Palestijnen vrezen verdrijving

De Palestijnen zijn bang dat als de ogen van de wereld op Irak zijn gericht, Israël hen zal wegjagen.

Girgis Elias(*) is een ambitieuze arts van begin dertig uit Jeruzalem die dolgraag begin maart naar een medisch congres in Zweden zou gaan. De contacten en inzichten die hij daar kan opdoen, zouden zijn carrière een geweldige stimulans geven. Ook zou hij er eindelijk weer eens een aantal vrienden uit zijn studietijd in Brussel treffen.

Toch gaat Girgis niet. Girgis is namelijk een christelijke Palestijn uit Oost-Jeruzalem, het Arabische gedeelte van de stad dat sinds 1967 door Israël wordt bezet. En nu een oorlog in Irak een kwestie van tijd lijkt, is Girgis bang. Stel dat hij net in Zweden zit als de oorlog uitbreekt. En stel dat Ariel Sharon die oorlog gebruikt om te doen waarvan hij volgens vrijwel alle Palestijnen en menig Israëlisch mensenrechtenactivist al zijn hele carrière droomt: de verdrijving van zo veel mogelijk Palestijnen uit Israël en de bezette gebieden.

,,In de oorlogen van 1948 en 1967 ging het ook zo'', zegt Girgis, wiens familie oorspronkelijk uit Haifa komt, in wat nu Israël is. In 1948 vluchtten ze voor de gewelddadigheden om nooit meer te mogen terugkeren. ,,Iedereen die toen om wat voor reden dan ook zijn huis had verlaten, mocht nooit meer terug. En daarom ga ik voorlopig niet naar het buitenland.''

Dat een academicus als Girgis, die jaren in Europa woonde en net zo makkelijk Engels, Frans en Hebreeuws spreekt als Arabisch, zo'n cruciaal congres laat schieten, geeft aan hoe diep de angst er onder de Palestijnen inzit voor een nieuwe nakba. Dit woord, letterlijk catastrofe, gebruiken ze voor de oorlog bij de stichting van de staat Israël in 1948. Toen ontvluchtten honderdduizenden Palestijnen hun dorpen of werden er door Israëliërs uitgejaagd. De vluchtelingen eindigden in kampen in Libanon, Syrië, Jordanië, Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Hun dorpen, bezittingen en landerijen werden door Israël verwoest en beplant met bossen, of geconfisceerd en uitgedeeld aan joodse immigranten. De nieuwe generatie Israëlische historici stelt onverbloemd dat Israël is ontstaan door ,,etnische zuivering''.

En nu zijn de Palestijnen doodsbang voor een nieuwe ronde. Ze wijzen op de avond van 11 september 2001, toen Israël in de luwte van alle aandacht voor New York, bloedig toesloeg in Jenin. ,,Niemand zei daar wat van'', merkte de toenmalige minister van Defensie Ben-Eliezer nadien tevreden op. Twee weken terug was de wereld in de ban van het rapport van de VN-wapeninspecteurs over Irak, en voerde Israël zijn dodelijkste aanval op Gazastad in tien jaar uit.

In de Israëlische publieke opinie is de `transfer' – zoals de verjaging van Palestijnen wordt genoemd – al langere tijd een legitiem gespreksonderwerp. Het is zelfs een keuzemogelijkheid bij opiniepeilingen, waarvan sommige uitwijzen dat meer dan de helft van de Israëliërs voorstander is van de verdrijving van alles wat niet joods is uit Israël en de bezette Palestijnse gebieden. Op de avond dat Sharon eind januari een enorme verkiezingszege boekte, scandeerden jonge Likudaanhangers ,,Lang leve Sharon, dood aan de Arabieren''.

Dit is ook wat je overal in Israël op de muren geschreven ziet staan. Een van de belangrijkste voorvechters van de verjaging van Palestijnen was de vorig najaar door Palestijnen geliquideerde minister Recham Ze'evi. Naar hem is nu een van de belangrijkste wegen in de bezette gebieden vernoemd, en zijn `gedachtegoed' wordt verplicht onderwezen op scholen. De theorieën van de nieuwe generatie Israëlische historici blijven intussen onvermeld omdat zij de vaderlandsliefde zouden ondermijnen.

De Palestijnen staan niet alleen in hun zorgen. De bekende Israëlische mensenrechtenactivist Uri Aveneri waarschuwt in een recente bundel voor precies hetzelfde scenario. Hij was een van de weinigen die bij de vorige verkiezingsoverwinning van Sharon, in 2001 tegen Barak, voorspelde wat er sindsdien is gebeurd: de volstrekte verwoesting van de Palestijnse Autoriteit.

In een nieuwe bundel stelt Aveneri nu dat de kans op een nieuwe catastrofe steeds groter wordt. De afgrendelingen, economische wurging, uitgaansverboden en pasjeswetten die nu gelden voor Palestijnen in de Westelijke Jordaanoever plaatst hij ook in dat licht; ze moeten het leven voor de Palestijnen zo ondraaglijk maken dat ze vertrekken. De Israëlische militair-historicus Martin van Creveld zette een jaar geleden al nuchter uiteen hoeveel eenheden en divisies nodig zijn voor zo'n verjagingsoperatie.

,,Wij worden niet nog een keer vluchteling'', hoor je dezer dagen overal in de Palestijnse gebieden als je over de oorlog in Irak begint. En: ,,Liever een keer echt sterven dan iedere dag een beetje''. Het geeft goed aan hoezeer het Palestijnse perspectief op de toekomst is versomberd; sinds het begin van het vredesproces was de grootste zorg dat de Palestijnse leider Yasser Arafat te veel zou weggeven bij de vredesonderhandelingen met Israël. Nu die onderhandelingen door Sharon zijn doodverklaard en Arafat is gereduceerd tot een machteloze gevangene in zijn stukgeschoten hoofdkwartier in Ramallah, is het leven van de Palestijnen teruggebracht tot twee veel basalere vragen: hoe kom ik vanavond aan eten?, en hoe voorkom ik dat ik huis en haard verlies?

(*) Op verzoek van betrokkene is de naam veranderd.

    • Joris Luyendijk