Bang voor zijn eigen muziek

Hugo Wolf stierf een eeuw geleden in een gesticht. Bariton Dietrich Fischer-Dieskau: `Een zanger zonder duidelijke uitspraak was voor Wolf uitsluitend geschikt voor solfège en jodelen.'

In zijn kersverse biografie Hugo Wolf – Leben und Werk (2003) citeert bariton Dietrich Fischer-Dieskau een niet eerder gepubliceerde brief uit Wolfs laatste jaren in een psychiatrische inrichting. ,,Al sinds langere tijd zie en hoor ik niets meer van de mooie buitenwereld. Kortom, het gaat slecht met me. Ik vind er geen woorden voor mijn beklagenswaardige toestand levendig genoeg te schilderen.'' Het is een van de laatste leesbare brieven die Wolf schrijft. In 1903 sterft hij – waanzinnig en verzwakt door talrijke kwalen.

In Nederland wordt Wolfs sterfjaar dit seizoen door de speciaal opgerichte Hugo Wolf Society Nederland herdacht met recitals, masterclasses en een lezing door Fischer-Dieskau. Initiatiefnemers zijn, in samenwerking met impresariaat Wentholt, de pianisten Kelvin Grout en Rudolf Jansen. ,,Het had weinig gescheeld of de hele Wolf-herdenking was bij gebrek aan belangstelling niet doorgegaan'', vertelt Jansen. ,,Het probleem is dat Hugo Wolfs liedkunst nooit volle zalen trekt. Voor mijn masterclasses in Tilburg waren zo weinig aanmeldingen, dat alle sessies zijn afgelast.''

Zelfs onder veel liedliefhebbers gelden de liederen van Hugo Wolf als `doorwrocht' en `wat moeilijk toegankelijk'. In een brief uit 1888 schrijft Wolf: ,,Vandaag heb ik twee nieuwe liederen gecomponeerd, waarvan er één zo merkwaardig klinkt dat ik er zelf bang van word. Moge God de ongelukkigen bijstaan die hier op een dag naar moeten luisteren!''

Rudolf Jansen: ,,Liedpubliek komt af op vocale schoonheid, maar bij de liederen van Hugo Wolf is dat een verkeerd uitgangspunt. Wolf maakt de vocale lijn ondergeschikt aan de tekst, waarvan hij zelfs de woordaccenten, zinsbouw en frasering in zijn liederen integreert. Neem `Mir ward gesagt, du reisest in die Ferne', het tweede lied uit het Italienisches Liederbuch. De zangpartij is monotoon en reciterend van opzet, opdat de beschreven moedeloosheid ook muzikaal tastbaar wordt. Als je je dat realiseert, is het geniale muziek. Wolf vereist een actievere luisterhouding dan Schubert of Schumann.''

,,Ik denk inderdaad dat de meeste mensen eerder diep worden geraakt bij de eerste kennismaking met de liederen van Schubert dan met die van Wolf'', beaamt sopraan Elly Ameling, wier opname van – onder meer – Wolfs Italienisches Liederbuch nog steeds een van de meest kleurrijke, verzorgde en doordachte is. Ameling: ,,Sommige zangers en luisteraars verwachten eigenlijk niet dat het gedicht zo'n belangrijke rol speelt als in de liederen van Wolf het geval is. Het is dan de taak van de zanger die tekst duidelijk en bezield over het voetlicht te brengen, en daar schort het helaas nogal eens aan. Als je in de zaal een lied van Wolf niet hebt kunnen verstaan, dan heb je het totaal gemist. Bij Schubert heb je in zo'n geval altijd nog een verrukkelijke melodie gehoord. Maar zolang er mensen zijn die de Duitse taal spreken en beminnen, zal er óók publiek zijn voor de verfijnde en tegelijk hartstochtelijke zeggingskracht van Wolfs muziek, daarvan ben ik overtuigd.''

Vulkanische vlagen

Hugo Wolf componeerde zijn krap tweehonderdvijftig liederen in vulkanische vlagen van inspiratie, met een piek in de extreem productieve `wonderjaren' tussen 1888-'90. Wanneer hij niet componeerde, domineerden depressies en suïcidale neigingen. Uit een brief aan Rosa Mayreder: ,,Als ik ooit niet meer kan componeren, hoeft niemand zich meer om me te bekommeren. () Dan is alles afgelopen voor mij.''

