Blinde masseurs zijn beter

SÃO PAULO. Vanuit mijn appartement op de eenentwintigste verdieping kijk ik uit op een zee van beton, oneindiger dan het beton van New York. Dat komt goed uit, ik houd van beton. Ik geloof erin.

Op de tweeëntwintigste verdieping bevindt zich een Turks bad, wat in de praktijk neerkomt op twee houten tonnen gevuld met zeer warm water, daarnaast een bad met koud water, en vier à vijf werkloze masseurs.

Dit is de rijke buurt, de flatgebouwen bevinden zich achter tralies, soms ook achter schrikdraad. Voor iedere winkel staat een bewaker, 's nachts zie je in bepaalde winkels een bewaker, keurig in pak, in een tuinstoel gezeten om plunderaars af te schrikken.

Het is 32 graden, ik ben hierheen gevlogen om een vriendin van lang geleden te ontmoeten. Zij heeft een verloofde, ik heb een verloofde, maar we verdwijnen niet uit elkaars leven, we hebben elkaar geadopteerd. En zo ontmoeten we elkaar op de vreemdste plekken, New York, Bad Ragaz, São Paulo. Maar ze is vertraagd, ze mag het land niet in, want ze is niet ingeënt tegen gele koorts. Ook ik ben daar niet tegen ingeënt, ik ben tegen niets ingeënt, maar als je vanaf New York vertrekt heb je dat soort injecties niet nodig. Zij komt uit een andere plek, zij komt uit de rimboe.

En ik wacht in São Paulo. Soms valt er een tropische regenbui, dan veranderen de straten in rivieren, ik zie vuilniszakken voorbij stromen, op het hoogtepunt van de bui zelfs een matras.

Je kunt hier kinderen huren om ze uit bedelen te sturen, want een kind brengt meer op dan een volwassene, dat behoeft verder geen betoog. Zo ligt het economisch risico niet meer bij het kind en zijn ouders, maar bij degene die het huurt.

Misschien zouden ook in Nederland kinderen te huur moeten zijn als bedelaar, om de integratie te bevorderen.

Tegen vier uur, als de hitte eentonig wordt, ga ik naar het Turkse bad en vraag om een massage. Arbeid kost hier een habbekrats, en de bestrijding van eenzaamheid is een economische aangelegenheid. De kerk heeft dat half begrepen, officieus wel, officieel niet, maar de westerse mens wil het maar niet echt tot zich laten doordringen.

Vier Braziliaanse vrouwen, en een Japanner, vermoed ik, met bril, in witte jassen, luisteren hoe ik uitleg dat veelvuldig gebruik van een computer mijn schouders heeft verstijfd.

Ze knikken, dan komt uit een deur een zesde masseur, een van de vrouwen grijpt zijn hand en stelt hem aan me voor.

Een Braziliaanse man, met een vriendelijk gezicht.

Ik had gehoopt dat een Braziliaanse vrouw mij zou masseren, maar het geslacht doet er steeds minder toe. Ik steek mijn hand uit, maar de masseur grijpt die niet.

Een van de vrouwen legt zijn hand op mijn schouder. Dan begrijp ik het: deze masseur is blind.

Ze zeggen dat hij de beste is. Misschien zijn blinde masseurs per definitie beter dan zij die nog kunnen zien.

We worden naar een klein hok geleid waar ik plaatsneem op een tafel, en vervolgens worden de lichten gedempt. De masseur heeft geen licht nodig en ik blijkbaar ook niet. Liftmuziek speelt.

Binnenkort red je het niet meer met hoge hekken, schrikdraad, en nachtwakers in de winkels, dan zal er op de armen geschoten moeten worden, om het plunderen preventief te voorkomen. Zoals jagers altijd zeggen dat ze niet jagen voor hun plezier, maar om het bestand op peil te houden. Aids en andere ziektes dunnen uit, een slachtpartij hier, maar uiteindelijk zet het geen zoden aan de dijk en de waarheid is: te veel armen is slecht voor het milieu.

Zo zal er, wellicht vanuit helikopters, op de armen gejaagd worden om het bestand op peil te houden. Het is naar werk, maar het zal gedaan worden. Bovendien is mensenvlees rijk aan proteïnen, dat mag niet onderschat worden. Tekorten zijn onvermijdelijk.

Ik hoor hoe de masseur zijn handen insmeert met olie. Mijn badjas hangt aan een haakje, ik heb alleen een zwembroek aan.

