijkt met de oorspronkelijke 78-toerenlabeltjes uit die roemruchte periode, en aangevuld met akkoordenschema's en teksten. Maar het belangrijkste zijn natuurlijk alle teruggevonden opnames waarop Patton te horen is, plus de versies van zijn liederen door bewonderaars.

Nu zijn dit gesamplede singeltjes – de mastertapes werden ooit als troep van de hand gedaan en soms gebruikt voor het afbakenen van kippenhokken – maar wie zich niet door ruis en gekraak van de wijs laat brengen, hoort in The Masked Marvel, zoals Pattons artiestennaam luidde, een wonder van muzikaliteit.

Met zijn effectieve gitaarspel en zijn even doordringende als weemoedige stem heeft hij enkele van de meest aangrijpende bluessongs aller tijden opgenomen. Merkwaardig genoeg, als je bedenkt dat hij zijn naam en faam dankte aan zijn rol in de zogenaamde medicine show, een vorm van vaudeville die in de tijd van Patton bestond uit een kliek rondtrekkende kermisklanten die vooral kunstjes moesten vertonen. De zogenaamde Black-Facekomiek was een must, een dame die met slangen kon omgaan een pre, en een zanger die leuk uit de hoek kon komen onontbeerlijk. Patton bleek tijdens zijn optredens dan ook vooral de lolbroek uit de hangen, en volgens sommige overleveringen heeft hij tijdens zijn medicine-show-optredens nooit de muzikale ernst van zijn opnames getoond. Dit kwam John Fahey, die in 1970 al een boek over Patton schreef (dit is bij de box ingesloten), ongeloofwaardig voor.

Fahey, zelf bluesgitarist in de traditie van Patton, stelde dat iemand zijn virtuositeit niet zomaar op kon hoesten in die weinige minuten die hij in de studio kreeg, als hij niet dagelijks juist deze muziek speelde. En daar valt wat voor te zeggen. Tenslotte klinken de opnames die Patton heeft gemaakt zo natuurlijk dat je de indruk krijgt dat het ontbreken van publiek hem juist in staat stelde de geest van het lied dat hij vertolkte beter op te roepen.

Lokale roem

Patton was in het dagelijkse leven bovenal een entertainer. Hij was geen vernieuwer, al leerde hij streekgenoten als Howlin Wolf de gitaar beter begrijpen. Hij was in het nog altijd van de katoenpluk levende Noord-Mississippi vooral een rondtrekkend inspirator en vertolker. Zijn teksten zijn onderhoudend in plaats van kritisch en stammen waarschijnlijk uit de orale traditie van de zang op de katoenvelden, maar ook dit blijft gissen, want niemand van de rugzakacademici heeft zich in die tijd ooit verdiept in deze kant van de geschiedenis. Zijn lokale roem dankte hij dan ook aan zijn presentatie, en het feit dat hij ook erg populair was bij de blanken, maakte hem een soort popster avant la lettre.

De cd's waarop Pattons werk is terug te vinden, klinken ondanks de veelvoud aan stijlen uiterst coherent. Of hij nou een traditional, een gospel, of een ballade speelt; er is altijd die ingetogen virtuositeit, die bijna vriendelijke souplesse en die diep doorleefde muzikaliteit. Hoe anders dan de neurotische genialiteit van Robert Johnson of de angstaanjagende gospel van Blind Willie Johnson, uiterst indringende artiesten die tot legendes zijn uitgegroeid. Misschien is dat precies het punt. Charley Patton was van alle markten thuis – een echte `songster' dus – waardoor zijn muzikale nalatenschap verwaterde onder de luie ogen van hautaine archeologen die altijd hun neus zijn blijven ophalen voor de geschiedenis die enkel op vinyl was vastgelegd.

Eeuwige dank dus aan John Fahey, die voor de echte fanatici onder de bluesvolgers in zijn boek ook nog uitvoerig de gitaarstijlen behandelt die in de jaren dertig in Yazoo Basin werden ontwikkeld, en die wat betreft tonale historie deels hun oorspong vinden in de Arabische tijd van veel naar Amerika verscheepte slaven. Maar de overige teksten in dit prachtalbum zijn opstellen die iedere muziekliefhebber aankan. Je leest en luistert, en waant je direct in die roemruchte periode van de vorige eeuw waarin de deltablues geboren werd in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten.

`Screamin' and Hollerin' the Blues by Charley Patton', Revenant, album no. 212

Van John Fahey verschijnt volgende maand postuum het album `Red Cross op Revenant'

    • Nanne Tepper