Instant-eigendom

Unilever dreigde deze week zangeres Ria Valk en tekstschrijver Vader Abraham voor de rechter te dagen. Een carnavalsnummer over soep zat de multinational dwars.

Ria Valk moet op zoek naar een nieuwe carnavalskraker. De tekst van Valks beoogde nummer stuitte deze week op bezwaren van Unilever. Unilever, fabrikant van Cup-a-Soup, stoorde zich aan het refrein van het liedje. `Geef mij maar Cup-a-Soup, gooi de rest maar op de stoep'', zingt Valk, terwijl ze als serveerster verkleed bouwvakkers een kopje soep komt brengen. Unilever vond het maar niets. ,,Wij willen zelf bepalen hoe er over het merk wordt gecommuniceerd'', liet een Unilever-woordvoerder de media weten. ,,Als Valk het nummer uitbrengt gaan we naar de rechter.''

De dreigende taal van het voedingsmiddelenconcern was voor Valk en tekstschrijver Vader Abraham voldoende aanleiding om het nummer onmiddellijk in te trekken. ,,Dan blijf ik liever in mijn huis in Spanje. Zeg maar: nu even niet'', aldus Ria Valk vanuit haar Spaanse villa.

Het is niet de eerste keer dat een artiest capituleert voor een boze merkhouder. Ooit besloot cabaretier Hans Liberg onder druk van de merkhouder van Chanel de naam van zijn show `Chanel no. 4711' te wijzigen. Blijkbaar had Liberg, net als Valk, geen zin in juridisch gedonder.

Ook tekstschrijver Ivo de Wijs kreeg het lang geleden aan de stok met een verbolgen merkeigenaar. De Wijs had in zijn gedicht `Proost' het indertijd populaire biermerk Skol flink beledigd: `Je mag tegenwoordig beweren wat je wilt beweren./ Je mag zeggen dat Hans Wiegel een debiel is / Of een lul, als `jongeheer' je te subtiel is. // Zou je ook iets mogen zeggen over Skol? / Dat het niet te drinken is / Dat het ruikt naar kattenpis / Dat het smaakt naar uilenzeik / En pantoffels tegelijk.'

Kort na de eerste publicatie van `Proost' kreeg De Wijs bezoek van de advocaten van Skol. Onder protest zag De Wijs af van verdere publicatie. ,,Een merknaam is in Nederland blijkbaar heiliger dan de koningin en alle politici bij elkaar'', schijnt de tekstschrijver gemopperd te hebben.

Maar halen die artiesten nu niet allemaal veel te snel bakzeil? Een boze brief van een multinational is natuurlijk bedreigend, maar kan zo'n concern zijn dreigementen ook echt hard maken? Dat is de vraag. Er zijn voorbeelden bekend van artiesten die de strijd aangingen en aan het langste eind trokken. Zo troffen Paul de Leeuw, toen nog in dienst van de VARA, en RTL elkaar een paar jaar geleden voor de rechter. De Leeuw had RTL op de hak genomen door in zijn programma `Schreeuw van de Leeuw' een onderdeel op te voeren onder de naam `RTL Six, helemaal nix'. De Rechtbank Amsterdam vond het een geoorloofde persiflage en stelde De Leeuw in het gelijk.

En internationaal kreeg een zaak over gebruik van de merknaam Barbie flinke aandacht. Toen de Deense band Aqua het nummer `Barbie Girl' uitbracht spande Barbie-fabrikant Mattel in de Verenigde Staten een juridische procedure aan. Mattel maakte zich vooral boos over de tekst van het nummer: `You can brush my hair, undress me everywhere.' En Barbie tegen haar vriend Ken: `Come jump in, bimbofriend, let us do it again.' Een rechtbank in Californië vond het uiteindelijk allemaal wel meevallen en noemde het een geoorloofde parodie. Kortom, de artiest is niet bij voorbaat kansloos.

Jurdisch gezien gaat het bij dit soort conflicten telkens om vragen als: Leidt het merk schade? Is er bij cabaret wel sprake van gebruik `in het economisch verkeer'? Weegt de vrijheid van meningsuiting zwaarder dan een merkrecht? Het was aardig geweest als Ria Valk het gevecht toch was aangegaan. Dan had dat misschien ook duidelijkheid kunnen verschaffen in de juridische positie van Youp van 't Hek in de eeuwenoude Bucklerlullenkwestie. Maar nee hoor. Mevrouw Valk trekt zich met de snelheid van een kop instant-soep terug in Spanje en laat de juristen gewoon met al die moeilijke vragen zitten. Mooi is dat.