Kinderen van de rekening

De aandelenkoersen brokkelen steeds verder af. Met de gebruikelijke vertraging reageren nu ook de huizenprijzen, vooral die van de duurste woningen. Zacht sissend loopt de lucht uit de vermogensmarkten, terwijl het economische herstel in Europa op zich laat wachten.

De gevolgen voor de overheidsfinanciën zijn even voorspelbaar als desastreus. De opbrengst van vrijwel alle belastingen blijft achter bij de ramingen. Terwijl de ontvangsten van de schatkist slinken, lopen de uitgaven op. Tijdens een recessie is meer geld nodig voor uitkeringen aan het groeiende leger niet-actieven. Ernstiger is dat het kabinet de uitgaven voor de gezondheidszorg niet langer in de hand heeft. Voor onderwijs en politie – voorzieningen die net als zorg in eerste levensbehoeften voorzien – gelden nog altijd strikte uitgavenplafonds. In de zorgsector groeien op dit moment de bomen echter tot in de hemel.

Al enige tijd is het kabinet van oordeel dat de zorgconsumptie van burgers die tegen ziektekosten zijn verzekerd niet via budgettering kan worden afgeknepen. Dit oordeel volgt uit de zienswijze dat de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ, financiert verpleeg- en verzorgingshuizen) en het ziekenfonds verzekeringen zijn. Bij schade (ziektekosten) moet de verzekeraar die direct vergoeden. In feite is bij de 80 procent van de zorguitgaven die collectief wordt gefinancierd echter geen sprake van verzekeringen. Anders dan bij een echte verzekering is het verband tussen de inkomensafhankelijke premie en de kans op ziektekosten flinterdun. Viervijfde van de zorguitgaven wordt over de bevolking omgeslagen volgens het solidariteitsbeginsel, en niet volgens het verzekeringsbeginsel. Dit laatste brengt mee dat de hoogte van de premie is afgestemd op de schadekans en de omvang van de schade.

Door de verzekeringsmythe heeft het Zalmplafond voor de zorguitgaven afgedaan. Dat kan zo niet doorgaan. Tenzij politici de moed opbrengen het collectief verzekerde pakket uit te dunnen (de huisarts uit het ziekenfonds) en stevige eigen bijdragen voor zorggebruikers in te voeren, valt aan hernieuwde effectieve budgettering van de zorgsector niet te ontkomen.

Dat is een brokstuk uit de gloeiendhete brij waar de informateurs en hun gesprekspartners Balkenende en Bos voorlopig nog wel even omheen blijven draaien. Om te bereiken dat de begroting in 2007 feitelijk in evenwicht is moet het kwartet bijna 15 miljard euro bij elkaar sprokkelen, ongerekend opdoemende tegenvallers bij de uitgaven voor gezondheidszorg.

Dat bedrag van 15 miljard euro moet uit de lengte (belastingverhoging) of uit de breedte (forse bezuinigingen) komen. Bijna een derde van het gezochte bedrag komt boven water wanneer de vakbonden bereid zijn in de loonremmen te knijpen. De ambtenarensalarissen en de sociale uitkeringen volgen in beginsel de stijging van de CAO-lonen. Hoe gematigder de CAO-lonen tot 2007 stijgen, des te minder geld nodig is om de koppeling van de beloning van het overheidspersoneel en de uitkeringen aan de CAO-lonen in stand te houden. Sociale partners hebben begin van deze week de hoop op een meerjarig loonmatigingsakkoord echter de bodem ingeslagen. Daarmee lijkt het uitgesloten dat PvdA en CDA overeenstemming bereiken over de vulling van een envelop met 15 miljard aan lastenverzwaringen en bezuinigingen.

Het draaiboek van de formatie bevat slechts twee scenario's. In het eerste doen de christen-democraten water bij de wijn. Zij accepteren dat de begroting in 2007 nog steeds een tekort laat zien. Van haar kant accepteert de PvdA een aantal bezuinigingen die tot onbedaarlijk groot ongenoegen bij de achterban zullen leiden. Het proces waarbij emotionele weerstanden en rekenkundige obstakels worden weggemasseerd kost maanden, terwijl de economie richting afgrond glijdt. Aan het tweede scenario wordt achter de schermen hard gewerkt. CDA en PvdA blijken elkaar na de budgettaire paringsdans niet te kunnen vinden en het CDA, als grootste partij, gaat op zoek naar andere partners. De VVD zal deel uitmaken van iedere alternatieve combinatie, ook wanneer uiteindelijk een minderheids- of zakenkabinet uit de bus rolt.

Zo'n kabinet van overwegend rechtse signatuur zal tot drastischer bezuinigingen bereid zijn dan een combine waarvan de PvdA deel uitmaakt. Ook al gaat het rode potlood door alle hoofdstukken van de rijksbegroting, het zal bijkans onmogelijk blijken 15 miljard euro aan bezuinigingen te vinden, zonder dat de splijtstof zich in de boezem van het CDA ophoopt. Alleen door heilige huisjes – de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking, de koppeling van de uitkeringen aan de CAO-lonen – omver te trekken, komt het beoogde begrotingsevenwicht in zicht.

Zo ver komt het niet. Ongeacht de kleur van het te formeren kabinet zal de overheidsschuld in de komende kabinets periode vrijwel zeker blijven toenemen. De rentelasten dalen niet, waardoor de premie voor AWBZ en AOW straks extra omhoog moet. Jongere generaties zullen de premiestijgingen afwentelen door hogere lonen te eisen. Zij kunnen dat doen, gezien de te verwachten tekorten op de arbeidsmarkt. De loonkostenstijging drijft de inflatie op, wat de koopkracht van kapitaalgedekte pensioenen uitholt. De AOW-uitkering kan de CAO-lonen niet langer volgen. De vergrijzingsgevoelige zorguitgaven lopen spaak. Jong en oud hebben er dus alle belang bij dat het volgende kabinet een begin maakt met de vermindering van de overheidsschuld. Anders zijn oud en jong het kind van de rekening.