Rudolf Jansen: ,,Dat Wolf eigenwaarde ontleende aan zijn muziek is al heel wat. Het gevolg was wel dat zijn werkhouding erg maniakaal was. Wolf had überhaupt een onhandelbaar karakter. Als jongen werd hij van alle scholen afgestuurd en ook later maakte hij moeilijk contact. Maar hij nam met zijn oprechte natuur óók mensen voor zich in.''

Elly Ameling: ,,Pianist Erik Werba noemde zijn biografie over Wolf niet voor niets De toornige romanticus. Hugo Wolf was een diep ontroerbaar, maar ook zeer egocentrisch man. Hij moet bezeten zijn geweest van een eerzucht die hem tot zelfoverschatting dreef – ook al voordat hij rijp was voor de zenuwinrichting.''

Als vijftienjarige besloot Wolf musicus te moeten worden. Op het conservatorium in Wenen ontmoette hij zijn leeftijdgenoot Gustav Mahler, klasgenoot in de harmonieleer, en raakte hij hevig onder de indruk van de opera's van Wagner. Hoe diep die verering in Wolfs leven ingreep, blijkt ook uit de deels voor het eerst ontsloten familiebrieven die in Dietrich Fischer-Dieskau's boek worden geciteerd. Tragikomisch is de passage waarin Wolf vertelt hoe hij als straatarm (,,Eén boterham per dag'', signaleert Fischer-Dieskau vaderlijk) student zijn idool `ontmoet' door op diens etage in het Imperial Hotel de deur open te houden. Wolf: ,,Wagner keek me enige seconden star aan, en ging toen op weg naar de opera.'' Door Wolfs vasthoudendheid kwam het uiteindelijk tot één echte ontmoeting. ,,Wagner kwam uit de deur, keek me aan en zei: `Ik heb u al eens gezien, u bent. (waarschijnlijk wilde hij zeggen: u bent een nar).'' Maar eenmaal binnen in Wagners rijke vertrekken werden de amper zestienjarige Wolf en zijn bundeltje composities afgepoeierd met ironische woorden: ,,Maar mijn lieve kind, ik heb geen tijd! En bovendien – ik begrijp helemaal niets van muziek.''

,,Hugo Wolf wilde dolgraag zijn als Wagner en grote muziekdrama's componeren'', zegt Rudolf Jansen. ,,En hoewel hij in zijn liederen harmonisch onmiskenbaar Wagners invloed heeft ondergaan, is het van succesvolle, grootschalige werken nooit gekomen. Eigenlijk is dat Wolfs tragiek geweest. Het is geen toeval dat hij juist na het falen van zijn enige opera Der Corregidor (1895) definitief in waanzin verviel.''

De indirecte aanstichter van Wolfs fysiek en geestelijk duistere laatste jaren was tragisch genoeg zijn jeugdvriend Gustav Mahler, die als muzikaal directeur van de Weense Staatsopera weigerde Der Corregidor uit te voeren. Wolfs voordien al aanwezige ontvankelijkheid voor wanen moet waarschijnlijk worden teruggevoerd op een noodlottig bordeelbezoekje in 1878. De achttienjarige Wolf bekocht zijn `manwording' met een venerische infectie, waarschijnlijk syfilis, of – in de woorden van Mahlers echtgenote Alma – `een wond die maar niet sluiten wilde'.

Miniaturist

Voor Dietrich Fischer-Dieskau is Wolf in zijn liedkunst vooral een meester van de kleine vorm. Wolfs kracht, zo stelt Dieskau, schuilt vooral in de manier waarop hij in zijn liederen de zonder uitzondering met veel zorg en smaak gekozen gedichten analytisch weet te doorgronden.

