Deel dijken voldoet niet aan norm

De helft van de belangrijkste dammen, dijken en duinen in Nederland voldoet aan de veiligheidsnormen. Van deze zogeheten primaire waterkeringen voldoet 15 procent niet aan de normen. Voor de resterende 35 procent is nader onderzoek nodig.

Dat is de uitkomst van de vijfjaarlijkse toetsing van de waterkeringen die Nederland moeten beschermen tegen overstromingen uit de Noordzee, de grote rivieren en het IJssel- en Markermeer. De definitieve resultaten hiervan zijn gisteren door staatssecretaris Schultz van Haegen (Verkeer en Waterstaat) naar de Tweede Kamer gestuurd.

In totaal is 3.558 kilometer onderzocht. Daarvan voldoet 549 kilometer waterkering niet aan de wettelijke veiligheidsnormen. Bij veertien kilometer waterkering en voor zes zogeheten kunstwerken (waterkerende sluizen, stormvloedkeringen et cetera) zijn de gebreken nieuw. Het gaat om elf kilometer aan dijkvakken in de Krimpenerwaard met ,,onvoldoende stabiliteit'', twee kilometer in de provincie Noord-Holland met eveneens ,,onvoldoende stabiliteit'' en één kilometer van een ,,te lage'' waterkering die de benedenstad van Nijmegen moet beschermen.

Van de onvoldoende veilige kunstwerken liggen er vier in de provincie Groningen en twee in de kop van Noord-Holland. Het verhelpen van de nieuwe gebreken kost naar schatting 75 miljoen euro.

Van het resterende deel van de waterkeringen dat niet aan de normen voldoet waren de gebreken bekend. Het gaat om 165 kilometer van het Deltaplan Grote Rivieren dat nog niet is voltooid, 290 kilometer zeedijk en meerdijk waarvan de stenen bekleding niet sterk genoeg is, en 80 kilometer langs het Markermeer. Aan deze waterkeringen wordt al gewerkt of zijn de verbeteringen vrijwel afgerond.

Het is de eerste keer dat Rijkswaterstaat een vijfjaarlijkse toetsing heeft uitgevoerd. Deze toetsing is opgenomen in de Wet op de waterkeringen uit 1996. [Vervolg DIJKEN: pagina 3]

DIJKEN

716 miljoen voor versterking kust

[Vervolg van pagina 1] ,,Dan kunnen we de vinger aan de pols houden, in plaats van verrast te worden door te zwakke waterkeringen'', aldus staatssecretaris Schultz van Haegen. Bij het onderzoek wordt gekeken naar de sterkte van de waterkeringen in verhouding met de krachten die erop worden uitgeoefend.

De veiligheidsnormen bepalen dat centraal Nederland moet worden beschermd tegen een stormvloed die gemiddeld eens in de tienduizend jaar voorkomt. Het rivierengebied moet worden beschermd tegen grote overstromingen die gemiddeld eens in de 1.250 jaar voorkomen.

Onlangs is uit berekeningen naar voren gekomen dat ook rekening moet worden gehouden met een zwaardere golfbelasting langs de kust.

Uit onderzoek is gebleken dat de golven hoger zijn dan waarmee altijd rekening is gehouden. Om die reden worden drie zeedijken als zwak beschouwd: de Hondsbossche en Pettemer Zeewering, het Flaauwe Werk op Goeree en Nolledijk/Zwanenburg op Walcheren. De duinwaterkeringen bij Callantsoog en Ter Heijde voldoen niet aan de veiligheidsnorm en voor twee andere duinwaterkeringen op Schouwen en nabij Breskens is dat ,,twijfelachtig''. Er is volgens Schultz van Haegen 716 miljoen gereserveerd om de waterkeringen langs de kust te versterken die op basis van deze berekeningen niet of waarschijnlijk niet aan de norm voldoen.

De totale kosten van de werkzaamheden aan de primaire waterkeringen tot 2015 bedragen voor het Rijk ruim vier miljard euro. Voor 575 miljoen euro is nog geen dekking gevonden.