Bach in Birma

Per postboot, stoomschip, op de rug van een werkolifant en tenslotte op de schouders van zes dragers, komt in maart 1866 een kostbare Erard-vleugel aan in een van de meest veraf gelegen posten van het Britse imperium, de zogeheten Shan-staten in Opper-Birma. Het instrument is besteld door de mysterieuze majoor-arts Anthony Caroll. Zijn superieuren bij het ministerie van Oorlog in Londen hebben aan zijn excentrieke verzoek voldaan, omdat de majoor een cruciale rol speelt in het Shan-gebied, een onherbergzame streek die wordt geteisterd door krijgsheren en betwist door de Fransen, die het nabij gelegen Siam in handen hebben. Door de hitte en de luchtvochtigheid raakt de piano al snel ontstemd. De arts dient vervolgens het verzoek in of het ministerie ook een pianostemmer kan sturen. De rustige, onopvallende specialist in Erard-piano's Julius Drake – 41 jaar, bebrild, ribfluwelen jasje, versleten wollen broek – neemt de opdracht aan.

Dit is het niet erg aannemelijke uitgangspunt van The Piano Tuner, het romandebuut van de 26-jarige Amerikaan Daniel Mason. Het boek begint met de brief waarin Drake wordt ontboden op het ministerie van Oorlog; een flink deel van de roman wordt verteld door middel van brieven, rapporten en andere documenten. Drake neemt uitvoerig afscheid van zijn vrouw en maakt vervolgens de lange bootreis via Alexandrië en de Rode Zee, per trein en boot door India naar Birma. Zelfs eenmaal aangekomen op de – fictieve – plaats van bestemming Mae Lwin, staat Julius Drake nauwelijks stil. Als hij er niet op uittrekt met de majoor-arts, maakt hij lange wandelingen.

Al snel is duidelijk waarom Caroll de vleugel heeft laten komen. Hij wil door cultuur en wetenschap een dialoog aangaan met de bewoners van Birma en niet op ze schieten, zoals de meesten van zijn militaire collega's. Tijdens vredesbesprekingen met een voorname Shan-vorst speelt Drake Das wohltemperierte Klavier van Bach om de leider vredelievend te stemmen. `[De vorst] zou in verwarring kunnen raken door onze melodieën, net zoals ik in verwarring raak door hun melodieën. Daarom heb ik iets mathematisch gekozen, want dat is universeel, iedereen kan complexiteit waarderen, waardoor geestesvervoering ontstaat door patronen in klank', zo verklaart hij zijn keuze voor Bach.

Mason weet prachtig de betovering op te roepen van het Birmese landschap en van de Birmese cultuur, zoals de tatoeages en amuletten, de pagodes en het op straat gespeelde pwe-theater. Hij schreef het boek voor een groot deel terwijl hij, als net afgestudeerd bioloog van de universiteit van Harvard, een jaar onderzoek deed naar malaria aan de grens tussen Thailand en Myanmar, het vroegere Birma. Het lijkt alsof al zijn kennis van de geschiedenis en de flora en fauna van Birma in The Piano Tuner terecht is gekomen. Dat is nog eens aangevuld met de historie van de bestrijding van malaria en uiteenzettingen over de geschiedenis van Erard-piano en de fijne kneepjes van het pianostemmen.

Dat vertoon van kennis is niet hinderlijk omdat Masons weetgierigheid zo aanstekelijk is en getuigt van een grote liefde voor het land. De overvloed aan feitelijke informatie wordt daarnaast mooi in balans gehouden door de droomachtige kwaliteit van de zintuiglijke impressies van Birma. Drake verliest zichzelf langzamerhand in al die overweldigende indrukken en er zijn ook aanwijzingen dat overste Caroll niet is wie hij lijkt te zijn.

De uitwerking van de personages, de dialogen en het enigszins gezochte verhaal zijn niet sterk. Ook ligt de moraal er soms te dik bovenop. De arts Caroll is een variant op de geheimzinnige Kurtz uit Heart of Darkness van Joseph Conrad, maar dan eerder de belichaming van de Verlichting dan van het duistere hart van het kolonialisme, zoals bij Conrad het geval is.

Caroll liet zijn fort bouwen in de bouwstijl van de Shan en gebruikt in zijn praktijk als arts inheemse geneesmiddelen. Hij sluit volgens de overlevering rond zijn persoon vrede met woeste krijgsheren door fluit te spelen en Shelleys gedicht `Ozymandias' te citeren. Mason laat zijn pianostemmer ook nog de Erard reparen met een stukje bamboehout – het benodigde sparrenhout is niet voor handen – dat afkomstig is uit een van de muren van het fort. `Toch een oorlogsproduct', constateert hij tevreden. Bach is minder erg dan legers, schrijft Drake ten overvloede aan zijn vrouw.

Als bespiegeling over de geschiedenis van het Britse kolonialisme in Birma, is The Piano Tuner te schematisch. Maar Mason weet die tekortkoming goed te maken met zijn prachtige evocaties van het Birmeese landschap.

Daniel Mason: The Piano Tuner. Picador, 368 blz. €19,50 (pbk.) Vertaald als De Pianostemmer door Lilian Schreuder. De Bezige Bij, 400 blz. €19,50

Daniel Mason spreekt op 20/2 om 20 uur over De pianostemmer bij Boekhandel van Rossum, Beethovenstraat 32, Amsterdam. Reserveringen: Van.Rossum@inter.nl.net