Rudolf Jansen: ,,In zijn vroege werken vind ik Wolf ondanks zijn onmiskenbare gevoel voor tekst soms nog wat fragmentarisch. Maar de compactheid en diversiteit van zijn latere liederen is indrukwekkend. Hugo Wolf is een muzikaal miniaturist, een componist die erin excelleert gevoelens en ideeën samen te ballen. Daarom was hij ook zo'n goed liedcomponist. Grotere vormen liggen hem veel minder goed.''

Omdat Wolf in zijn liederen de tekst centraal stelt, zou de luisteraar zich daarvan het liefst al vóór het concert op de hoogte moeten stellen, vindt Elly Ameling. ,,Dan moet je dus wel even je sociale babbel bij de koffie opgeven! De gelezen teksten worden daarna door een groot artiest gezongen en gezegd, waarbij ook de pianopartij een beeldende, woorddienende rol speelt. In de harmonische kleuring van zijn pianopartijen was Wolf erg vernieuwend. Je zult zijn muziek niet gauw voor het werk van een tijdgenoot aanzien. Maar ook binnen Wolfs eigen oeuvre zijn fijne, maar duidelijke nuances te horen. Een lied uit het Italienisches Liederbuch is niet eenvoudig te verwarren met een stuk uit het Spanisches Liederbuch, en zeker ook niet met een van de Mörike- of Goethe Lieder.''

Een zanger moet zich bewust zijn van de macht die Wolf in de handen van de pianist heeft gelegd, vindt Ameling. ,,En dan bedoel ik de macht om niet slechts te illustreren wat de zanger zingt, maar als piano ook zelf de tekst uit te beelden. Wanneer de zanger onder die omstandigheden niet uitgesproken genoeg is in zijn dictie, vocale kleuring en dynamiek, heeft dat tot gevolg dat hij of zij onvoldoende aanwezig is binnen het duo. Het is maar weinigen gegeven te bemerken dat je begeleider niet alleen je naaste collega is, maar tegelijk in potentie de grootste `concurrent'.''

Rudolf Jansen: ,,Bij Wolf hebben zang en piano een gelijkwaardige zeggingskracht, en moeten zanger en pianist dus bij uitstek elkaars complement zijn. Als het in een lied van Wolf lijkt alsof de zanger wordt verzwolgen door de piano, is dat bijna altijd inhoudelijk verklaarbaar. Neem het lied `Der Feuerreiter' (Mörike Lieder, 44). Daarin verkent de uitbundigheid van de pianopartij het randje van het toelaatbare, en moet de zanger met kracht over het pianogeweld heen gillen. Maar dat hóórt dan bij de inhoud van het gedicht.''

Als criticus voor het Wiener Salonblatt (1884-1887) noteert Hugo Wolf: ,,Wat interesseren mij mooie stemmen? Mooie stemmen zijn koele schoonheden.'' Fischer-Dieskau voegt toe: ,,En toch komen Wolfs eigen liederen niet tot hun recht zonder stemschoonheid en – bovenal – niet zonder enorme vocale mogelijkheden. Minstens zo belangrijk was voor Wolf de differentiëring van de voordracht, die voor hem doorslaggevend was voor de overtuigingskracht van een uitvoering. Een zanger zonder duidelijke uitspraak was in Wolfs waarneming uitsluitend geschikt voor solfège en jodelen.''

Rudolf Jansen: ,,Wolf stelt extreem hoge eisen aan zangers, zowel tekstueel als muzikaal. Als er ook maar iets niet deugt aan de articulatie of de techniek van een zanger, mist een lied van Wolf doel. Vergis je niet, Wolf is alleen geschikt voor zeer goede zangers.''

Hugo Wolf 2003 – Masterclasses door Dietrich Fischer-Dieskau op 19, 20, 21/2 Concertgebouw, Amsterdam. Op de `Wolf Centennial Day 2003': het presentatieconcert van de masterclass (14u), een lezing door Fischer-Dieskau (19.30u), recitals door Christian Elsner (tenor) en Kelvin Grout (piano) om 16.15u en door Christiane Oelze (sopraan) en Rudolf Jansen om 21.15u. Inl. (020) 6718345

EMI brengt deze maand een 7 cd-box uit met oude Wolf-opnamen van Fischer-Dieskau. (EMI, 5 62188 2)