Australië is geen landring

In 1844 trekt een man, Charles Sturt geheten, met een houten boot het binnenland van Australië in. Hij was ervan overtuigd dat het continent niets meer was dan een landring en dat hij spoedig de zee zou vinden. Ziek, oververmoeid en gefrustreerd geeft hij een jaar later zijn expeditie op: het enige dat hij heeft gevonden zijn rotsgebieden en zandvlakten. Zijn bootje laat hij achter in de eindeloze woestijn.

Het is een mooi, maar tragisch verhaal, dat vooral aantoont dat het binnenland bij de blanke Australiërs halverwege de negentiende eeuw niet erg bekend was. Om in dit hiaat te voorzien gaat er vijftien jaar later een nieuwe groep op weg, nu onder leiding van de Ier Robert O'Hara Burke. Deze expeditie krijgt de opdracht mee om vanuit Melbourne naar het noorden te trekken. Een ambitieus plan omdat nog niemand erin geslaagd was het gehele continent te doorkruisen.

De Ier gaat met een flinke groep mannen, kamelen en paarden op stap. Helaas blijkt hij niet erg geschikt voor de missie. Een vastomlijnd plan heeft hij niet, het overzicht ontbreekt en alleen de wil om succesvol de overkant te bereiken voert hem verder. Zelfs wanneer het voedsel dreigt op te raken en het beter zou zijn terug te keren, zet hij door. Wanneer hij de laatste 1.500 kilometer naar het noorden te voet aflegt, heeft hij nog maar drie man bij zich. Maar hij komt ver, heel ver, want wanneer hij eindelijk besluit terug te keren omdat het groepje voor de zoveelste keer verdwaald is in een of ander moeras, blijkt hij slechts twintig kilometer van de noordkust verwijderd te zijn. Zelf heeft hij de oceaan nooit mogen aanschouwen, maar hij was wel de eerste blanke man die het Australische continent had doorgewandeld.

Hij en zijn mannen keren terug, maar de groep achterblijvers, die in het bezit was van de hoognodige voedselvoorraden, vinden ze niet meer. Geteisterd door dysenterie, uitputting en hongersnood blijft er van de vier man uiteindelijk maar eentje in leven. En dat is niet Burke. Hij krijgt zijn glorieuze onthaal pas in 1863, in een kist.

The Dig Tree vertelt aan de hand van bestaande documenten – krantenknipsels, dagboeken, brieven en rapporten – het verhaal van een tot mislukken gedoemde expeditie. Het is een meeslepende vertelling waarin misverstanden, verkeerde beslissingen en angst voor Aboriginals een hele expeditie laten mislukken. Sarah Murgatroyd weet deze geschiedenis prachtig op te schrijven: spannend (hoewel de afloop bekend is) en bij vlagen adembenemend.

Sarah Murgatroyd: The Dig Tree

Bloomsbury, 372 blz. €14,80

    • Toef Jaeger