Zijn handen raken mijn huid aan, ze kietelen. Ik kan het giechelen nauwelijks voorkomen. De blinde masseur zegt iets tegen mij in het Portugees, en ik zeg `obrigado'.

Zijn handen glijden over mijn body, wat in deze context precies het juiste woord is voor lichaam.

Alles wordt gemasseerd, ook mijn wangen en neus.

Mijn eerste dag in São Paulo zal ik niet snel vergeten. Dan verdwijnen zijn handen in mijn zwembroek. Principieel heb ik niets tegen homoseksualiteit, maar ik ben er nog niet rijp voor.

,,Nee, nee'', zeg ik.

Alsof God bestaat, begint mijn mobiele telefoon in de zak van mijn badjas te piepen.

De masseur laat mijn lid los. Hij schuifelt in de richting van mijn badjas, botst tegen iets op, maar het is te donker om te zien waartegen. Hij drukt mijn telefoon in mijn hand.

Ik neem op, de blinde masseur heeft niet voor niets zijn leven gewaagd.

,,Ja, met Eric Visser'', zegt een zachte mannenstem, ,,ik wilde even informeren of het waar is dat je naar Meulenhoff gaat?''

,,Kan ik over drie kwartier terugbellen?'' vraag ik.

Ik geef de telefoon terug aan de masseur, die hem op tafel legt.

Het masseren wordt hervat.

Zeventien miljoen mensen wonen in São Paulo. De urbanisatie, als project, als utopie, als onvermijdelijke loop van de geschiedenis, is niet alleen mislukt, maar is een ongekende bron van ziektes. De geürbaniseerde mens leeft in staat van oorlog. Dat wordt in Europa nog niet zo beseft, omdat de urbanisatie daar niet ten einde is gedacht, maar daar zal de geschiedenis verandering in gaan brengen.

Plotseling stopt de masseur. Ik geef hem een royale fooi en wij schuifelen de donkere ruimte uit. In het licht zie ik een grimas op zijn gezicht. Wegens de devaluatie van de Braziliaanse munt is niet alleen arbeid spotgoedkoop, maar ook goederen. En alle dure merken zijn ruimschoots vertegenwoordigd.

Nadat ik een paar schoenen heb aangeschaft, voor nog geen tiende van wat ze in New York of Amsterdam zouden kosten, koop ik voor een alleraardigst straatkind een ijsje. Haar broertje is schoenpoetser, ook een mooi beroep. En laten we de valkuilen van de schuld niet vergeten.

Voor de mens die verder niets meer voelt is het heerlijk schuld te voelen. Verrukkelijk gewoon, vaak beter dan seks. En de combinatie is het allerbeste.

De geürbaniseerde mens is een psychiatrische patiënt die zijn medicijnen, veelal, zelf aanmaakt. Hij voelt geen hevige ellende, maar ook geen hevig geluk, en de rest, de winkels, de cafés, het werk, dat is de therapie waar wij worden beziggehouden voor wij langzaam verdwijnen.

Wie vraagt, waarom moet het altijd meer, heeft het niet begrepen. Want stilstand is achteruitgang, en er zijn genoeg hongerigen die jouw plaats willen innemen.

Eindelijk arriveert de vriendin. Het certificaat dat inenting tegen gele koorts moet bewijzen is gekocht. Elk certificaat is te koop. Alleen de stakkers kopen hun certificaten niet, daarom zullen zij, vrees ik, als eersten verdwijnen.

We omhelzen elkaar. Ze ziet er goed uit. We hebben elkaar veel te zeggen, want over de pijnlijkste episodes uit ons leven hebben we nooit gepraat. En je weet nooit wanneer de pijnlijkste episodes ter sprake zullen komen.

Haar verloofde vindt het niet makkelijk te weten dat ze nu bij mij in São Paulo is. Van mijn verloofde kan hetzelfde worden gezegd.

Ik begon ermee verscheurd te zijn, en zo verscheuren steeds meer mensen, tot mijn omgeving alleen nog uit verscheurden zal bestaan.

Op de tweeëntwintigste verdieping kijken wij uit over de stad. Eigenlijk is São Paulo mooi.

Zolang de stad bestaat zal het leven oorlog zijn.

Nog sta ik aan de goede kant, maar beneden maken de ratten, die het ook niet kunnen helpen, zich klaar om aan mijn vlees te vreten.

Hier zou ik kunnen leven, want dit is onze waarheid.

    • Arnon Grunberg