Bergkwabaal, we krijgen je wel!

Bies van Ede is een veelzijdig man. Een hardcore Haarlemmer, die zijn liefde voor zijn woonstad in veel van zijn boeken laat doorschemeren. Een muzikant, die meespeelt als gitarist in een band met collega auteur Paul van Loon. En een prominent lid van het Griezelgenootschap, het zo tot de (kinderlijke) verbeelding sprekende `geheime' verbond van griezelboekenschrijvers. Van Ede schreef, sinds zijn debuut in 1983, ruim zestig boeken voor kinderen van alle leeftijden. Ook maakt hij scenario's voor de televisie, voor kinderprogramma's als Koekeloere en Vroeger & zo, maar ook voor volwassenen. En hij is een `Schrijver van de Ronde Tafel'.

Schrijvers van de Ronde Tafel is een genootschap van schrijvers van historische jeugdboeken, waarvan auteurs als Martine Letterie, Arend van Dam en Henk van Kerkwijk lid zijn. Hun doel is het onder de aandacht brengen van het genre. Echt weg is de historische jeugdroman natuurlijk nooit geweest, maar het is wel waar dat vooral, nog altijd, Thea Beckman er bekend om staat. En er zijn veel meer auteurs die zich er met hart en ziel aan wijden.

Van Edes laatste historische jeugdroman, voor kinderen vanaf twaalf jaar, heet De mensenkenner en speelt zich af in Haarlem in de jaren zestig van de zeventiende eeuw. Het zit hoofdpersoon Alwin Bijvoet niet mee. `Zijn moeder is ziek en nu is hij voor alles bang', luidt de eerste regel van het boek. Bloedzuigers noch het bezoek van een tovergenezeres mogen baten. Alwins moeder sterft, zijn vader, houthandelaar, wordt gek en zijn snode familieleden verkopen hem aan een gebochelde blinde bedelaar, de schrik van de stad.

Van Ede trapt niet in de meest voor de hand liggende valkuil: zijn hoofdpersoon is niet net een jongen van deze tijd. Alwin is zeer (bij)gelovig en dat is, terecht, vanzelfsprekend. Wel komt hij in aanraking met een verlichte geest, de bedelaar, die in China is geweest en hem leert mediteren. Alwin is een natuurtalent, hij ziet, al voor hij in de leer is, aura's. Hij wordt opgeleid tot `mensenkenner' en moet worden als water: `De echt verheven mensen zijn als water. Water laat alles om zich heen leven. [...] Water is goed en het voedt net zo makkelijk het onkruid als de roos.' En zo gaat de uitleg nog wel even door. Wat is dat toch, met historische jeugdboekenschrijvers en zaken als helderziendheid en verlichting? Waarom moet het daar zo vaak op uitdraaien?

De mensenkenner heeft vaart en is spannend, zolang Van Ede niet verzeild raakt in dit soort al te plechtstatig geschreven uitweidingen. Zijn stijl zwabbert. Af en toe liggen zijn beelden al te zeer voor de hand (ogen staan `dof' en `waterig', haren zijn `vet en slierterig'), maar er zijn ook originele taalvondsten. Het is fijn, te lezen over calvinisten die beweren `dat je met wijwater nog geen kip van de pip kunt genezen', of over `bang', een woord dat niet uitdrukt wat Alwin voelt: `Bang was als een huisspin vergeleken bij het monster dat hem verslindt. Bang is een houtsnijmesje, wat Alwin voelt is een beulszwaard. Bang is een vlammetje, Alwin staat in een brandend huis.' Helemaal meeslepend wordt het als Van Ede op zijn zeventiende-eeuws aan het schelden slaat: `Bergkwabaal! Krijg de blaftering voor al je smerige duivelswerk!' `We zullen je kop eens een kleurtje geven, droeftoeter!'

Bies van Ede: De mensenkenner. Van Goor. 160 blz. Vanaf 12 jaar. €13,50

    • Judith Eiselin