Landlozen hongeren naar grond

Het Braziliaanse platteland is nog altijd grotendeels in handen van grootgrondbezitters. Landloze landarbeiders maken aanspraak op de braakliggende grond.

Als een deken hangt de hitte over het land. In de wijde omtrek is niemand te bekennen. Pas als een zacht briesje de geur van versgebakken brood verspreidt, komen er mannen, vrouwen en kinderen te voorschijn. Onder de schaduw van een boom gaan ze aan een lange houten tafel zitten. Estrela schept de lunch op: rijst, bonen, worteltjes, bietjes en yoghurt met honing.

Dit is de voormalige fazenda Capela in het uiterste zuiden van Brazilië. In 1994 werd het landgoed bezet door 93 landloze boerenfamilies, zo'n 4.000 mensen. De eigenaren van Capela, de familie Garcia, woonden elders. De landarbeiders van de Garcia's werden verdreven. Tien jaar later is Capela een redelijk goedlopende, zelfvoorzienende, biologische landbouwcoöperatie.

Emerzo, de man van Estrela, toont krantenknipsels en foto's van de bezetting. Een toen nog 27-jarige Emerzo, in hetzelfde T-shirt dat hij nu draagt en met een aanzienlijk beter gebit, staat trots met zijn schamele bezittingen tussen een aantal kleine, met zwart plastic bedekte hutten.

De 93 families die het land bezetten, bestaan voornamelijk uit de zonen en dochters van landarbeiders en pachters uit de omgeving van Alto Uruguay. De ouders konden hun kinderen niets bieden. Zonder geld en zonder opleiding trokken de kinderen naar de stad, op zoek naar werk, dat ook daar niet was te vinden.

De Movimento dos Trabalhadores Rurais sem Terra (MST) bood hen een uitweg. Deze radicale, socialistische, en zeer goed georganiseerde beweging van landloze boeren probeert sinds 1984 een einde te maken aan de scheve verhoudingen op het Braziliaanse platteland. Brazilië's koloniale verleden, toen de plantages draaiden op slavenarbeid, is nog altijd herkenbaar. Het land kent weinig kleine boeren, maar veel grootgrondbezitters met hun arbeiders en pachters. Eén procent van de bevolking bezit 47 procent van het verbouwbare land. Onder het motto `ocupar, resistir e producir' bezetten MST-boeren een stuk land en proberen daar net zolang te blijven tot de lokale overheden gedwongen worden het land onder de bezetters te verdelen. Dat is al op 1.600 plaatsen voor een kwart miljoen boeren gelukt. De boeren maken gebruik van een artikel in de grondwet dat voorschrijft dat land moet worden bewerkt door de bewoners.

,,Hoe we wisten dat Capela leeg stond?'' Emerzo moet lachen en grapt: ,,We hebben onze eigen inlichtingendienst.'' ,,Een heleboel mensen ondersteunen de MST, en geven door waar er lappen grond zijn die niet worden gebruikt.'' De familie Garcia gebruikte de 2.000 hectare volgens hem alleen als onderpand, en liet er enkele koeien grazen om niet de indruk te wekken dat het land braak lag. Nu bewerkt elke familie ongeveer 20 hectare grond.

De boeren van Capela hebben geluk gehad. De burgemeester van het nabijgelegen dorp Capela da Santana was van de PT, de partij van de huidige Braziliaanse president Luíz Inacio da Silva, en keurde de bezetting goed. De families `kregen' na vijf jaar kamperen een `comodato', een schriftelijke verklaring dat het land van hen is.

Trots toont Emerzo de coöperatie die een deel van de boeren met hulp van de MST hebben gevormd. Kleine Center Parcs-achtige huisjes staan in een cirkel rond de gezamenlijke eetzaal, en kijken uit op rijstvelden, kippenschuren en stallen waar pasgeboren biggetjes rondscharrelen. Een lerares uit São Paolo, betrokken bij de zaak van de landloze boeren, geeft in het schooltje de kinderen tot elf jaar les en leert oudere analfabeten lezen en schrijven. Regelmatig komt een MST-vertegenwoordiger langs om hen te informeren over de nieuwste landbouwtechnieken en hen bij te praten over wereldproblematiek. ,,Wat vind je van het landbouwbeleid van de Europese Unie?'', wil Emerzo weten.

Rond de moestuin hangt een zoete geur. ,,Mest'', legt Emerzo uit. De mest wordt gemaakt van zeker twintig ingrediënten, waaronder compost, melk en honing. De boeren proberen zonder pesticiden en kunstmest te verbouwen. Pas 's avonds, lurkend aan een kopje maté – Braziliaanse groene thee – vertelt hij echter dat ze met de biologische landbouw begonnen omdat de pesticiden te duur waren.

Ook dan vertellen Estrela en Emerzo pas dat hun bestaan nog steeds hard is. De coöperatie verkoopt aan internationale organisaties en naburige markten. Wanneer ze ziek worden, zijn de families op elkaar aangewezen. De dokter in het dorp vindt, net als veel Brazilianen, de landlozen oproerkraaiers en dieven van andermans bezit. De bezetting van het landgoed van de zonen van de toenmalig president van Brazilië Fernando Henrique Cardoso vorig jaar heeft veel kwaad bloed gezet.

Estrela vertelt dat `collega's' in het noorden van Brazilië regelmatig met geweld worden verdreven. De grootgrondbezitters, die menen dat de voorgaande regeringen te veel tolereerden, zijn de strijd met de bezetters zowel juridisch als fysiek aangegaan. Naast advocaten, worden ook gewapende knokploegen op de landloze boeren afgestuurd. Mensenrechtenorganisaties spreken over tientallen doden in de afgelopen tien jaar.

De huidige regering heeft echter aangekondigd landhervormingen onderdeel te maken van de strijd tegen honger en armoede. De minister van Landbouwhervorming, Miguel Rossetto, beloofde haast te zullen maken met de onteigening van braakliggend land. Emerzo is blij met de toezegging. Maar het lost nog niet alle problemen op. Dat gebeurt pas als het recht op land door alle Brazilianen wordt onderschreven.