De Maupassant liet zich om een boodschap sturen

Els Barents, directrice van het particuliere fotomuseum Huis Marseille in Amsterdam, voorspelde het al zo'n twee jaar geleden in een interview met deze krant. Pas op voor die jonge Duitse fotograaf Elger Esser (1967), want die gaat het helemaal maken. Na het verschijnen van zijn eerste fotoboek kon Huis Marseille ternauwernood een panorama van hem kopen, want de belangstelling die andere musea en particuliere verzamelaars voor deze aanstormende Duitser aan de dag legden, dreef de prijs razendsnel op.

Er bestaat zoiets als een Esser-stijl, dat maakte dat eerste boek Vedutas and Landscapes al duidelijk. Zijn oevers en meren, bruggen en bergdorpen ogen weids en bleek, en toch precies. Alsof er zoiets als een transparante mist bestaat, die een uitzicht vreemdgenoeg aanscherpt maar ook mystificeert. Of het nu een pier op Ameland is – een kartelrand in niemandsland – of een huis aan een `gestolde' rivier in het Franse Tonnay, er heerst een buitenaardse stilte, zoals op vroeg-19de-eeuwse foto's, toen datgene wat bewoog door de lange sluitertijd vanzelf weer verdween. Geen verontrustende stilte, maar de arcadische rust van een geschilderd landschap uit de Renaissance, waar je oog naar afdwaalt als het eenmaal voorbij de Moeder Gods is.

In Essers consequente beperking tot één fotografische `kleuring' en tot landschappen en vergezichten, herkent men de gestrengheid van de Bechers, het Duitse echtpaar dat zijn `geportretteerde' industriële architectuur in Europa en Amerika, naarmate de tijd verstreek, zag worden opgewaardeerd in een unieke inventarisatie van industrieel erfgoed. Maar in het werk van Esser, de jongste student van de Bechers, sluimert ook melancholie, en dat is wel het laatste waar men zijn leermeesters – visueel althans – van kan betichten.

Esser trok voor zijn tweede boek Cap d'Antifer Étretat langs de Normandische kliffen tussen Le Havre en Fécamp, alsof hij zich nu ook eens geografisch wilde beperken. Hij volgde de voetsporen van Guy de Maupassant die in 1877 op verzoek van zijn leermeester Gustave Flaubert de grillige en overweldigende kalksteenformaties daar beschreef. Flaubert had zo'n terrein nodig om zijn hoofdrolspelers in Bouvard et Pécuchet, twee pseudo-wetenschappers, geloofwaardig aan het werk te zetten. Uiteindelijk maakte hij geen gebruik van De Maupassants gedetailleerde weergave, zoals blijkt uit de in het fotoboek opgenomen correspondentie. En het was de dood die Flaubert verhinderde om dit boek, dat bovenal de domheid en middelmatigheid van de mensheid aan de kaak moest stellen, af te maken.

Op Essers Normandische `fata morgana's' ligt een flauw aftreksel van het charmante, bronskleurige patina van 19de-eeuwse daguerreotypieën. Millenia hebben zich als aardlagen opgestapeld. Zout, wind en erosie vraten door de kliffen heen, ze tergden de rotsen en verpulverden ze tot zand en grind. Intussen kroop het mos voort, zodat de kale kalksteen hier en daar de onschuld van een akker kreeg. Toch lijkt de Cap d'Antifer nog steeds door een woedende god op de aarde te zijn gesmeten, als een restantje van de Grand Canyon.

Menig Normandië-reiziger is vertrouwd met deze kuststrook. Maar door Essers oog voor contrasterende structuren en een schilderachtige dieptewerking onttrekken zijn landschappen zich aan de glamour-esthetiek van de vertrouwde natuuropnamen. De archaïsche tinten, die bleke, bijna neutrale atmosfeer, de suggestie dat land en zee één zijn, en de afwezigheid van een element dat de menselijke maat aangeeft: Normandië is geen Normandië meer, maar een troostrijk moment van eeuwigheid. Alles was er al heel lang, en wat er ook gebeurt, dat alles zal er nog heel lang zijn. Knap om die illusie met zo'n fotografische seconde op te roepen. En goed dat De Maupassant destijds even voor zijn `Maître' op pad ging.

Elger Esser: Cap d'Antifer – Étretat. Schirmer/Mosel Verlag, 48 blz., 15 kleuropnamen, €39,80.