Krukje

In het centrum van Venlo is het kleinste museum van Nederland geopend: het Jan Klaassens Museum, een dependance van het Limburgs Museum. Jan Klaassens (1931-1983) is de succesvolste voetballer die Limburg heeft gehad: 57-voudig international, gelauwerd speler van VVV en Feyenoord.

Niemand mag het museumpje binnen, je kunt alleen door de ruiten naar binnen kijken. Daar zijn de parafernalia van Klaassens carrière: een Oranjeshirt, voetbalschoenen, vaantjes, foto's. Het pand was vroeger een sigarenzaak van amper drie bij vier meter.

Daar, in die kleine kooi, speelde zich het tweede beroepsleven van Klaassens af. In zijn hart moet deze stille man het wel prettig hebben gevonden dat er maar drie klanten tegelijk binnen konden. Daardoor zagen ook de ergste ouwehoeren zich gedwongen snel door te stromen.

Het fascinerendste attribuut is het met versleten, rood leer overtrokken krukje waarop Jan zat als er geen klanten waren. Dat krukje mogen we als een symbool beschouwen van het sobere leven dat Nederland in de jaren van de wederopbouw kende. Ook voetballers deelden daarin – er waren er véél meer die dergelijke sigaren- en drankwinkels dreven.

Het is allang onbestaanbaar: een voetballer die gedwongen is tegelijkertijd twee carrières te maken. Stel je voor dat Ajax tegen Ibrahimovic zou zeggen: hier heb je een contract, je traint en speelt vijf keer per week, en voor de rest word je geacht in je eigen levensonderhoud te voorzien. Hij zou flauwvallen van schrik, vermoed ik. Hij zou niet kunnen geloven dat hij nog tot topprestaties in staat zou zijn.

Toch was het voor voetballers in de jaren vijftig en zestig volstrekt normaal om zo'n overbelast leven te leiden. En ze speelden dan toch nog, zoals Jan Klaassens, alsof hun leven ervan afhing. Ik kijk naar het krukje in dat winkeltje en ik denk: hoe moe zal een mens zijn als hij hier een dag lang heeft rondgehangen? Erg moe.

Klaassens hield zijn voetballoopbaan nauwgezet bij in schriftjes en agenda's. In een zo'n agenda zie ik op de datum 14 maart 1956 staan: ,,Duitsland-Nederland, Düsseldorf: 1-2. Aanvoerder. ƒ150,-. 15% belasting. ƒ127,50.'' Dat hield hij over aan het hoogtepunt van zijn carrière, een overwinning op de wereldkampioen waarvan half Nederland in vervoering was. Daar ligt een spelerscontract uit 1955 van VVV met Klaassens. De premies waren: overwinning ƒ40,-, gelijkspel ƒ25,-, verlies ƒ10,-.

Andere tijden, andere premies.

Is zo'n museum nou zinvol? Ik ben niet de eerstaangewezene om daar antwoord op te geven, want Klaassens was een van mijn jeugdhelden, iemand die liet zien dat je met je talent over de grenzen van je afkomst moet durven reiken. Maar los daarvan: als een museum tot taak heeft een beeld van een periode te geven, dan is dat hier gelukt. Oude tijden herleven in die kooi. Tijden van matigheid, bescheidenheid en zelfdiscipline.

Tijden waarin mensen nog Jan Klaassens konden heten.

Toen ik 's avonds thuiskwam, zag ik nog net Ruud van Nistelrooy de eerste helft tegen Argentinië uitspelen. Daarna hield hij het op verzoek van Manchester United voor gezien. Zijn club was bang dat hij te moe zou worden.