Schrijnend geval

HILBRAND NAWIJN, de man van het onverbiddelijke vreemdelingenbeleid, heeft last van schrijnende gevallen. Dat siert hem, hoewel hij wist dat dit er bij hoorde toen hij tekende voor de `hoofdpijnportefeuille' van het vreemdelingenbeleid. Minder te prijzen is dat de demissionaire LPF-bewindsman grote politieke verwarring heeft gesticht over deze kwestie – en naar valt te vrezen valse verwachtingen heeft gewekt bij vreemdelingen in een kwetsbare positie. De politicus Nawijn, die zich recentelijk nog kritisch uitliet over loze ,,rituelen'' van de Tweede Kamer, had beter moeten weten; de juridisch specialist vreemdelingenrecht Nawijn had beter kúnnen weten.

Het is niet duidelijk over hoeveel mensen het gaat en welke criteria voor toelating Nawijn wil hanteren. De minister gaat nu alsnog naar het kabinet en zal dan vóór 1 maart de beleidsbrief aan de Tweede Kamer schrijven die er had behoren te zijn voordat het rommelige overleg van gisteren plaatsvond.

Over deze hele onderneming hangt een donkere wolk: de wolk van Gümüs, de sympathieke Turkse kleermaker uit de Amsterdamse buurt De Pijp die ondanks veel protesten met zijn gezin het land uit moest. En hier betrof het nog de categorie van langdurig `witte' illegale werkers, die om allerlei redenen geen verblijfsvergunning hadden bemachtigd. De onvrede over de uitzetting van Gümüs heeft ten slotte een uitweg gevonden in een compromis, waarbij de `echte' schrijnende gevallen werden uitgefilterd door de burgemeesters van grote steden. Het was een noodoplossing, waarover nu nog wordt geprocedeerd.

DE KERN VAN het probleem is de scheiding tussen beleid en vrije beslissingsruimte, de zogeheten discretionaire bevoegdheid van de bewindsman. Zo'n bevoegdheid heeft per definitie betrekking op een beperkt aantal gevallen. Zodra een stelselmatige praktijk ontstaat, vergt de Raad van State een formele regeling. Dat was nota bene indertijd de bron van het probleem met het gedogen van `witte illegalen' zoals Gümüs. De zogeheten zesjaarregeling die toen werd vastgesteld, werd in een aantal gevallen als schrijnend ondervonden en het resultaat was de burgemeestersoplossing.

De rechtvaardiging voor deze uitweg werd mede gezocht in het argument dat de wet inmiddels zo was aangescherpt, dat het ontstaan van nieuwe witte illegalen werd voorkomen. Dat is hetzelfde argument dat de LPF van Nawijn nu aanvoert voor een pardon bij asielzoekers. Dus iets klopt er niet. Het is te eenvoudig om te zeggen dat de schrijnende gevallen het gevolg zijn van oud beleid en dat nu alles anders wordt. Elk vreemdelingenbeleid levert schrijnende gevallen op. Een herhaling van de burgemeestersoplossing is weinig geloofwaardig. Na alle commotie die hij zelf heeft veroorzaakt, is Nawijn verplicht te komen met een serieuze hardheidsclausule.